Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gesprek over niet behandelen komt moeizaam op gang

Home

Edwin Kreulen

Artsen kennen vaak de mogelijkheid van het nieuwe consult niet. © ANP XTRA

Artsen maken nauwelijks gebruik van het nieuwe, uitgebreide consult waarin ze onnodige en dure behandelingen kunnen afraden.

Het 'intensief consult ten behoeve van zorgvuldige afweging behandelopties' is in de eerste helft van vorig jaar een kleine 250 keer gedeclareerd, zo blijkt uit cijfers van DBC Onderhoud, die ziekenhuisdeclaraties registreert. Bedenkend dat er jaarlijks alleen al 100.000 nieuwe kankerpatiënten zijn, beslaat die 250 maar een fractie. In driekwart van de ziekenhuizen is zo'n consult nog nooit gedeclareerd. Tijdgebrek zou een reden zijn die gesprekken niet te voeren.

Kijk- en luistergeld
Artsen hebben lang gevraagd om deze vorm van vergoeding, in hun kringen bekend als 'kijk- en luistergeld'. Hun klacht is dat ze wel betaald krijgen voor allerlei operaties, maar niet voor een uitgebreid gesprek waarin ze bijvoorbeeld een kankerpatiënt overtuigen dat de voordelen van een dure derde chemokuur niet opwegen tegen de bijwerkingen en het verlies van levenskwaliteit.

Extra behandelingen jagen de zorgkosten op. Daarom is dit nieuwe uitgebreide consult mogelijk gemaakt. Het moet gaan om een gesprek van minstens een half uur met een patiënt in de laatste levensfase en er hoeft geen concreet behandelbesluit uit te rollen; dat kan volgen in een later consult.

Onbekende mogelijkheid
Internisten voeren het meest deze uitgebreide gesprekken, blijkt uit een analyse van de cijfers. En vooral met patiënten met kanker. Ook urologen maken er gebruik van, doorgaans bij prostaatkanker. Bij dermatologen is de nieuwe consultvorm opvallend goed bekend en ook geriaters lijken die te ontdekken.

"Deze mogelijkheid moet meer bekendheid krijgen bij artsen en ziekenhuisbestuurders, want dit aantal declaraties stelt natuurlijk niks voor", zegt de Tilburgse hoogleraar Anne Roukema, oncologisch chirurg in het Elisabethziekenhuis in die stad. "In onze artsencultuur kiezen we nog te snel voor behandelen, terwijl nalaten van behandeling ook een mogelijkheid moet zijn."

Het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam, gespecialiseerd in kankerbehandelingen, zegt geen gebruik te maken van het nieuwe consult. "Er zijn andere manieren om diagnostiek zonder behandeling te declareren", zegt een woordvoerder.

Andere noemer
Hoogleraar Roukema: "Waarschijnlijk declareren veel artsen dit gesprek onder een andere noemer, namelijk palliatieve oncologische zorg. Dat veel ziekenhuizen niet deze nieuwe vorm gebruiken, wil niet zeggen dat artsen dit gesprek nauwelijks voeren. Dat doet men wel, maar het moet nog beter." Roukema pleit ervoor het 'goede gesprek' niet te beperken tot de laatste levensfase. "Neem een liesbreuk of galstenen, daar kiezen we nu nog te gemakkelijk voor een ingreep. Het is hoopgevend dat orthopeden deze mogelijkheid kennen; die nieuwe heup in het laatste levensjaar hoeft niet altijd."

Het nieuwe consult is een paradepaardje van artsenfederatie KNMG die probeert onnodige behandelingen in de laatste levensfase te voorkomen.

'Nieuwe richtlijnen'
Vandaag presenteert een werkgroep van de artsenorganisatie het rapport 'Niet alles wat kan, hoeft. Passende zorg in de laatste levensfase', met meer aanbevelingen hiervoor.

De werkgroep, onder voorzitterschap van voormalig gezondheidsinspecteur Gerrit van der Wal, vindt dat doktersorganisaties in hun richtlijnen moeten opnemen wanneer er niet behandeld moet worden. Tot nu toe staat daarin vooral te lezen wat men nog wél kan doen.

Patiënten die hoogstwaarschijnlijk in hun laatste levensjaar zijn beland, zullen dan mogelijk vaker van hun arts te horen krijgen: "Het spijt mij, maar door deze ziekte zult u waarschijnlijk op korte termijn overlijden". Het is van de manieren om te voorkomen dat dokter en patiënt automatisch kiezen voor een reeks behandelingen die vaak duur zijn en lang niet altijd voordelig zijn voor de patiënt, aldus de werkgroep in het rapport.

Deel dit artikel