Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gestolen en verkocht voor omgerekend duizend euro

Home

Maaike Homan

Duizenden families in Spanje zoeken de waarheid over de massale babyroof die onder de dictatuur van Franco is begonnen en vermoedelijk tot de jaren negentig doorging. Bij het halen van hun recht stuiten ze vaak op weerstand. „Ik wil mijn dochter vinden voordat ik doodga.”

De moeder van Paloma Helguera (39) heeft haar hele leven gehuild om haar gestolen baby. Ze heeft nooit geweten of het een jongen of meisje was. Na de bevalling is het kindje gelijk weggehaald. Overleden, volgens de verklaring van artsen. Het lijkje mocht ze niet zien. Het zou direct begraven zijn. Gestolen en illegaal geadopteerd, is het vermoeden van Helguera’s familie. „Mijn moeder heeft haar hele leven niets anders gedaan dan zoeken, zoeken, zoeken.”

Een verklaring voor de roof van haar broer of zus heeft Helguera niet. „Mijn moeder was niet politiek betrokken, zoals sommige ouders van gestolen kinderen.” Ze vindt dat Spanje de plicht heeft om de waarheid te achterhalen. „Zoveel mensen leven in onzekerheid. Zoveel families vertellen hetzelfde verhaal. Van toeval of een incident kan geen sprake zijn.”

Paloma Helguera is één van de bijna driehonderd familieleden die vorige maand in Madrid een gezamenlijke aanklacht indienden bij de procureur-generaal. Ze hebben zich verenigd in de landelijke vereniging voor illegale adopties, Anadir. Hun eis: een landelijk onderzoek naar de babyroof in Spanje tussen de jaren dertig en negentig van de vorige eeuw. Gehuld in T-shirts met de tekst ’Slachtoffer van babyhandel. Wij eisen gerechtigheid’ blokkeerden zij de straat voor het gerechtsgebouw. Tientallen binnen- en buitenlandse journalisten noteerden de verhalen van ouders, broers en zussen van de zogeheten niños robados (gestolen kinderen). Voorbijgangers kregen een flyer met de tekst: ’Wij zijn geen herinnering maar actuele geschiedenis. De waarheid is ons recht.’

De babyroof in Spanje begon tijdens de burgeroorlog (1936 – 1939), die werd uitgevochten tussen nationalisten en monarchisten (rechts) enerzijds en republikeinen, anarchisten en communisten (links) anderzijds. In 1938 overtuigde de psychiater en franquistische legerarts Antonio Vallejo Nágera dictator Franco ervan dat marxisten geestesziek waren en dat het Spaanse ras hiervan genetisch moest worden gezuiverd. Kinderen en baby’s van ’foute moeders’ die gevangen zaten, of in het ziekenhuis bevielen, werden weggehaald en verkocht aan ’goede’ families. Dit alles gebeurde met goedkeuring, en medewerking, van de katholieke kerk. In de jaren vijftig veranderde het motief voor de kinderroof geleidelijk van politiek naar economisch. Zelfs na de dood van Franco, in 1975, werd deze lucratieve handel vermoedelijk doorgezet.

Vanaf de jaren vijftig zijn voornamelijk baby’s weggenomen bij hun ouders. Moeders, vaak alleenstaand, uit de lagere klassen of prostituees, die bevielen in ziekenhuizen, hoorden na hun bevalling dat hun kind was overleden. Het lichaam mochten ze niet zien. „We hebben het al begraven”, was vaak het excuus. Anderen kregen andermans lijkje, dat speciaal werd bewaard in een mortuarium, in hun handen. Om alle sporen te wissen, werden documenten vervalst. Zo heeft een man een document waarin staat dat zijn broer aan ademhalingsproblemen is overleden, hoewel een ander document zegt dat de doodsoorzaak ondervoeding is. Een begrafenis kan op een ander document ineens een crematie zijn geworden.

Adoptieouders kregen een geboortecertificaat mee waarin stond dat zij de biologische ouders waren. Zij betaalden gemiddeld tussen de honderd- en tweehonderdduizend peseta’s voor een baby. Omgerekend tussen de duizend en tweeduizend euro, in de jaren zeventig de prijs van een appartement. Tussen de jaren dertig en negentig van de vorige eeuw zijn naar schatting tussen de dertig- en driehonderdduizend kinderen gestolen en illegaal geadopteerd. ARMH, de Vereniging voor het Herstel van het Historisch Geheugen, die zich ook met de babyroof bezighoudt, vermoedt dat baby’s niet alleen zijn verkocht aan Spaanse families. Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Nederland worden ook genoemd.

