Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Godsdiensttwisten in Iran / Soefi’s gevaar voor positie ayatollahs

Home

door Eildert Mulder

Soefi’s in Iran kregen celstraf en zweepslagen opgelegd, nadat hun ’hoesseinia’ in Qom was platgewalst. Ayatollahs vrezen concurrentie van een vriendelijker islam.

Ook al is de verpakking verheven en theologisch, toch hebben conflicten in Iran vaak een platte, materiële achtergrond.

Op de achtergrond speelt de vraag aan wie Iraniërs hun vrijwillige godsdienstige belasting zullen afdragen: aan de ayatollah van hun keuze of, wat steeds meer lijkt te gebeuren, liefdadigheidsinstellingen van mystieke soefi-ordes.

Dat zegt Seyed Mostafa Azmayesh, buiten Iran vertegenwoordiger van de eeuwenoude Nematollahi Gonabadi-orde.

Vorige week veroordeelde een Iraanse rechtbank 52 aanhangers van die soefi-orde tot een jaar cel, 74 zweepslagen en een geldboete. Twee advocaten kregen een schorsing van vijf jaar. De veroordeelden gaan in beroep.

De vonnissen zijn de voorlopige ontknoping van een rel, die vorig jaar in Qom de vastenmaand ramadan verstoorde en eind januari tot een tweede uitbarsting leidde.

Leden van de basidj-militie walsten toen een samenkomstgebouw van de soefi’s plat. Na afloop zetten ze bij de ruïne een tent op, waarin ze verboden spullen tentoonstelden, zoals wapens en drugs, zogenaamd aangetroffen in het verwoeste gebouw. De schooljeugd moest een verplicht kijkje nemen.

Seyed Mostafa Azmayesh woont in Parijs en reist geregeld naar Nederland, om daar de contacten met aanhangers van de orde te onderhouden.

„De soefi’s zijn een strategisch gevaar voor de ayatollah’s”, legt hij uit op zijn logeeradres in een hotel in het Noord-Hollandse Schagen.

Azmayesh spreekt vloeiend Engels en Frans. Aan de Sorbonne-Universiteit in Parijs studeerde hij rechten en islamologie. Sinds begin jaren tachtig woont hij in de Franse hoofdstad.

Toen het gebouw in Qom bezweek onder de bulldozers kreeg hij via de mobiele telefoon een rechtstreeks verslag.

Vroeger was dat anders. Azmayesh: „In 1978 verbrandden ze een gemeenschapsgebouw van de soefi’s in Teheran maar dat drong pas veel later tot de buitenwereld door”.

Azmayesh geeft in een paar pennenstreken de lastige relatie weer tussen soefi’s en de de sjiitische hoofdstroom in Iran. Soefi’s hebben een gedoogstatus, als ze tenminste hun plaats kennen.

Ze erkennen de Koran en de overgeleverde uitspraken van de profeet, maar hechten tegelijk veel waarde aan een persoonlijk contact met het goddelijke, via een leidsman, een hadi.

Azmayesh: „Ik ken de Koran en ook de tradities. Maar bron van inspiratie is het directe contact”. Een theoloog, zegt hij, kijkt naar het verleden, omdat hij constant bezig is met oude teksten. „Onze blik is op de toekomst gericht, de evolutie.” Dat directe geestelijke contact is ook buiten de islam mogelijk. „Het soefisme was er veel eerder dan de islam,” zegt Azmayesh, die denkt dat Mohammed voor zijn roeping een mysticus was. Ook van de ayatollah Khomeini, stichter van de islamitische republiek, ging het verhaal dat hij zich aangetrokken voelde tot de soefi-mystiek.

Er waren daarom geestelijken, die geen drinkbeter wilden aanraken, waaruit Khomeini zijn dorst had gelest. Toen Khomeini zich actief met de politiek begon te bemoeien was zijn interesse voor de soefi-mystiek getaand.

Soefi’s beroepen zich vooral op oude, ’Mekkaanse’ hoofdstukken van de Koran. Daarin herkennen ze veel mystiek. De orthodoxie ziet meer in jongere, ’medinensische’ korangedeelten, omdat die meer aanknopingspunten leveren voor de religieuze sjariawet.

De laatste jaren trekt het soefisme in Iran veel nieuwe aanhangers. Azmayesh: „Er zijn mensen bij, die echt gevoel hebben voor het directe, geestelijke contact. Anderen worden vooral soefi uit afkeer tegen de ayatollahs.”

Na bijna 30 jaar islamitische republiek hebben veel mensen genoeg van de traditionele islam. De soefi’s bieden een uitweg, bij hen vinden mensen een andere sfeer, zonder dat ze met hun religie hoeven te breken. Want de beleving mag verschillen, moslims zijn de soefi’s wel.

