Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gestopte leraar mist de klas maar niet de werkdruk

Home

Petra Vissers

Basisschoolleerlingen buigen zich over de Cito-toets. © anp

Een lagere werkdruk en een hoger salaris zijn niet alleen belangrijk voor de basisschoolleerkrachten die vandaag de deuren van hun lokaal dichthouden en staken. Ook voor leraren die niet meer voor de klas staan maar in principe wel willen terugkeren, moet eerst de werkdruk omlaag en het salaris omhoog. 

Dat blijkt uit een enquête van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor Trouw, het Onderwijsblad en de Groene Amsterdammer naar de zogeheten ‘stille reserve’ in het onderwijs.

Lees verder na de advertentie
De stille reserve is vanwege het oplopende lerarentekort belangrijk voor scholen

Die stille reserve – de naar schatting 31 duizend mensen met een diploma van de pabo die niet in het basisonderwijs werken – is vanwege het oplopende lerarentekort belangrijk voor scholen. Deze oud-leraren zouden bij wijze van spreken morgen weer voor de klas gezet kunnen worden. Het ministerie van Onderwijs wil deze groep daarom vragen snel terug te keren.

Hart voor het onderwijs

De potentie is er, blijkt uit de enquête. Tweederde van de respondenten zou ‘zeker’ (19 procent) of ‘misschien’ (44 procent) weer willen terugkeren naar het basisonderwijs. Ze missen de kinderen en zouden best weer willen lesgeven. Het zijn de leraren die altijd hart zeggen te houden voor het onderwijs. Nog eens 29 procent lijkt het niet waarschijnlijk dat ze ooit weer terugkeren, maar gooit de deur niet definitief dicht.

Gestopte leraren missen dan wel hun klas, ze verlangen niet terug naar de stapels rapporten, veeleisende ouders of schamele salarisstroken

Maar er moet veel veranderen in het basisonderwijs willen die mensen het lerarentekort daadwerkelijk komen verzachten. In de top-vijf van redenen die respondenten geven waarom ze ooit gestopt zijn, staan een te hoge werkdruk, veel administratie, een te laag salaris, te weinig persoonlijke ontwikkeling en amper carrièrekansen. De hoge werkdruk en veel administratie worden meer genoemd naarmate juffen en meesters korter geleden gestopt zijn. Dat suggereert dat de werkdruk in de afgelopen jaren is toegenomen.

Gestopte leraren missen dan wel hun klas, ze verlangen niet terug naar de stapels rapporten, veeleisende ouders of schamele salarisstroken. Bijna de helft van de mogelijke terugkeerders (43 procent) wil meer tijd voor de leerlingen, 28 procent wil er wat betreft salaris niet op achteruit gaan en 27 procent wil meer ondersteuning in de klas voor kinderen met gedragsproblemen.

De mensen die aangeven dat een beter salaris een belangrijke voorwaarde is voor terugkeer, verdienen over het algemeen meer dan de mensen voor wie de loonstrook geen rol speelt. Verder is het salaris voor mannen belangrijker dan voor vrouwen.

De enquête is ingevuld door 561 oud-leraren, de resultaten zijn gewogen om de gehele populatie te weerspiegelen. De totale stille reserve is eerder in kaart gebracht door onderzoeksbureau CenterData en bestaat uit minimaal 31 duizend personen. Datzelfde bureau voorspelt, als er niets verandert, een tekort van vierduizend basisschoolleraren in 2020 en tienduizend in 2025.

De voorwaarden die de stille reserve stelt aan terugkeer voor de klas en de redenen die zij noemen om het basisonderwijs de rug toe te keren, zijn dezelfde die basisschoolleerkrachten vandaag neerleggen tijdens de nationale stakingsdag. Het PO front, een alliantie van vakbonden, werkgevers en de leerkrachten verenigd in PO in Actie, protesteert in het Zuiderpark in Den Haag voor meer geld voor het basisonderwijs. De 270 miljoen euro die het kabinet op Prinsjesdag aankondigde vinden zij bij lange na niet genoeg. Volgens de vakbonden is twee derde van de scholen in het primair onderwijs vandaag dicht.

