Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gerlach: Ik laat me meenemen in de draaikolk van het gedicht

Home

Peter Henk Steenhuis

Wie zichzelf herleest, leest een grafschrift. Daarom spreken schrijvers meestal over recent of nieuw werk. Maar wat gebeurt er als schrijvers hun oude teksten onder de loep nemen? Een serie gesprekken met dichters die een oeuvre hebben opgebouwd waarnaar ze kunnen omzien in trots, verwondering en zelfkritiek.

In het boekje 'De invulbare ruimte,' dat dit jaar verscheen ter gelegenheid van de toekenning van de P.C. Hooftprijs 2000 aan Eva Gerlach, staat ook een soort interview: per e-mail beantwoordt de dichter schriftelijk gestelde vragen. Dit sterk geregisseerde gesprek is typerend voor Gerlach, zij is geen groot liefhebber van de openbaarheid, beschouwt zichzelf niet als de eerste en beste uitlegger van haar poëzie, en als er dan toch wat over haar werk gezegd moet worden, dan dient dit nauwkeurig en weloverwogen te gebeuren.

Voordeel van deze werkwijze is dat je zo'n gefingeerd gesprek, dat de prachtige titel 'Niet alles, niet werkelijk, niet hier' meekreeg, bijna kunt lezen als een programmatisch essay. Het gesprek gaat goeddeels over de onmogelijkheid grip te krijgen op de werkelijkheid: ,,Het punt is dat er een werkelijkheid buiten je bestaat (dat kan je niet ontkennen, je valt je er anders meteen een buil aan) en eentje in je hoofd. Meer neem je niet waar dan je mogelijkheden hebt om waar te nemen, en veel zal mij dus ontgaan.'

Vervolgens stelt Gerlach de vraag hoe ze, met haar beperkte mogelijkheden, ingangen kan krijgen tot het nu, dat zich aan alle kanten aan haar onttrekt. ,,Daar ga je, meegevoerd in de tijdstroom, bodem weg onder je voeten, machteloos zwaaiend met de armpjes om wat te pakken te krijgen terwijl alles je aan alle kanten voorbijschiet, of zo ver achterblijft dat je er helemaal geen vat meer op hebt.'

,,De gedichten die ik nu gekozen heb', zegt ze, ,,gaan ook over de werkelijkheid, over de instabiliteit van de werkelijkheid. Maar er zit een groot verschil in de manier waarop ze die instabiliteit beschrijven. Ik heb het idee dat ik vroeger stond naast wat mij intrigeert, het hele gewiebel om je heen en in je hoofd, en iets als de schim daarvan liet zien. Niet zozeer op Plato's wand, meer op het doek van de dalang, met gekletter en geroep. Nu bewegen de gedichten zich de instabiliteit in. Dat klinkt metafysischer dan ik bedoel. Het kan mij, anders gezegd, steeds minder schelen of een gedicht een verantwoord sluitend geheel is.'

Het oude gedicht, over het omhoogduwen van het kind, is zo'n sluitend geheel?

,,Ik heb dit gedicht gekozen omdat Maarten Doorman in zijn bespreking van 'Voorlopig verblijf', een selectie uit de vroege bundels, waarin ik het niet opnam, vond dat ik dit in zijn ogen goede gedicht ten onrechte niet had opgenomen (en andere, slechtere, wel). Waarom deed ik dat, misschien vooral omdat ik het zo geweldig plat vind, in de zin van eendimensionaal. In het begin van het gedicht gaat het omhoog, en dus gaat het aan het einde, paf, omlaag. De anekdote is verteld, clou en conclusie liggen er duimendik bovenop. De ontluistering is overduidelijk, hoewel er nergens staat dat de ik slecht terechtkomt.'

,,Het is ook weer niet zo dat ik destijds beslist een sluitend beeld wilde presenteren. Ik heb altijd, als kind al, iets gehad met instabiliteit, met wat ik voor mezelf ben gaan noemen het Verschijnsel (ik durf niet goed Principe te zeggen) van Schijnbaar Evenwicht; nauw gekoppeld aan dat van Schijnbaar Overzicht, maar daarover gaat het nu even niet.'

,,De boel om je heen valt letterlijk uit elkaar waar je bij staat, je merkt het alleen niet aldoor op; en al die categorieën waarmee je bewustzijn zich overeind houdt, tijd, plaats, identiteit enzoverder, zijn ook maar zoiets als greepjes in de wand van het bad. Door de manier waarop ik daar vroeger verhaaltjes over vertelde, die weliswaar allemaal gaan over zoiets als het wegglijden langs de badbodem, krijg je misschien toch meer suggestie van evenwicht dan ik eigenlijk wilde.'

