Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gevangen door eigen hebzucht

Home

Han Koch

De bankensector kent inmiddels een lange lijst met uitglijders. Is de beursvloer een criminogene, misdaad opwekkende, omgeving die de handelaar steeds meer in zijn greep houdt?

Een tip voor de top van de zo geplaagde Franse bankgigant Société Générale: verkoop de kleding van de ontslagen handelaar Jérôme Kerviel niet. Het jasje van Kerviel, de man die de bank een verlies van 4,9 miljard euro bezorgde, zou nog wel eens geld waard kunnen worden. Vorig jaar april verkocht de curator van de omgevallen Britse Barings Bank het kledingstuk van Nick Leeson namelijk voor 41.000 dollar. Dat blauw-geel gestreepte jack had Leeson aan toen hij in 1995 de bank een verlies bezorgde van 1,4 miljard dollar. Volgens de overlevering zat het zweet van Leeson – het zou angstzweet zijn – er nog in omdat niemand het jasje wilde wassen.

De beide effectenhandelaren Kerviel en Leeson werden de afgelopen dagen vaak in één adem genoemd. Leeson (destijds 28) zette in 1995 een handeltje op voor zijn werkgever Barings Bank in Singapore. Hij kocht zogeheten futurecontracten en gokte op een stijgende beweging van de Japanse Nikkei-index. Hij zette daarbij nog eens een affaire met opties op die op dezelfde opwaartse trend was gestoeld. Geen risicobeheersing dus, maar verdubbeling van het risico.

Op de Amsterdamse Optiebeurs was destijds de reactie: onbegrijpelijk. Zelfs de grofste gokkers onder de Amsterdamse handelaren ging het gedrag van Leeson te ver. Kerviel deed hetzelfde voor zijn werkgever. Hij gokte eveneens met futures op een stijgende koers. Het werd een dalende. Ook hier werden opties niet benut om risico’s af te dekken.

Futures zijn termijncontracten. Partijen spreken af dat op een bepaald moment een bepaalde hoeveelheid goederen – dat mogen komkommers maar ook aandelen zijn – tegen een van tevoren vastgestelde prijs worden geleverd. Bij een future geldt een wederzijdse verplichting. De hoeveelheid moet door de een geleverd worden en door de ander afgenomen. Daar zit ook het verschil met de optie. De prijs en de hoeveelheid zijn bij de opties bepaald en de partij die zegt te zullen leveren, moet dat ook doen. Alleen hoeft de tegenpartij niet af te nemen. Dat maakt futures veel gevaarlijker dan opties: ook al is het betrokken goed veel minder waard geworden, dan nog moet men ze kopen.

Kerviel en Leeson zaten dus beiden in het gevaarlijke segment van de markt. Wie de lange lijst met uitglijders in de bankensector bekijkt, ziet dat het vooral mannen zijn die verantwoordelijk zijn voor de schandalen. Met name jonge mannen, want de snelle handel in de futures is niet geschikt voor wikkende en wegende vijftigers. Dat was in de tijd van Leeson zo, en dat is nu nog zo.

De handel vereist een grote mate van stressbestendigheid, een goed gevoel voor trends, een dosis durf en eigenlijk ook een beetje roekeloosheid. Dat laatste liever niet, zeggen de bankiers, maar vervolgens worden de prestaties van de handelaren aan bonussen gekoppeld waarop criminologen in het verleden wel het predikaat ’criminogeen’, misdaadopwekkend, plakten.

Leeson, inmiddels woonachtig in Ierland en directeur van de Ierse eerste divisie voetbalclub Galway United, geeft met een zekere regelmaat zijn commentaar op de criminogene wereld die hij in 1995 verliet en voor 3,5 jaar moest verruilen voor een gevangeniscel. „Roekeloos handelen is van alle dag’’, gaf hij als commentaar op de affaire-Kerviel bij de BBC. „Je kijkt nog steeds naar een situatie waarin de systemen en de controles nog niet toereikend zijn.’’ Leeson zal voorlopig wel zijn mond houden tot het volgende schandaal. Hij heeft aangekondigd slechts twee keer over de affaire-Kerviel te zullen spreken. Leeson laat namelijk zich betalen voor de analyses die hij geeft, en al te vaak een interview geven leidt tot een verminderde exclusiviteit, en dus een prijsdaling.

Anders dan Kerviel nu, maakte Leeson zich in 1995 direct uit de voeten. Er werd druk gespeculeerd over zijn verblijfplaats en er werd gejaagd op zijn vrouw Lisa. Voor Leeson mooie ingrediënten om zijn memoires te schrijven. Het verhaal ’Hoe een handelaar de 233 jaar oude Barings-bank ten val bracht’ werd verfilmd. Maar ’Rogue Trader’, met in de hoofdrol Ewan McGregor, was geen bijster spannende film. Een eventuele ’Rogue Trader 2’ rond Kerviel wordt zo mogelijk nog saaier. De Fransman is niet op de vlucht geslagen, leidt geen leven vol seks, drugs en rock-’n-roll en werkt keurig mee met de politie. Net zoals hij ook meewerkte met de bank om de schade te beperken.

De naam Kerviel zal over tien jaar nog wel in de toptien van beursschandalen prijken. Al was het maar omdat het schadebedrag van 4,9 miljard euro, bereikt door het handelen van één medewerker, bijna niet te overtreffen lijkt.

