Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gevers moeten positief gevoel hebben bij hulp

Home

ERIK BOERRIGTER

Kleine hulporganisaties kunnen zorgen voor een gevoel van verbondenheid. Dat gevoel komt bij een volgende ramp goed van pas, stelt Erik Boerrigter.

adviseur Partin, branchevereniging voor particuliere initiatieven in internationale samenwerking
Een opbrengst van meer dan 25 miljoen euro voor de landelijke actie 'Help de Filippijnen' kan natuurlijk nooit het predikaat 'weinig' krijgen. Nederland is gul geweest, zeker als we het vergelijken met bijvoorbeeld de vier miljoen van de Belgen. Maar: het is wel een stuk minder dan de opbrengst na de tsunami in Azië (2004, 208 miljoen euro) en de aardbeving in Haïti (2010, 111 miljoen euro). Is Nederland in de laatste paar jaar plotseling geefmoe geworden? Dat is dan wel een hele snelle ommekeer: eerdergenoemde acties zijn van de laatste tien jaar.

Is de opbrengst minder door het gebrek aan consumentenvertrouwen van de laatste paar jaar? De angst om geld uit te geven lijkt het actuele probleem in Nederland en natuurlijk remt dat ook het geven van geld aan goede doelen. En toch: je hebt geen glazen bol nodig om te voorspellen dat straks het Wilhelminaplein in Leeuwarden vol mensen zal staan als het glazen huis voor de actie van Serious Request is opgebouwd. En dat er royaal gegeven zal worden. Evenementen ten bate van het goede doel leveren blijkbaar nog steeds enorm enthousiasme op bij het geefpubliek. Hoewel de Nederlandse samenleving als geheel steeds individualistischer wordt, lijkt het er op dat mensen nog altijd een grote behoefte hebben om ergens bij te horen. Tijdens het evenement ontstaat saamhorigheid. Om met hoogleraar Schuyt te spreken: er is sprake van een vorm van oranjegevoel door het 'samen geven'.

Oranjegevoel
Ook zonder grote evenementen en zonder een oranjegevoel is er een mogelijkheid om onder gevers saamhorigheid en verbondenheid te creëren. De kleine goede doelen tonen dat aan. Bij Partin, de branchevereniging voor particuliere initiatieven in internationale samenwerking (kleine goede doelen, vooral vrijwilligersorganisaties), zien we een doorlopende geefbereidheid en zelfs een stevige groei in de opbrengsten van de aangesloten stichtingen. Twintig procent per jaar is niet uitzonderlijk.

Hoe komt die groei tot stand? Mijns inziens hangt dit voor een groot deel samen met de mate waarin kleine goede doelen op min of meer persoonlijk niveau met hun achterban communiceren. Met vrijwilligers die komen helpen een container te vullen, en met hun donateurs die in een persoonlijk contact worden voorgelicht over de besteding van hun geld. Die persoonlijke contacten zijn voor kleine organisaties een stuk eenvoudiger te onderhouden dan voor de grote. In de persoonlijke gesprekken over het goede doel laten kleine organisaties concrete resultaten zien. Vaak kleine resultaten, maar altijd duidelijke en zichtbare resultaten. Dat werkt bemoedigend voor de gever. De niet aflatende negatieve publiciteit rondom bijvoorbeeld de noodhulp na de tsunami en de aardbeving in Haïti daarentegen werkt ongetwijfeld ontmoedigend bij het publiek.

Jammer
Dat is jammer want misschien had de opbrengst van de landelijke actie 'Help de Filippijnen' veel groter kunnen zijn bij een meer positief gevoel over de hulp.

De kleine goede doelen kunnen noodhulp in het geval van de tyfoon Haiyan niet aan. Maar zij kunnen wel een rol vervullen bij de opbouw - vooral de organisaties die al jaren actief zijn in het betreffende gebied - en tegelijkertijd zorgen voor een gevoel van verbondenheid over internationale samenwerking in Nederland. Een goed gevoel over hulp is belangrijk, want een volgende ramp zal niet uitblijven en ook dan zal er weer een beroep worden gedaan op het Nederlandse publiek.

Deel dit artikel