Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Giftigewonderstruik

Home

MARCIA LUYTEN| MALI

Vruchtbaar en goedkoop Afrikaans land is gewild. Wereldwijd jagen zakenlui op dit 'groene goud' voor de productie van voedsel en biobrandstoffen. Foute zaak, zeggen mensenrechtenclubs en milieudeskundigen. Maar Afrikaanse leiders zijn dolblij met de investeerders. Wie heeft er gelijk? Trouw zocht naar antwoorden in Oost-, West-, en Zuidelijk Afrika. Deel 4: Biobrandstof uit Mali.

Het is een nog onbekende plant die, als we de zieners geloven, het nog ver gaat schoppen: jatropha. Hij wordt een meter of vijf, heeft grillige, vaalgroene bladeren en, bron van alle opwinding, hij produceert noten vol olie. De Malinese boer Aba Diarra (31) uit Koulikoro, een plaatsje aan de rivier Niger, 60 kilometer buiten hoofdstad Bamako, houdt in zijn handen een tros gele vruchten. De olie in de zaden is giftig. Vroeger is geprobeerd jatropha te eten, als medicijn. Dan kregen mensen diarree en zo kreeg jatropha de oud-Nederlandse naam 'schijtnoot'.

Intussen is bekend dat jatropha-olie in een motor kan. In de Verenigde Staten maakten vliegtuigen er proefvluchten op. Billy Glover, directeur duurzaamheid van vliegtuigbouwer Boeing meent zelfs dat jatrophaolie 'meer energie dan kerosine' levert en 'beter bestand tegen de kou' is. Niet zo gek dus dat menigeen denkt dat dit het nieuwe groene goud is.

Ook de Nederlander Hugo Verkuijl zit in de jatropha. Hij is directeur van Mali Biocarburant, dat noten koopt van kleine Malinese boeren als Diarra. "Zij plantten jatropha als een heg rondom hun velden met voedselgewassen, om het te beschermen tegen vee", vertelt Verkuijl. Jatropha komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika maar doet het goed in de Afrikaanse tropen. In Senegal, Burkina Faso, Ghana en Mali. Want waar het te droog is voor graan, gedijt wel jatropha, zo gaat de mare.

Behalve kleine spelers zoals Verkuijl, hebben ook grote investeerders zich op jatropha gestort. Niet altijd met succes. De Malinese investeringsmaatschappij Tomota Group kreeg honderdduizend hectare van de autoriteiten in het Office du Niger, een vruchtbaar irrigatiegebied rondom de rivier Niger. Het eerste proefveld met honderden hectare jatropha verpieterde omdat er in 2010 nog minder regen viel dan normaal. Vervolgens plantte Tomota aardnoten voor arachide-olie. Hetzelfde liedje: de oogst verdorde. Op het landbouwkerkhof van Tomota staan nu versleten machines.

Grootschalige landbouw brengt in Mali ook andere problemen met zich mee. Malibya, het investeringsfonds van wijlen Libisch leider Kadafi, wilde op schrale grond rijst verbouwen. Daarvoor groeven Chinezen het omstreden Malibya-kanaal, dat water van de Niger over 40 kilometer naar een areaal van 100.000 hectare voert. Leraar Tienty Tangara uit Kolongo, een dorp niet ver van Ségou, moest ervoor wijken. Hij had een ruim huis en een tuin van 70 vierkante meter waar hij eten verbouwde voor zijn zes kinderen - dat lukte niet van de 1,73 euro per dag die hij als leraar verdient. Nu staat hij op de brokstukken van wat zijn huis en tuin waren; platgewalst voor het grootste irrigatiekanaal van West-Afrika. Het bedrag dat hij ter compensatie kreeg, omgerekend 2400 euro, is volgens hem niet genoeg voor een nieuw onderkomen, "tenzij ik ga wonen voorbij die reptielenpoort". Hij wijst naar de bosjes een kilometer verder, "daar waar cobra's zitten".

Nu heeft Tangara nog een baan. De boeren van Sana-Madougou, een dorp 70 kilometer noordelijker, raakten hun bron van inkomsten kwijt toen bulldozers hun gierstvelden ombaggerden. Mali's grootste graanhandelaar, Modibo Kéita, had van de staat toestemming om tienduizenden hectare land te bewerken. Mannen en vrouwen wierpen zich voor de machines. Een 200 man sterke politiemacht sloeg ze de gevangenis in.