,,Daarbij komt het gegeven in die gedichten altijd wat tragisch over, of op zijn best tragikomisch, wat ik niet per se zo zie, en wat bovendien in tegenspraak staat tot mijn streven, toen en nu, om geen commentaar te geven, het beeld voor zichzelf te laten spreken. Geen gevoelens omschrijven, voorzichtig met adjectieven, voorzichtig met alles wat een oordeel meegeeft - en dan toch die tendentieuze verhaaltjes. Misschien lukt het me tegenwoordig iets beter het gedicht zelf te laten balanceren - je onderzoekt misschien meer op die manier, het gedicht wordt meer een slinger dan een kijker.'

,,Ik probeerde het Verschijnsel van Schijnbaar Evenwicht destijds in de vorm tot uitdrukking te brengen op zo'n manier dat je een suggestie van stabiliteit, samenhang zou krijgen terwijl er eigenlijk van alles wrong, een tweede ritme dat onder het eerste meeklonk, ritme dat uit het metrum wegliep, gek op het metrum afgebroken regels die in het rijm werden opgevangen en schijnbaar betekenis kregen; ik beoogde binnen een zekere gewrongenheid een indruk van natuurlijkheid te wekken; ga maar door.'

,,Uit al die tegenstellingen rees dan soms vanzelf een soort prisma op dat me de kans gaf te doen wat ik eigenlijk wilde, waarvan ik niet zeker weet of ik dat nog wil; dichtbij komen, het gevoel hebben dat ik ergens doorheen ging en in een kern, iets als waarheid, essentie, belandde. Kortom door buitenwereld neer te zetten, wezen benaderen. Enfin, in taal.'

,,Het gevaar is natuurlijk de hele tijd dat het procédé zich tegen zichzelf keert, het doorgestoken-kaarteffect. Als het goed ging, hadden de gedichten iets dat je misschien 'puzzled' zou kunnen noemen, in allerlei betekenissen. Maar het ging vrij vaak fout, zoals hier.'

Maar dat de werkelijkheid niet is wat zij lijkt te zijn, komt wel degelijk tot uitdrukking. Wanneer het kind, of de schommelaar, omhooggeduwd is, wordt de verteller een valk die het bos ziet als riet, en de toren als een zeil daarachter.

,,Ik wil daar duidelijk maken wat iedereen al weet, namelijk dat de wereld kleiner wordt naarmate je hoger in de lucht hangt. Om dat inzicht te verwoorden heb ik idiote, afleidende als-vergelijkingen gebruikt. Mijn streven was altijd rechtstreeks te benoemen waarom het gaat, het gebruik van vergelijkingen vind ik meestal (niet altijd) omslachtig.'

,,Een gedicht werkt toch al als een metafoor, daar ontkomt volgens mij niemand aan, het is gecomprimeerde betekenis, op allerlei niveaus. Het is niet dat ik niet gevoelig ben voor die schitterende als-vergelijkingen die in de loop der eeuwen op papier zijn gezet, maar mijn aanvankelijke poëtica heeft zich wat dat betreft alleen maar verhard in de loop der jaren. Ik las laatst een gedicht van de Schotse schrijver Norman MacCaig dat eindigde met ongeveer de mededeling: 'Ik geef steeds minder om metaforen, meer om motregen'. Dat idee.'

,,Kennelijk moet ik destijds gedacht hebben dat deze metaforen bijzonder openbarend zouden werken. Dat doen ze niet, ik vind dit een vrij slechte, indirecte, oneigenlijke en misschien ook wel onjuiste manier om te verwoorden wat ik bedoelde.'

Wat is dan de juiste manier om die instabiliteit te beschrijven?

,,Als het goed is, zou meteen duidelijk moeten worden dat 'Ambachtelijk' een ander effect bewerkstelligt dan het oude gedicht.'

U begint nu met een concreet beeld, een man die losjes een stoel tussen zijn vingers neemt, en u laat het gedicht steeds abstracter worden?

,,Helemaal niet. De tweede strofe is net zo concreet: als je iets ronddraait, dan zie je verschillende beelden achter elkaar verschijnen.'

Maar het gedicht vervolgt met de toch wat abstracte opmerking: 'Wie koopt die komt er mee weg'.

,,Je legt de klemtoon verkeerd. Je moet tussen 'die' en 'komt' een komma lezen. Wie koopt die? En wie komt er ook nog mee weg, met al die stoelen? Wie heeft daar het geld voor, laat staan de kracht!'

In 'komt daarmee weg' speelt u met de meerduidigheid van de mededeling.