De families van deze gestolen baby’s en de niños robados zelf, willen nu hun recht halen. Maar dat gaat moeizaam. Over de burgeroorlog en de daarop volgende dictatuur wordt in Spanje liever niet gesproken. Toen Spanje in 1975 de overgang maakte naar een democratie, besloten links én rechts het verleden te laten rusten. Twee jaar later werd een amnestieregeling ingevoerd voor politieke misdrijven. Door Franco benoemde rechters mochten aanblijven.

Alles veranderde toen nabestaanden van republikeinse slachtoffers rond de eeuwwisseling hun familieleden wilden opgraven uit de vele massagraven die Spanje telt. De burgeroorlog begon te herleven. In 2007 werd de Ley de Memoria Histórica de España (Wet op het historisch geheugen van Spanje) aangenomen. Alle slachtoffers van de burgeroorlog en van de Franco-dictatuur werden hiermee erkend. Spanje’s beroemdste rechter, Baltasar Garzón, greep de wet aan om de misstanden van de dictatuur te onderzoeken. Hij liet massagraven openen en stelde voormalige leden van het Franco-regime in staat van beschuldiging. Hij stuitte toen ook op de massale babyroof. Tot de jaren vijftig zou het om dertigduizend kinderen zijn gaan, berekende Garzón. Hij kan zijn onderzoek niet voortzetten doordat Spanje’s nationale gerechtshof hem op grond van de amnestieregeling heeft teruggefloten.

Maar nu steeds meer families hun verhaal vertellen, is Spanje weer in de ban van de babyroof. Verschillende slachtofferverenigingen hebben de afgelopen maanden vergeefs een verzoek tot landelijk onderzoek ingediend. Het Platform voor Gestolen kinderen kreeg in december te horen dat de babyroof niet valt onder de Wet op het historisch geheugen. Tegen Anadir is vorige week gezegd dat een landelijk onderzoek niet mogelijk is omdat volgens het Openbaar Ministerie geen sprake is geweest van een landelijk netwerk. „Ieder gezin moet afzonderlijk een klacht indienen bij de lokale autoriteiten”, aldus een persverklaring van het OM.

Veel families hebben dit al geprobeerd maar vangen vaak bot. In vier steden is tot dusver een onderzoek ingesteld. Afgelopen week voegden de rechtbanken in Sevilla en in de Baskische provincie Álava zich hierbij. In Spanje’s rechtspraak geldt het verschil tussen links en rechts nog steeds. Sevilla meldde gisteren dat het onderzoek daar niet wordt doorgezet omdat ’als het al gebeurd zou zijn in die tijd, de zaak nu zeker is verjaard’.

Anadir-oprichter Antonio Barroso vindt het hoopvol dat meerdere provincies zich toch gaan inzetten voor het ophelderen van de babyroof. Maar voldoende is het niet, zegt hij. „Nu er geen landelijk onderzoek komt, rest ons niets anders dan een gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Wij zullen onze zoektocht niet stoppen.”

Het gebrek aan bewijs maakt een zoektocht voor veel families tot een onmogelijke opgave. Enrique Vila, advocaat namens Anadir, kan dat bevestigen. Hij denkt dat er een hele maffia is geweest aan artsen, begrafenisondernemers en tussenpersonen die hebben meegewerkt aan de illegale adopties. Juist daarom is een landelijk onderzoek zo belangrijk, zegt hij. De advocaat vindt dat geen regio mag ontsnappen aan een onderzoek. „Het hele land heeft decennia lang meegewerkt aan deze babyroof. Het gaat ons allemaal aan.” Emilio Silva, voorzitter van ARMH, schrijft in een e-mail. „We leven al jaren in een democratie. Wat tijdens de dictatuur is gebeurd , kan daarom niet ongestraft blijven.”

Lees verder na de advertentie
Leden van de landelijke vereniging voor illegale adopties Anadir demonstreerden onlangs in Madrid. Zij eisen een landelijk onderzoek naar illegale adopties (FOTO REYES SEDANO)

Deel dit artikel