Sinds de val van Kadafi is het van rijstbouw trouwens niet gekomen en doet het machtige Malibyakanaal dienst als enorme wasbak. Agrarische schaalvergroting is in Afrika nu eenmaal lastig, zegt Thea Hilhorst, onderzoeker aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) en Mali-expert. "De bodem raakt snel uitgeput. Arbeidsmanagement is moeizaam. Er is in Mali nog nietsuccesvol grootschalige landbouw bedreven."

Nederlander Verkuijl pakt het kleiner aan. De boeren die jatropha leveren aan Mali Biocarburant zijn verenigd in coöperaties. In Mali zijn dat 5500 boeren. In buurland Burkina Faso 8000 en in Senegal 3000. Ze verkopen vaste hoeveelheden noten tegen vaste prijzen: 75 cfa, 11 eurocent per kilo. Gemiddeld oogst een kleine boer 1500 kilo per jaar en heeft dus 175 euro extra inkomsten.

"Wij malen de zaden tot een koek", vertelt Verkuijl. "De olie wordt gemengd met ethanol en als biodiesel verkocht aan bedrijven die er hun generator op laten draaien. De persrest van de noten mengen de boeren met kippen- of koeienmest en verrijken er hun grond mee." De opbrengst van gierst of maïs is door jatropha twintig procent hoger. De struik gaat erosie tegen. De wortelstructuur van de jatropha woelt de bodem los, waardoor die meer water kan vasthouden. Verkuijl zegt dat jatropha meerdere doelstellingen verenigt: betere grond, voedselzekerheid, duurzame energie én meer opbrengst voor de boeren. Voor zo veel win-win kreeg Mali Biocarburant in 2008 een Nederlandse prijs: Ei van Columbus.

De Afrikaanse boeren willen ook meedelen in de jatrophadroom. Wie met boer Aba Diarra over zijn veld loopt, ziet dat er nu veel schijtnoot tussen de maïs groeit, in plaats van eromheen. In buurland Senegal vervangen kleine boeren hun voedselgewassen voor de giftige struik. Uitgerekend Verkuijl houdt het hoofd koel. Volgens hem is het te vroeg voor grootschalige jatropha-productie. "Nu geeft de plant nog onvoldoende noten." Wel verwacht hij over vijf jaar een opleving. Dan zullen grote investeerders opnieuw tienduizenden hectare zoeken. "De plant is dan meer veredeld." En wat doet boer Diarra als de marktprijs voor jatropha verdubbeld? "Dan haal ik alle maïs van het veld en zet ik alleen nog jatropha neer."

Land is gratis in Mali
Grond is in Mali gemeenschappelijk bezit, alleen in het gebied Office du Niger is de staat eigenaar van alle land. Door het ontbreken van formele landrechten, is het relatief makkelijk om mensen van hun land te zetten ten faveure van investeerders. Terwijl de boeren goed georganiseerd zijn. De boerenorganisaties namen het voortouw voor de landwet van 2006. Boerenleider Ibrahim Coulibaly: "Een wet die het belang van de familielandbouw voorop stelt". Desondanks winnen grote investeerders het vaak van kleine boeren als het om land gaat. Hoe kan dat? Coulibaly: "Corruptie." Malibya, het investeringsfonds van wijlen Kadafi, mag de 100.000 hectare 49 jaar lang gebruiken - gratis -, zoals alle investeerders. Malibya legt weliswaar infrastructuur aan, het gerucht gaat dat de machthebbers in Office du Niger er niet slechter van zijn geworden. Bijna 600.000 hectare Malinese grond is in handen van buitenlanders.

'Niet genoeg water voor grootschalige landbouw'
KIT-onderzoeker en Mali-expert Thea Hilhorst is niet lyrisch over jatropha. Het heeft meer water nodig dan wordt gedacht. Ook andere gewassen hebben dat probleem, zegt ze. Zodra de Libische Overgangsregering de draad oppakt met de rijstbouw in Mali en met bewatering begint, ontstaat er watertekort in de regio. Hilhorst zegt dat de rivier Niger niet voldoende water heeft voor complete geïrrigeerde landbouw in het Office du Niger. "Tenzij water veel efficiënter wordt gebruikt, met ondergrondse bevloeiing zodat er minder verdampt, komen boeren en vissers stroomafwaarts in Mali, Niger, Benin en Nigeria in de problemen." Hilhorst waarschuwt ook voor de uitdijende velden met suikerriet; ook een gulzig gewas. Ze bevestigt dat jatrophawortels de bodem verbeteren, maar dat doen andere bomen ook. En soms beter. "Door het planten van een stikstofbindende acacia, zou de opbrengst van maïs veel meer verbeteren."

Deel dit artikel