,,Toen ik dit opschreef vroeg ik me af: wie loopt er weg met al die stoelen, die misschien nog een beetje nadraaien? Dat stond er eerst ook: wie loopt daarmee weg. Maar omdat 'loopt' en 'koopt' vervelend rijmen, heb ik gekozen voor 'komt', waardoor er een extra betekenis ontstond. Wie lapt hem dat? Wie redt zich eruit, met zoiets op zijn geweten? Het is niet niks, te verdwijnen met al die ongeziene stoelen die boven iemands vinger draaien.'

Die stoel draait niet onder zijn vingers?

,,Nee, hij laat de stoel op zijn vinger draaien.'

Dan heb ik het verkeerd gezien.

,,Staat het er dan niet?'

Je kunt de stoel ook op de vloer laten draaien, op een van zijn poten.

,,Zo laat je toch geen stoel draaien! Dan kan je er nauwelijks iets van zien. Nee, de stoel draait op die ene poot. Het liefst had ik de man de stoel op zijn neus laten draaien, maar dan heeft hij helaas ook geen zicht.'

Als een acrobaat.

,,Ik zie een stoelenmaker voor me, en houtkrullen op de grond. Een goede stoelenmaker neemt misschien wel altijd zo'n stoel op de punt van zijn vinger. Om het juiste evenwicht te vinden, om te zien of het meubel goed in elkaar steekt.'

Zit het ambachtelijke van de titel in de kunst van de stoelenmaken?

,,Nee, je moet binnen het gedicht blijven. Het ambachtelijke slaat op het ronddraaien van de stoel, want als de stoel valt, gaat de rest van het gedicht niet door.'

Het gedicht gaat wel door, de man zet de stoelen tegen elkaar open. Hoe doet hij dat?

,,Dat is een beetje de vraag, maar laat iets draaien en je ziet het gebeuren. Doordat hij al die geziene en ongeziene stoelen ronddraait, klappen ze tegen elkaar open.'

Waarna de goede lieden er doorheen kunnen trekken.

,,Ik moest denken aan die regel van Gorter: 'Mijn voeten als goede liên...' Je weet wel, dat gedicht dat begint met 'De bomen waren stil,/ de lucht was grijs,/ de heuvelen zonder wil/ lagen op vreemde wijs' en het eindigt een paar strofen later met 'Ik liep het aan te zien/ bang en tevreden,// mijn voeten als goede liên/ liepen beneden.' Goed in de zin van braaf - meegaand, meegevend, enfin ze kunnen ook geen andere kant op, neem je aan, tussen al die stoelen, hun hele verschijning wordt misschien wel voortgebracht, bepaald door dat gedraai, hun ledematen en ook nog hun ledematen.'

,,Er kan ook geluid tussen die stoelen doortrekken. Het kunnen 'goede liederen' zijn. Misschien ook versvoeten. Nu ik het gedicht herlees, zie ik dat er nogal wat verwijzingen inzitten naar het maken van gedichten. Maar natuurlijk heb ik niet gedacht: 'kom ik ga een gedicht schrijven over het schrijven van gedichten'. Een architect leest hier misschien een beschrijving van het geïnspireerd ambachtelijk ontwerpen van een gebouw. Een religieus persoon zal wellicht in beide gedichten een omschrijving van het werk van zijn Schepper zien. Ik had het beeld voor me van een draaiende stoel, en vervolgens krijgt het gedicht een bepaalde absurditeit, een soort zichzelfheid.'

,,Ik dwing mijn gedichten nu minder dan vroeger in het keurslijf van het bevattelijke verhaaltje, bijvoorbeeld over instabiliteit. Nu probeer ik met gedicht en al die instabiliteit in te vallen.'

Heeft u op een dag besloten het anders aan het pakken? Of komt zo'n verandering geleidelijk tot stand?

,,Toen ik kinderen kreeg, ben ik de vaste vorm kwijtgeraakt. Het leven werd steeds rommeliger, in je werk zie je ogenblikkelijk de neerslag daarvan. Ik heb me met graagte overgegeven aan het associatieve denken van mijn kinderen. Mijn denken is door het hunne vol gaatjes geschoten en zodoende poreuzer geraakt, het is misschien meer gaan ademen. Daardoor ben ik andere mogelijkheden gaan gebruiken. Ik laat meer toevalligheden en bijkomstigheden toe, dat is een aspect ervan. Terwijl ik vroeger aan de kant bleef staan kijken naar het gedoe aan het oppervlak van de vijver laat ik me nu, zonder precies te weten wat er gebeurt, meenemen in de draaikolk van het gedicht.'

Deel dit artikel