Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Goedbedoelde apartheid

Home

Edwin Schoon

Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie aan de VU, was trots op het Nederlandse integratiebeleid toen hij in 1994 vertrok naar het vooraanstaande Wissenschaftszentrum in Berlijn. Hij was gevraagd onderzoek te komen naar rechts-extremisme in Duitsland, maar dat werd al snel uitgebreid naar immigratievraagstukken in heel West-Europa.

Hij verdedigde het Nederlandse beleid ook naar mede-onderzoekers met verve. Nederland kende immers geen rassenrellen zoals Frankrijk en geen racistisch geweld zoals Duitsland.

Maar toen kwamen de onderzoeksresultaten. Bij participatie van nieuwkomers aan het publieke debat scoorde Nederland nog een derde plaats na Engeland, Frankrijk en voor Duitsland en Zwitserland. Dat wekte al zijn verbazing. Het onderzoek breidde zich toen uit naar de 'harde' integratie. En op deze sociaal-economische indicatoren, zoals werkloosheid, beroep op de bijstand, scholing, achterstandswijken en criminaliteit bleef Nederland ruimschoots achteraan bungelen. Het was vijfde en laatste.

Het leidde bij Koopmans tot een omslag in zijn denken. Deed Nederland het wel zo goed op het gebied van integratie? Persoonlijke observaties bevestigden zijn vermoeden. En als de cijfers de waarheid spraken, waar was het dan misgegaan?

Inmiddels heeft Koopmans (42) daar een complete theorie over. Hij wordt er vandaag over gehoord door de commissie integratie, die zo ter discussie staat. Nog geen maand is hij terug uit Duitsland, maar vol vuur om zijn denkbeelden te delen. Hij trekt ten strijde tegen de 'Hollandse Apartheid'.

,,De Nederlandse overheid heeft sterk de nadruk gelegd op wat ik noem symbolisch beleid. Daardoor lijkt het aan de oppervlakte allemaal dik in orde. Er zit een representatief aantal allochtonen in de Tweede Kamer, de NPS besteedt twintig procent van haar zendtijd aan etnische doelgroepen, op de radio kun je het nieuws in Marokkaans, Arabisch, Turks en Chinees beluisteren. En dan heb je nog al die gesubsidieerde zelforganisaties en inspraakorganen. Het lijkt of de Nederlandse overheid goed voor de migranten zorgt. Mijn verwijt is dat het bij symboolpolitiek is gebleven. Terwijl het Ali en Mohammed uit de straat vooral te doen is om een gelijkwaardige positie op de arbeidsmarkt.''

Volgens Koopmans heeft het beleid zelfs averechts gewerkt voor de sociaal-economische positie van immigranten. Dat komt doordat het beleid dat gericht was op eigen groepsvorming, met behoud van eigen taal en cultuur. Segregatie was in dat beleid geen vies woord, het werd zelfs gestimuleerd.

,,Het belangrijkste mechanisme is taal. Het was in Nederland min of meer taboe van migranten te verlangen Nederlands te leren. Dat gold als een soort imperialisme of zelfs racisme. Maar taal heb je nodig om je te bewegen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en andere maatschappelijke sectoren. Als je overheidsdiensten aanbiedt in migrantentalen, onder het mom van het toegankelijk maken van instituties, dan klinkt dat allemaal heel aardig. Maar in de praktijk zijn die instituties voor migranten de doodlopende straten van de verzorgingsstaat zijn: de WAO, bijstand, huursubsidie.''

Koopmans betoogt dat deze eerste groep gastarbeiders na de werkloosheidsgolf van de jaren tachtig niet is aangemoedigd zich om te scholen of nieuw werk te vinden. De overheid keek in zijn ogen passief toe hoe deze mensen de sociale zekerheid ingingen. Wat voor de generatie die na hen kwam negatief doorwerkte. Een vader thuis, met alle spanningen van dien, weinig geld, slechte beheersing van de taal. Zo begon deze tweede generatie al met een achterstand aan de scholing.

