Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gobel, de eerste doelman die ballen ving

Home

Matty Verkamman

Just Gobel, een geniale doelman Just Gobel was een bescheiden asceet. Hij rookte niet, dronk geen alcohol en op ver gevorderde leeftijd bleef hij volharden in zijn standpunt dat het afgelopen moest zijn met de wierook die decennia lang op hem af kwam. Alle sportjournalisten van zijn tijd - en ook nog van ver na zijn tijd - bleven beweren dat hij Neerlands beste doelman was. Wat heet, misschien wel de beste van de hele wereld!

Toen hij al bijna negentig jaar was, werd Gobel nog steeds gevraagd te vertellen over zijn heldendaden van weleer. En dan vooral over de eerste zege op Engeland, in 1913 op Houtrust. De gepensioneerde kinderarts genoot tot op het laatst van zijn leven van voetbal, maar van de persoonsverheerlijking in zijn richting moest hij niets hebben. Om die reden meed hij interviews. In het begin van de jaren tachtig weigerde hij een nabeschouwing van zijn kant over die historische Oranje-overwinning op de Engelsen.

Vriendelijk doch beslist zei hij tegen een aandringende journalist: ,,Ach meneer, waarom wilt u nou toch steeds weer aandacht aan die wedstrijd besteden? Het ging om een wedstrijd tussen twee amateurteams, aan een wedstrijd tegen profs konden we toen niet eens denken. Schrijft u toch liever over die prachtige wedstrijd op Wembley, met Johan Cruijff en die twee doelpunten van Jan Peters. Dat was een veel grotere prestatie hoor. Daar kunt u vast en zeker een leuker stukje over schrijven.''

Leuke stukken werden voor, tijdens en na de eerste wereldoorlog in overvloed geschreven over Marius Just Gobel. Niet alleen leuke stukken trouwens, vaker nog bewonderende stukken. De rijzige, broodmagere keeper was een wonder tussen de palen. Een geniale doelman, die als eerste in Nederland het keepen 'wetenschappelijk' benaderde, zoals alom werd beweerd.

Gobel was zo goed, dat hij na de vijf oorlogsjaren automatisch weer werd gekozen in het Nederlands elftal, dat hij vanaf 1911 vrijwel ononderbroken had gediend. Na de laatste van drie interlands in 1919 zette hij er een punt achter bij Oranje. Zijn bijziendheid was een te grote handicap geworden.

Just Gobel was een vernieuwer. Nieuw was dat hij als opvolger van de stoere DFC-er Reinier Beeuwkes zich niet beperkte tot stomp- en trapwerk. Beeuwkes droeg hetzelfde tenue als de veldspelers en zo ging hij ook te werk. Hij was de elfde voetballer, die in het strafschopgebied de bal ook met de handen mocht raken. Gobel maakte er als eerste in Nederland een gewoonte van ballen te vangen.

Zijn eerste interland speelde hij nog net als de anderen in een oranje shirt, nadien trok hij een trui of een overhemd aan. Nooit eerder had men in Nederland een doelman gezien die het aandurfde in gestrekte vlucht de bal bij een aanstormende aanvaller van de voeten te plukken. Dat leerde Gobel nadat hij al in het Nederlands elftal had gedebuteerd. De doelman van Vitesse studeerde medicijnen in Utrecht, waar hij mocht mee trainen bij UVV. Het was bij deze club dat de Engelse trainer Fred Warburton hem het 'plukken' leerde.

Ir. Ad van Emmenes noemde Just Gobel lange tijd de beste Nederlandse keeper aller tijden. Pas na de doorbraak van Jan van Beveren, eind jaren zestig, gaf de 'voetbalprofessor' aan, dat een talent was opgestaan, dat mogelijk de evenknie van de wonderdoelman uit Arnhem zou kunnen worden. Qua lenigheid en lengte moeten Gobel en Van Beveren vergelijkbaar zijn geweest.

Gobel had echter één voordeel op Van Beveren. Hij kon zelf ook goed voetballen. Hij was puur linksbenig en nam bij Vitesse vaak de strafschoppen. Kwam hij anderzijds zelf als keeper oog in oog met een penalty-schutter te staan, dan kwam hij opvallend vaak als winnaar uit de strijd. ,,Op trainingen kon ik bijna nooit een penalty stoppen. In wedstrijden kon ik mij blijkbaar optimaal concentreren. Anders dan op trainingen speelde in wedstrijden ook een stukje psychologie een rol.''

Gobel werd 92 jaar, hij overleed in 1984. Lange tijd was hij de eerste geneesheer aan het sanatorium 'Groot Blaricum'. In 1928 werd hij arts, vier jaar later werd hij in Berlijn doctor in de geneeskunde. Gobel speelde 22 interlands.

Deel dit artikel