Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gewone Amsterdamse jongen

Home

Van onze verslaggever

Hij was in de jaren zeventig voor Nederlanders de verbeelding van ’de miljonair’. Dat vonden zijn ontvoerders waarschijnlijk ook.

Een ontvoering is in Nederland niet meer zo uniek, sinds de zaken van Gerrit-Jan Heijn en Freddy Heineken en recent nog Claudia Melchers. Maar in 1977 was dat nog heel anders. Goed, in 1975 had de IRA Akzo-directeur Tiede Herrema gegijzeld. Maar dat was in Ierland, draaide om politiek en de ondernemer kwam na een maand vrij.

Zakenman Maurits Caransa was überhaupt er niet de man naar om zich te laten omgeven door lijfwachten en gepantserde ramen. Als er een hoteldeal gesloten moest worden en de tegenpartij keurig in pak gestoken aankwam, trof zij vaak een ontspannen Caransa in witte coltrui.

Caransa is altijd een gewone Amsterdamse jongen gebleven. Hij werd geboren in 1916 in Amsterdam als zoon van een Portugees-joodse kolenhandelaar. Lang studeren was er niet bij: de jonge Maurits had diverse baantjes: van straatverkoper tot autosloper.

De Tweede Wereldoorlog betekenden voor Caransa dertien weken in kamp Westerbork, maar hij mocht weer naar huis. Mogelijk speelde daarbij een rol dat Caransa in 1941 was getrouwd met Rika, een meisje van katholieke afkomst. Zijn ouders en drie broers overleefden de oorlog niet; zijn zus wel.

Na de oorlog verkocht Caransa auto-onderdelen en legermateriaal dat de bevrijders hadden afgedankt. Maar hij kreeg al snel door waar de grootste mogelijke inkomstenbron lag.

Het onroerend goed in Amsterdam was nog goedkoop, maar dat zou de komende decennia veranderen. Caransa kocht flink wat panden op, onder meer het befaamde Amstel Hotel en Hotel Américain. Hij zou ze later met grote winst verkopen.

In 1950 richtte hij de handelsonderneming M. Caransa BV op. Caransa zelf werd president-directeur en bleef dat tot op hoge leeftijd; de onderneming is nog steeds actief.

Aan het Rembrandtplein verwierf Caransa onder meer horecagelegenheid De Kroon, evenals zijn eigen hotel Caransa – dat hij pas in de jaren negentig van de vorige eeuw zou verkopen – en het befaamde Schiller. Dit viersterrenhotel verkocht hij echter samen met hotel De Doelen uit dezelfde categorie aan Krasnapolsky. Hij kocht vaak panden op om ze niet lang daarna weer van de hand te doen, wat hij onder meer deed met het Amstel Hotel.

Een speculant wilde hij zich niet noemen. Ooit zei hij eens in een vraaggesprek: „Ik ben gewoon handelaar in onroerend goed. Dat daar wel eens speculatie bijkomt, omdat een bepaald object in waarde stijgt, is alleen maar plezierig.”

Hoe gewoon Caransa ook bleef, de gewone Amsterdammer was minder te spreken over zijn investering in de bouw van het Burgemeester Tellegenhuis aan de Jodenbreestraat in de hoofdstad. Deze betonkolos, in gebruik door de Universiteit van Amsterdam, werd spottend het ’Maupoleum’ genoemd en in 1994 met de grond gelijk gemaakt.

Hoe rijk Caransa ook werd, hij bleef genieten van de gewone dingen van het leven. ’s Zondags bekeek hij de verrichtingen van Ajax. Ook had hij belangstelling voor de draf- en rensport. Om gezond te blijven zwom, fietste en wandelde de oud-worstelaar in het vlieggewicht veel. Bovendien deed hij aan bodybuilding.

Caransa hield van een dolletje en vond het vaak leuk een praatje te maken met het personeel in zijn hotels. Een grote liefhebberij van Caransa was bridge. Hij organiseerde en sponsorde internationale toernooien in Amsterdam en werd door de internationale bridgebond daarvoor ooit uitgeroepen tot personality of the year.

Voor de gemiddelde Nederlander stond Caransa in de jaren zeventig van de vorige eeuw model voor ’de miljonair’. Het was daarom wellicht niet verrassend dat mensen die op geld uitwaren, juist hem hebben uitgekozen.

Op 28 oktober 1977 werd Caransa in 1977 na een bridge-avond in de Continental-Club tegenover het Amstel Hotel in de hoofdstad ontvoerd. Het toeval wilde dat hij die avond zijn Smith and Wesson 38 Special niet bij zich droeg, terwijl hij die 9-millimeter-revolver meestal wel bij zich had, zo verklaarde hij later tegenover de Amsterdamse krant Het Parool.

Of hij de kans had gehad het vuurwapen te grijpen en zichzelf te verdedigen, betwijfelde hij overigens ten zeerste. De daders overrompelden hem compleet.

Vijf dagen later lieten de daders hem, na betaling van 10 miljoen gulden losgeld in nieuwe briefjes van duizend, ongedeerd vrij in Amsterdam-West. De afwikkeling van de ontvoering werd geleid door de Amsterdamse politieman Gerard Toorenaar, bekend als de ’meesterspeurder’. Hij kon de ontvoerders niet pakken.

Aanvankelijk werd gedacht aan een politieke zaak, naar aanleiding van enkele telefoontjes van de Rote Armee Fraktion, een Duitse terreurgroep die destijds niet voor extreem hard optreden terugdeinsde. Kort daarop bleek dat de RAF niets met de zaak te maken had.

Zijn ontvoerders heeft Caransa niet gezien. Zij droegen constant bivakmutsen en spraken alleen via een babyfoon met hem. Het enige wat de miljonair de politie kon meedelen was dat zij Engels spraken met een Zuid-Europees accent.

De zakenman heeft zelf onderhandeld over zijn vrijlating. De ontvoerders eisten eerst een bedrag van 40 miljoen gulden, zo vertelde het slachtoffer achteraf. Delen van het geld doken later op, maar de zaak bleef onopgelost.

De ontvoering van Caransa, de eerste echte gijzeling in Nederland die alleen om geld ging, zou een inspiratie zijn voor latere ontvoerders zoals die van Freddy Heineken, in 1983.

Na de ontvoering kwam Caransa nog één keer terug in de publiciteit. In het televisieprogramma Privé was hij te zien in een auto, met presentator Henk van der Meyden en een helderziende.

Deze laatste zou geblinddoekt de route kunnen nagaan die de ontvoerders van Caransa gereden zouden hebben naar hun schuilplaats. Het leverde niets op.

Op de achtergrond was Caransa nog wel actief. Zo stak hij geld in de Krant op Zondag, een initiatief van journalist Pieter Storms dat geen lang leven was beschoren. Andere investeringen van Caransa leverden hem wel geld op: hij stond op het moment van zijn overlijden nog steeds in de lijst van rijkste Nederlanders die het blad Quote samenstelt.

Uiteindelijk trok Caransa zich terug uit zijn onderneming en leefde hij teruggetrokken in Amsterdam. De site van Caransa B.V. meldt nog steeds geïnteresseerd te zijn in onroerend goed, met name als het gaat om hotels en horeca. Sinds afgelopen vrijdag zal de oprichter van de onderneming deze deals niet meer meemaken.

Lees verder na de advertentie
(Trouw) © ANP

Deel dit artikel