'Het kabinet moet de portemonnee trekken'

Basisscholen kunnen de problemen met de hoge werkdruk en het lage salaris van leraren niet meer zelf oplossen, zegt voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad, de organisatie van schoolbesturen in het primair onderwijs. Om de leraren die ooit gestopt zijn weer terug te halen, moet een nieuw kabinet de portemonnee trekken, zegt Den Besten in een reactie op de enquête van Investico. 

Rinda den Besten. Foto: David van Dam © David van Dam

Wat kunnen scholen doen aan die hoge werkdruk?

“Op dit moment kan een school daar weinig aan doen. Werkdruk is een moeilijk fenomeen om te bestrijden. Maar een belangrijke factor is dat er meer handen nodig zijn in de klas. Meer conciërges, klassenassistentes en remedial teachers. Die zijn de afgelopen jaren grotendeels wegbezuinigd. Daarvoor is geld nodig. Hetzelfde geldt voor het verhogen van de salarissen. Met de 270 miljoen euro die het onderwijs op Prinsjesdag heeft gekregen, gaan we het niet redden.”

Uit de enquête blijkt dat leraren meer carrièremogelijkheden willen. Daar kunnen scholen toch over nadenken?

“Dat doen we ook. Samen met de vakbonden laten we ons bijvoorbeeld inspireren door het onderwijs in Singapore. Daar hebben ze drie specialisaties voor leraren: een die zich richt op curriculumontwikkeling, een voor leiderschap een over kwaliteitszorg. Dat biedt leraren extra uitdaging en er wordt extra salaris aan gekoppeld. Zo kan het ook. Maar ook daar is geld voor nodig. De problemen waar het onderwijs nu mee kampt, die gaan we als sector niet zelf meer oplossen. Vandaar dat ook wij de staking vandaag steunen.”

De regionale verschillen zijn groot. In de Randstad kunnen scholen geen leraren vinden, in andere regio’s zeggen juffen en meesters dat ze maar geen vast contract krijgen. Hoe komt dat?

“Een leraar in Delfzijl heeft inderdaad niets aan het lerarentekort in de grote steden. Dan zou je kunnen zeggen: we moeten die mensen zo ver krijgen dat ze verhuizen. Maar dat is best moeilijk. Want wie staan er over het algemeen voor de klas? Vrouwen. Die vaak in deeltijd werken en niet de kostwinner zijn. Daar vind ik van alles van, maar zo is het nu eenmaal. Zij verhuizen niet. Daarbij levert de verkoop van een huis in bijvoorbeeld Zeeland niet genoeg op voor een huis in Amsterdam. Je wordt lachend de bank uitgezet als je als leraar een hypotheek wil aanvragen voor zo’n stad.”

Een paar jaar geleden konden leraren geen baan vinden. Maar toen werd het lerarentekort al voorspeld. Hadden scholen in die tijd niet wat extra mensen moeten aannemen? Wat vet op de botten moeten kweken?

“Dat is precies het probleem. We hebben geen vet op de botten. In een sector waarin elk dubbeltje omgedraaid moet worden, kunnen scholen het zich niet permitteren extra mensen aan te nemen. Want de bekostiging van het ministerie komt per jaar en per kind. Wij zeiden in 2014 al tegen het ministerie dat we moesten anticiperen op het lerarentekort. Dat is niet gebeurd en dat nemen we de minister kwalijk.”

Het onderwijs heeft toen extra geld gekregen voor extra leraren.

“Dat geld was bedoeld om drieduizend leraren, in het primair en voortgezet onderwijs, te behouden. Dat is voor een groot deel gelukt. Maar er wordt een tekort voorspeld van tienduizend leraren in 2025. Dat was voor scholen niet op voorhand te financieren.”

Lees ook het verhaal van drie ex-leraren: Met pijn in het hart niet meer voor de klas

Deel dit artikel

De stille reserve is vanwege het oplopende lerarentekort belangrijk voor scholen

Gestopte leraren missen dan wel hun klas, ze verlangen niet terug naar de stapels rapporten, veeleisende ouders of schamele salarisstroken