Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

God in de Friese Wouden en pronkstukken op de Groninger klei

Home

SYBE RISPENS

Veen hebben ze hier nog wel, maar wouden? Weinig. Wat hier nog het meest herinnert aan de uitgestrekte bossen die er vroeger op de veengrond hebben gestaan zijn de plaatsnamen: Damwoude, Oudwoude, Wouterswoude... Wie Friesland alleen maar kent van de meren in het zuiden of de waddeneilanden in het noorden kijkt hier zijn of haar ogen uit. Letterlijk, want buiten de bebouwde kom, 'op 'e romte', is het plat en groen. De verrekijker moet dus mee.

Net buiten Veenwouden is er al kilometers vrij zicht. Gras, koeien en een enkele kop-hals-rompboerderij domineren het beeld. Boven het bijna volmaakte biljartlaken drijven zware wolken, die zo uit de penseel van een zeventiende-eeuwse landschapsschilder hadden kunnen komen. Het fietspad loopt dwars door 'Houtwiel', een monument van wat eens een groot woud moet zijn geweest. Het pad komt uit op de 'Goddeloze Singel'. Je gaat je onwillekeurig afvragen hoe God uit de omgeving van deze singel is verdwenen. Zou het zijn gebeurd toen de machines kwamen, en de makelaars en de banken? Toen de echte boeren langzaam ten onder gingen? Geert Mak schrijft dat het zo in Jorwerd gebeurde. Maar hier is in geen velden of wegen een machine te bekennen. Zelfs geen lelijke electriciteitsdraden die het landschap kunnen verstoren. Die zijn een paar jaar geleden onder de grond gelegd. Dankzij de zelfde techniek die in Jorwerd zoveel slechts bracht.

Aan de andere kant van de provinciale weg staan er duidelijk meer bomen en krijgt het landschap de karakteristieke trek van de Friese Wouden: aan beide kanten van de smalle weg een lange rij elzen. Bij de windmolen gaat het linksaf, en dan, bij wat lijkt op de extreem lange oprit van de familie Feenstra op nummer 10, rechts. Hobbeldebobbel over het onverharde wegdek van de 'Joh. Dirkslaan' naar de grens tussen veen en klei. Hier is goed de overgang te zien tussen het meer intieme landschap van de wouden naar dat van de klei. De percelen zijn in de richting van Dokkum niet langer omzoomd met bomen of een houtwal. Het landschap gaat nu over in een open weide en akkerbouwgebied.

De verschillen tussen 'wâlden' en 'klaai' zitten niet alleen in het landschap, maar ook in de geaardheid van de bevolking. De 'klaai-friesen' staan te boek als net zo stug en rechtlijnig als de klei waarop ze wonen; de 'wâld-pyken' - letterlijk 'woudkuikens' - scharrelen meer, voor hun hoeft het allemaal niet zo streng. Tot deze eeuw was de vruchtbare kleistreek het rijkst. Hier woonden de grootste boeren en ontststonden de eerste steden. Maar na de oorlog, toen God boven de kleigrond van Jorwerd en omstreken verdween, draaide de boel om. Op het laagveen gedeide de industrialisatie goed, en de tot dan toe armoedige wouden bloeiden helemaal op. Dat is ongeveer in het kort hoe God in de wouden verscheen.

In de noordelijkste stad van Nederland is het een kwestie van het Dokkumer Grootdiep aan de rechter hand houden. Via de bolwerken gaat het richting Ee, over het 'jaachpaad'. Dit schilderachtige fietspad volgt kilometers lang de gewezen zeearm, die er tot in de zeventiende eeuw voor zorgde dat Dokkum een bloeiende havenstad was. Toen de zeearm onbevaarbaar werd, schoof Dokkum zijn haven naar voren. In Dokkumer Nieuwe Zijlen bepaalt de grote sluis nog steeds het gezicht, maar een havenstad is ook deze vooruitgeschoven post niet meer. In 1969 werd de Lauwerszee met een dijk afgesloten. Het gebied dat toen ontstond, de 'Kollumerwaard' is een uniek landschap. Voor vogels is het een paradijs. Voor fietsers voelt het allemaal nogal jong aan, met de nieuwbakken bossen en grazende Schotse hooglanders. Dankzij het onlangs gelegde fietspad naast de brede kwelderweg is het er lekker rijden. We laten Friesland achter ons.

In Zoutkamp, dat tot het einde van de vorige eeuw direct aan de zee grensde, is ook tegenwoordig nog de vislucht te ruiken. Daar zorgt de garnalenvangst voor. En de vistent achter de Friese Sluis. Voor het vinden van de juiste route is het hier even opletten. In het dorp rechts naar beneden, langs het Reitdiep. Dan op naar 'de schans' en ná huisnummer 8 rechtsom het fietspaadje in. Die fietspaden gaan hier soms dwars door de wei; onder de linker elleboog gras, onder de rechter elleboog gras. Prachtig.

Kort voor Leens gaat het rechts, het volgende 'jaagpad' op. Net als de vissers uit Zoutkamp, trokken de Groninger boeren in de vorige eeuw via het Hunsingokanaal naar de stad. Ze lieten daarbij een schuit door een paard over het kanaal trekken ('jagen'). Dat ging in meer dan een opzicht flink voor de wind. De negentiende eeuw is de gouden eeuw voor de Groninger boer. Graan en aardappelen voor de export naar Engeland maken in die tijd veel boeren steenrijk. Dat zie je nu nog aan de grote pronkerige boerderijen, vaak met nietige arbeidershuisjes ernaast. Anders dan de Friese kop-hals-rompboerderijen hebben de hoeves hier meestal twee enorme schuren. Eentje voor het vee en gereedschap, en eentje voor de opslag van de oogst. Sommige boerderijen hebben ook nog een gracht om de woning, zodat het verschil met een adellijke borg nog wat kleiner wordt. Het theemuseum in Houwerzijl doet ook een beetje aan Engelse adel denken.

Wie in Eenrum nog bij de zeehonden van Lenie 't Hart wil kijken, moet linksaf. Pieterburen ligt hier op nog geen vijf kilometer. Alle anderen volgen de bordjes naar Mensingweer. Over het volgende jaagpad gaat het dan naar ons einddoel Winsum. Hopelijk gaat dat voor fietsers van nu net zo voor de wind als voor de Groninger boeren van toen. Al was het maar in één opzicht: met een zuidwester in de rug.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie