Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gillen voor een spin, puberaal meisjesgedrag of echte angst?

Home

Maaike Bezemer

Een dochter van vijftien lijkt steeds heftiger te reageren op beestjes. Alleen al bij het zien van een huisspin of hooiwagen rent ze gillend weg. © Thinkstock
Opvoedvraag

Wat moet je met een meisje dat in paniek schiet bij elke spin of wesp?

Een dochter van vijftien lijkt steeds heftiger te reageren op beestjes. Alleen al bij het zien van een huisspin of hooiwagen rent ze gillend weg. Tijdens een vakantie sneuvelde haast het ontbijt, toen er een wesp rond de jam cirkelde en ze de tafel bijna omtrapte. "Dochter weet dat spinnen niet gevaarlijk zijn. Nadat de wesp onder een glas was gevangen, nam de paniek voor dat beestje ook af. Ze bekeek hem zelfs van dichtbij", vertelt vader. "Met interesse."

Lees verder na de advertentie

De uitleg dat wespen zelden steken zolang ze niet in de verdrukking zitten, nam ze volgens hem ter harte, maar tot een wezenlijke gedragsverandering heeft het niet geleid. "Is die onrealistische angst niet gewoon overdreven pubergedrag of aandachttrekkerij?"

Onvoorspelbare bewegingen

Rond de een op de tien mensen heeft een angst voor insecten, dus heel vreemd is dit gedrag niet, volgens klinisch psycholoog Peter Muris. Al begint het meestal op iets jongere leeftijd, rond acht jaar. Wat kleine dieren voor velen eng maakt, zijn hun onvoorspelbare bewegingen.

Iets dat evolutionair is vastgelegd, is lastig af te leren

Spinnenangst is waarschijnlijk van generatie op generatie doorgegeven. In de oertijd, toen 'we' nog op beesten jaagden en bessen verzamelden, was het beter insecten en spinnen te vermijden. Muris: "Overlevingsangst is functioneel. Die maakt dat je handelt."

Muris is hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Maastricht. Als cognitief gedragstherapeut behandelt hij kinderen en jongeren met angsten. Hij schreef onder meer het boek 'Monsters onder het bed', met tips voor ouders. Iets dat evolutionair is vastgelegd, is lastig af te leren, maar het helpt als vader zelf rustig blijft. "Mensen kunnen leren door gedrag van anderen af te kijken."

Omstanders kunnen nog weleens bot reageren op angsten, zegt Merel Kindt, hoogleraar klinische psychologie aan de UvA. "Vader moet geen spin voor de grap over haar rug laten lopen. Hij kan ook honderd keer zeggen dat haar angst nergens op slaat, maar dat verandert er niks aan." Zo'n wesp bestuderen is prima. Exposure werkt goed, vermijden niet. "Als het meisje beestjes uit de weg gaat, kan het een fobie worden, die haar echt belemmert", zegt Kindt.

Geen aanstellerij

Hormonaal gezien is de puberteit een roerige periode, ik kan me voorstellen dat de lichamelijke reactie bij angst wat heviger is

Merel Kindt

In Nederland heeft de mens weinig te vrezen van insecten. Bijten doen misschien enkele spinnensoorten, giftig zijn ze niet. Wespensteken doen zeer, maar als je twee keer in je leven gestoken wordt, is het veel. Hoe irrationeel ook, en hoe onbegrijpelijk voor anderen: de angst is geen aanstellerij, denkt Merel Kindt. "Vaak weten die gillende meisjes zelf ook wel dat zo'n spin ze niets aandoet. Maar de paniek is echt." Het kan dat meiden gedrag van elkaar zien en overnemen, erkent ze. "Mensen zijn gevoelig voor informatieoverdracht." Maar angst komt volgens haar eerder voort uit persoonlijke ervaring. Een keer flink schrikken, een spin die plots opduikt, kan al genoeg zijn.

Muris zou het gegil niet zomaar pubergedrag noemen. "Hormonaal gezien is de puberteit een roerige periode, ik kan me voorstellen dat de lichamelijke reactie bij angst wat heviger is, maar vijftien is bij uitstek de leeftijd dat je goed wilt overkomen. Het is niet heel chill om angstig om je heen te gaan slaan." Meidengedrag is het dan weer wel. Bij vrouwen komen dit soort angsten vaker voor.

Tien jaar geleden kreeg Kindt een grote subsidie om te onderzoeken hoe het emotioneel geheugen veranderd kan worden, bijvoorbeeld bij mensen met een spinnenfobie. Dat kan namelijk.

Bij de PsyPoli van de UvA werken ze zelfs met dikke vogelspinnen. De patiënt gaat de confrontatie aan met de spin en zo kan het geheugenspoor als het ware worden 'opengesteld'. Na de ontmoeting krijgt hij propranolol toegediend, een bètablokker die het oude angstspoor doorbreekt. "Veel mensen huilen of gillen tijdens de behandeling, maar als ze later terugkomen kunnen ze de spin op hun hand laten lopen", zegt de onderzoekster.

Met een eenmalige toediening van een bètablokker, op het juiste moment, werkt de behandeling het beste, maar de onderzoekster zou die aan kinderen niet zo snel voorschrijven. Zonder kan het ook, zegt Peter Muris. In kleine stapjes, steeds dichterbij, een steeds grotere spin. Hij heeft zelfs wel-eens gewerkt met wespen. "Als je die even in de ijskast houdt, worden ze wat slomer en kun je ook die op je hand laten lopen."

Deel dit artikel

Iets dat evolutionair is vastgelegd, is lastig af te leren

Hormonaal gezien is de puberteit een roerige periode, ik kan me voorstellen dat de lichamelijke reactie bij angst wat heviger is

Merel Kindt