,,Dit hangt direct samen met ontbreken van sociale netwerken. De nadruk in het beleid op eigen groepsvorming leidde tot segregatie. Witte en zwarte scholen en concentratiewijken van allochtonen. Het werd allemaal niet als een probleem gezien, maar door de overheid juist gestimuleerd.``

Volgens Koopmans heeft dit beleid twee wortels. De eerste is de gevoerde gastarbeiderspolitiek, die ervan uitging dat mensen terug zouden gaan naar hun land van herkomst. Beleid was daarom gericht op eigen taal en cultuur. Ten tweede wortelde de filosofie in de Nederlandse verzuiling.

Het was immers met de protestanten en katholieken ook goed afgelopen. Het idee is dat deze groepen kracht en identiteit ontwikkelden in eigen kring. Dat dat ook voor nieuwkomers zou opgaan is volgens hem een denkfout. Want het grote verschil is dat immigranten de Nederlandse taal en de gemeenschappelijke geschiedenis niet delen. De bouwstenen voor integratie ontbraken.

Nadat gastarbeiders toch bleven en gezinshereniging op gang kwam zijn ook overheidsrapporten geschreven waarin stond dat het beleid moest veranderen. Al in 1989 deed de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zelfs concrete aanbevelingen om de segregatie tegen te gaan.

,,Er is weinig gedaan met deze ideeën. Alleen de inburgeringcursussen zijn in 1996 eindelijk ingevoerd. Het meeste ging gewoon door onder een ander vlaggetje. `Paspoort` verdween van televisie, maar werd vervangen door multiculturele programmering. Onderwijs in eigen taal en cultuur veranderde in onderwijs in levende allochtone talen. Er veranderde feitelijk niets. Dat geeft aan dat er enorme institutionele belangen mee gemoeid zijn.''

Deze belangen liggen volgens Koopmans voor een groot deel bij de autochtone welzijnselite, maar ook bij overheden die hun budgetten ontlenen aan dit beleid. Maar deze gevestigde belangen kennen ook een ideologische kant. ,,Het hoort bij het historische Nederlandse zelfbeeld open en tolerant te zijn. We kunnen in het buitenland goede sier maken met ons symbolische beleid. Maar het heeft hypocriete trekjes. We bekommerden ons niet om de werkelijke situatie van veel migranten. Het is een soort ontwijkgedrag. Door wel symbolische politiek te voeren, voorkom je voor jezelf als autochtone Nederlander dat je wordt geconfronteerd met maatregelen die nodig zijn om de sociaal-economische achterstanden op te heffen. Want die zijn natuurlijk pijnlijk voor de autochtoon, althans voor de witte middenklasse.''

Volgens Koopmans heeft het segregatiebeleid zo bezien een zeer positieve kant voor autochtonen, die zich op deze manier kunnen onttrekken aan de migranten en daar ook nog een goed gevoel bij kunnen hebben. ,,Als alle pleitbezorgers van multiculturalisme die hun kinderen zelf niet naar een zwarte school willen sturen hun mond zouden houden, zou het heel stil worden in het minderhedendebat.''

Koopmans is voorstander van (vrijwillige) spreiding en vond het recente debat daarover een verademing. Wat nodig is om integratie te bevorderen en segregatie tegen te gaan is witte scholen en witte wijken toegankelijk maken voor allochtonen. Ook veel allochtonen willen liever ergens anders wonen dan in de Bijlmer of Delfshaven.

,,Je kunt inderdaad spreken van apartheid. Een goed bedoelde apartheid misschien, maar wel apartheid. Het is niet een openlijk racistisch gedrag. Maar individueel rationeel gedrag dat op collectief niveau tot segregatie leidt.'' Inburgeringscurssussen moeten beter worden, met sancties voor mensen die niet op les verschijnen. Gemeenten zouden ouders kunnen verplichten hun kind in de eigen wijk naar school te sturen.

Koopmans voorziet grote problemen als de segregatie nog vijf jaar door de politiek wordt genegeerd. ,,Er is veel onvrede onder de allochtone bevolking. Op een gegeven moment zullen ze het niet meer pikken dat velen van hen werkloos zijn of in de gevangenis zitten. Het belangrijkste is echter de noodzaak van een omslag in denken op lokaal niveau. Juist de mensen op de werkvloer, die het overheidsbeleid uitvoeren moeten gaan beseffen dat segregatie een slechte zaak is. De overheid moet resoluut inzetten op het stimuleren van gemeenschappelijke waarden en op contacten tussen autochtonen en allochtonen.``

Deel dit artikel