Toshihide Iguchi, werkzaam voor de Japanse Daiwa-bank, maakte op het filiaal in New York 1,1 miljard dollar zoek. Maar dat was dan wel de oogst van 11 jaar lang de regels van de bank overtreden. „Alle handelaren hebben de neiging in dezelfde val te trappen’’, zei Iguchi, die ooit psychologie studeerde aan de Southwest Missouri State University in Springfield. „Je denkt altijd een weg te vinden om de verliezen te herstellen.’’ Iguchi, die in 1995 tegen de lamp liep, zat 3,5 jaar vast.

Een jaar later struikelde Yasuo Hamanaka over zijn eigen handelsgedrag. Ook hij deed in futures – dit keer kopercontracten. Zijn werkgever Sumitono bleef achter met een verlies van 2,6 miljard dollar aan niet-geautoriseerde kopercontracten. In het relatief kleine koperwereldje had Hamanaka al de naam Mr. Copper, vanwege zijn agressieve handelsstrategie. Hamanaka zat acht jaar vast. Hij geldt als een van de zwaarst gestraften voor een vergrijp à la Leeson en Kerviel.

Tot de zwaar gestraften hoort ook John Rusnak. Hij zit een straf uit van 7,5 jaar voor het verstoppen van een verlies van 691 miljoen dollar bij zijn werkgever Allied Irish Banks. De handelaar uit Baltimore werkte overigens vijf jaar lang bij zijn werkgever en kon de verliezen zo lang verstoppen. Voorzover nu bekend, zijn de schadelijke posities die Kerviel innam relatief snel ontdekt. Dat zou erop kunnen duiden dat de controlesystemen die destijds tijdens de gevaarlijke handel van Leeson faalden, nu wel eerder werken.

Er zijn wel degelijk aanwijzingen dat het handelsgedrag van Kerviel vroegtijdig is opgemerkt. Zo zou in november 2007 Eurex, de Europese beurs voor de handel in van aandelen afgeleide producten, gewaarschuwd hebben voor Kerviels handelsgedrag. Société Générale heeft inmiddels erkend eind vorig jaar brieven van Eurex te hebben ontvangen over de risico’s die de bank zou kunnen lopen. Waarom de risicovolle posities die Kerviel heeft opgebouwd pas half januari werden afgebouwd, is nog onduidelijk. Société Générale, de tweede bank van Frankrijk, heeft een onderzoek door externe experts gelast. Wat exact de opdracht van de externe onderzoekers is, is nog onduidelijk. Zij zullen er niet aan ontkomen iets te zeggen over de cultuur binnen de bank. Al was het maar om te begrijpen hoe Kerviel de kans kreeg de bank op zijn grondvesten te laten trillen.

„De beursvloer is een criminogene, misdaad opwekkende, omgeving waar hebzucht de handelaar in zijn greep houdt’’, sprak criminoloog Bob Hoogenboom in 1996. Hij had een onderzoek gedaan naar de cultuur op de Amsterdamse effectenbeurs. Zijn onderzoek werd niet direct met gejuich ontvangen – de beurshandelaren hadden het niet zo op pottenkijkers die hen de les kwamen lezen. Hoogenboom schetste de handelaar als een gevangene van zijn eigen hebzucht. Naarmate de handelaar meer ging verdienen, nam de gretigheid om nog meer binnen te halen toe. Daarmee kwam de grens tussen legaal en illegaal handelen snel in zicht. Die gretigheid was niet alleen ten behoeve van de eigen portemonnee, maar ook van die van klanten of de werkgever. Handelaren die grote risico’s durfden te nemen, genoten een groot aanzien op de beursvloer. De druk om te presteren en continu aan de hooggespannen verwachtingen te voldoen, vormen een onderdeel van het criminogene karakter van de omgeving waarin de handelaar werkt.

Die theorie van de uitglijdende handelaar lijkt nu ook op te gaan voor Kerviel. Hij werd aanvankelijk door de bank afgeschilderd als een zeer intelligente schurk die met de bij de bank opgedane kennis over de controlesystemen zijn eigen handeltje opzette. Die schets verdient bijstelling. Uit de uitgelekte politieverhoren blijkt dat Kerviel vooral mee wilde doen in de hoogste divisie van de bank. Hij wilde een hoge bonus ontvangen, niet alleen om het geld maar ook omdat de bonus een indicatie vormt voor de status van de handelaren. Dat Kerviel een veroordeling niet zal kunnen ontlopen, staat buiten kijf. Hij heeft erkend zich niet aan de regels te hebben gehouden. Dat maakt een veroordeling voor in ieder geval valsheid in geschrifte, in veel gevallen het basisdelict voor fraudevervolging, logisch.

Bepalend voor de strafmaat zal echter zijn of zijn werkgever niet medeverantwoordelijk is voor een sfeer waarin het delict kon plaatsvinden. In de Franse pers, maar ook in The Wall Street Journal, wordt gewag gemaakt van grote druk onder handelaren. Een medewerker van de vakbond CGT wijt zelfs drie zelfdodingen aan de druk op de handelsafdelingen van de bank. Zo zou in juni vorig jaar een medewerker van de afdeling waarop ook Kerviel werkte, van een brug zijn gesprongen. De man zou even daarvoor op het matje zijn geroepen voor verliezen ter waarde van 9 miljoen euro. In 2005 sprong een handelaar van de negende etage van het hoofdkantoor van Société Générale. In 2006 stapte een bankmedewerker voor de trein.

Het zijn feiten die ongetwijfeld door de verdediging aangevoerd zullen worden om het gedrag van Kerviel te verklaren. In de financiële sector wordt na een schandaal altijd geroepen dat de controles verfijnd moeten worden. Oog voor het criminogene karakter van de handel is er vooral in de rechtszaal.

Deel dit artikel