Ayatollahs worden nerveus van de opkomst van de soefi’s want die tast hun machtsbasis aan.

Het aantal leerlingen bepaalt het aanzien van ayatollahs. Die leerlingen onderhouden ze vanuit de religieuze khomsbelasting. Gelovigen dragen die af aan de ayatollah van hun keuze. Maar uit onvrede over de islamitische republiek geven mensen steeds vaker hun geld aan soefis.

De campagne tegen soefi’s in de stad Qom stond onder leiding van vijf ayatollahs: Shirazi, Hamadani, Lankerarni, Jarzdi en Golpeyegani.

Tot vier jaar geleden waren er in Qom weinig problemen. De soefi’s kwamen bijeen in wat ze een khaneqa noemen, een bescheiden gemeenschapsgebouw. Het doet denken aan de manier waarop vroeger, in de tijd van de Nederlandse Republiek de niet hervormde gemeenschappen kerkten, ook onopvallend, in schuilkerken.

Zestien jaar geleden overleed Mohammad Shariat, de sjeik van de Nematollahi Gonabandi-soefi’s in Qom. Zijn zoon volgde hem op. Hij stoorde zich na verloop van tijd niet langer aan de ongeschreven wet dat de soefi’s zich bescheiden moeten opstellen en bouwde het huis van zijn vader uit tot een ’hoesseinia’.

Bij sjiitische moslims is de hoesseinia het tweede grote gemeenschapsgebouw, na de moskee. De hoesseinia is vernoemd naar de kleinzoon van de profeet Mohammed, Hoessein, die ruim twaalf eeuwen geleden sneuvelde. Er waren ayatollahs, die het best vonden dat ook soefi’s een hoesseinia bouwden maar anderen vonden dat een provocatie.

De autoriteiten brachten eerst formele argumenten in stelling, het gebouw moest worden aangemerkt als een persoonlijke woning en fungeerde feitelijk als een gemeenschapsgebouw, zonder vergunning. Advocaten van de soefi’s vonden daar een juridische constructie op, door het gebouw onder te brengen bij een religieuze stichting.

In Iran is niet voor niets het schaakspel uitgevonden, de autoriteiten bedachten een tegenzet, het ministerie voor religieuze stichtingen benoemde een manager voor het gebouw. De afgelopen ramadan kwam het tot de eerste botsing. ’Extremistische jongeren’ bezetten de soefi-hoesseinia.

Daarop trommelde de soefi-sjeik jonge aanhangers op, derwisjen, die de extremisten wegjoegen. Voor ayatollah Shirazi (die overigens in 2004 in een fatwa de moord op Theo van Gogh veroordeelde) was de maat vol. Hij noemde de derwisjen onrein, ze ’bevuilden’ de stad Qom.

Hij stelde een ultimatum aan de regering: of jullie gooien de derwisjen eruit of wij doen het zelf.

De autoriteiten drongen er bij beide partijen op aan om te praten. Er kwam een vergelijk, de derwisjen mochten nog een paar maanden in het gebouw blijven, tot de tiende van de maand moeharram, die samenviel met 31 januari.

Intussen liepen bij soefi’s in heel Iran de gemoederen hoog op. Ze zagen een gevaarlijk precedent, want ook in veel andere steden zijn soefi-hoesseinia’s. Met argusogen keken ze daarom naar Qom.

Een soefisjeik trok zelfs een vergelijking met de roemruchte slag bij Kerbela, waar de heilige Hoessein sneuvelde. Daarmee kreeg de botsing een heel zware, religieuze lading.

De soefi’s kregen steun van jongeren uit Qom maar de basidji’s wonnen. Behalve de hoesseinia walsten ze ook het huis van de sjeik plat.

Sindsdien zijn de ayatollahs in drie kampen verdeeld. Tegenover Shirazi en de zijnen staat ayatollah Montazeri, de bejaarde geestelijke, die lang tweede man achter Khomeini was maar in ongenade viel, toen hij protesteerde tegen massa-executies. Hij is heel boos over de gebeurtenissen in Qom.

Azmayesh zwaait de oude Montazeri, die steun kreeg van andere hervormingsgezinde ayatollahs, veel lof toe. En dan is er onder de

ayatollahs een derde kamp, veruit het grootste, dat van de zwijgers.

Zij weerspiegelden de houding van de regering, die met de situatie geen raad wist. Ze zat, met de oorlogsdreiging op de achtergrond, ook niet te wachten op dit conflict.

Noch geestelijke gids Ali Khamenei noch president Ahmedinejad zei veel. Uiteindelijk lijken ze, getuige de vonnissen, toch hun knopen te hebben geteld.

Deel dit artikel