Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Gods brandweerman

home

AGNES AMELINK; CHRIS RUTENFRANS

ROTTERDAM - Mensen stappen tegenwoordig veel vaker naar de rechter dan pakweg 25 jaar geleden. Ruzie met de buren, een conflict met school, met de werkgever, de goede naam te grabbel, een onwelgevallig bouwplan: een procedure is snel aangespannen.

Bij gebrek aan overeenstemming over wat kan en wat niet kan in het maatschappelijk verkeer, moet de rechter steeds vaker het beslissende woord spreken. Maar de juridisering van de samenleving neemt niet alleen toe doordat conflicten tussen burgers onderling vaker door de rechter worden beslecht. Ook op de politieke besluitvorming krijgen rechters steeds meer invloed. Er zijn zelfs critici die vrezen dat het democratisch bestel door deze ontwikkeling ondermijnd wordt.

In hoeverre hebben de kerken met deze juridisering te maken? De afgelopen jaren zijn er steeds vaker signalen gegeven dat ook onder georganiseerde gelovigen de verhoudingen verhard zijn. Soms komen conflicten naar buiten omdat de partijen vechtend over straat rollen: bijvoorbeeld in Ried, waar een hervormde dominee zijn huis werd uitgezet, of in de Westerkerk.

Maar ook zonder dat de zaken op scherp komen te staan, is men in de kerk meer eisen aan elkaar gaan stellen dan vroeger. Een jaar geleden klaagde de eerbiedwaardige Bond van Nederlandse predikanten bijvoorbeeld openlijk over kerkenraden, die weinig clementie zouden hebben met vooral beginnende dominees die uit onervarenheid soms uitglijers maken.

De hervormde ds Laurens Korevaar (52) weet ervan mee te praten. Tien jaar lang is hij voorzitter geweest van het hoogste college dat in de Nederlandse hervormde kerk belast is met het opzicht: de visitatoren-generaal. Per vandaag heeft hij het voorzitterschap overgedragen aan ds J. Stelwagen.

“Ook kerkmensen zijn bij onenigheid minder geneigd tot geven en nemen”, zegt hij, “maar dat betekent nog niet dat zij ook sneller naar de rechter stappen”. In de afgelopen tien jaar is het aantal rechtszaken waar de hervormde kerk bij betrokken is niet noemenswaard toegenomen. Ook was er geen duidelijke toename van de kwesties die aan de hoogste visitatoren werden voorgelegd. De visitatoren-generaal hebben gewoonlijk zo'n drie tot vijf 'lopende zaken', die meestal enkele maanden in beslag nemen.

“Toch is de cultuur in de kerk veranderd”, constateert Korevaar. Want ook zonder harde cijfers kun je vaststellen dat de verhouding tussen predikant en gemeente problematischer is geworden. Als eerste oorzaak daarvan noemt hij het feit dat hervormde gemeentes veel pluriformer zijn geworden. De toegenomen mobiliteit heeft van homogene dorpsgemeenschappen bonte lappendekens gemaakt. Bovendien pakken mensen hun auto gemakkelijker om naar een naburige gemeente te rijden waar de kerkdienst beter bevalt. Tegelijkertijd neemt de bereidheid af om zaken waarmee men in zijn kerk minder gelukkig is te accepteren.

“De meeste conflicten”, zegt Korevaar, “doen zich daarom voor in kleine en middelgrote gemeentes, waar niet zo gemakkelijk een uitwijkmogelijkheid voorhanden is.”

Hoewel Korevaar wel gekscherend de paus van de hervormden genoemd is, gaat de feitelijke macht van de visitatoren niet zo ver. “De enige formele bevoegdheid die we hebben is dat we kerkleden kunnen dwingen om voor onze commissie te verschijnen. En als ze komen, dan praten ze ook wel, leert de ervaring. Dat lijkt misschien niet veel, maar toch blijk je op deze manier mensen met elkaar in gesprek te kunnen brengen die soms al jaren langs elkaar heen liepen.”

De visitatoren-generaal - tien hervormde leden, sinds kort aangevuld met één gereformeerde en één lutherse vertegenwoordiger - vormen de hoogste bemiddelende instantie in de hervormde kerk. Zij worden pas ingeschakeld als de classicale en provinciale visitatoren er niet uitkomen. Wel geven zij tussentijds veel adviezen aan de gewone kerkvisitatoren. In totaal zijn er daar 300 van, vier per classis. Bij wijze van constante kwaliteitsbewaking bezoeken ze alle hervormde gemeentes eenmaal in de vijf jaar. Daarnaast worden ze ingezet als een soort brandweer bij conflicten.

Hun werkwijze is steeds dat ze alle partijen horen en vervolgens advies uitbrengen. Machtsmiddelen om die adviezen op te leggen hebben ze niet, maar met overredingskracht worden de meeste zaken opgelost. Een enkele keer gaan de verschillen zo diep dat alleen de oprichting van een aparte deelgemeente uitkomst kan brengen; ook wordt wel een beroep gedaan op artikel 13.30 van de kerkorde: de losmaking van gemeente en predikant, zonder dat één van beide als de schuldige wordt aangemerkt.

Korevaar benadrukt dat het over het algemeen reuze meevalt met de moeilijkheden. Van de 1500 hervormde gemeentes komen er per jaar maximaal 50 met de visitatoren in aanraking.

Waar blijven dan toch die verhalen over verharding vandaan komen? Korevaar: “Je moet gewoon vaststellen dat het besef dat je als kerk een gemeenschap vormt minder wordt. Een waarde als verzoening, de keuze om eens een keer de minste te willen zijn - dat is afgenomen. 'Ik heb gelijk en ik zal het krijgen ook', is de houding die je vaak tegenkomt.”

Vaker dan vroeger, merken Korevaar en zijn collega's, vragen mensen of ze bij het gesprek een raadsman mogen meenemen; men doet aan dossier-opbouw. Korevaar: “Daar krijg ik dan toch een unheimisch gevoel van. Wat kun je als visitator in zo'n sfeer nog beginnen?”

Juridisering van de samenleving of niet, voor de kerk geldt Paulus' oproep 'Gij geheel anders!', vindt Korevaar. “Dat 'anders' is dat je als kerk eerst zoekt naar mogelijkheden om er met elkaar uit te komen. Ik denk daarbij altijd aan wat Jezus zegt in de Bergrede: Als je op weg bent naar het altaar en je herinnert je dat je broeder iets tegen je heeft, dan moet je het éérst met hem in orde maken. Daarna kun je pas naar God.”

Met die nadruk op verzoening en vergeving loopt de kerk wel het risico dat ze zaken met de mantel der liefde bedekt en zo geen recht doet aan de slachtoffers.

Korevaar: “Als mensen doelbewust mensen of middelen misbruiken, moet er iets gebeuren. Als er sprake is van een strafbaar feit, dan moet de weg naar justitie worden gewezen. Dat gebeurt ook wel in de praktijk. De weg van de verzoening kan nooit in de plaats komen van recht doen, maar is daar onderdeel van.”

“Maar juist ná een rechtszaak is er werk voor de visitatoren. Anders dan in de maatschappij moeten dader en slachtoffer na afloop weer door één kerkdeur kunnen. Het gaat om Vergeving én Vergelding, leerde ik van dr E. L. Smelik. In de Bijbel is er een evenwicht. Tegenwoordig ligt de nadruk vaak op de vergelding, maar vergelding maakt nooit de weg vrij voor mensen om samen verder te gaan. Recht doen en vergeven horen bij elkaar, zoals twijfel en geloof ook twee kanten zijn van dezelfde medaille.”

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.