Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gerard Wijdeveld (1905-1997)

Home

J. VAN OORT

Een academische loopbaan was hem niet beschoren. Toch bedenkt men niet zo gauw een naam die in en vooral ver buiten de Nederlandse kring van kenners van de kerkvaders (Augustinus in het bijzonder) bekender werd dan die van Wijdeveld. Vorige week is hij, ruim 91 jaar oud, te Nijmegen begraven.

Geboren werd Gerard Egbert Antoon Maria Wijdeveld in het Gelderse Duiven, in een stevig katholiek milieu. Van deze achtergrond raakte hij in feite nooit los, hoewel hij op bepaalde toestanden soms duchtige kritiek had. Toen hij in 1937 te Amsterdam promoveerde op Augustinus' De magistro (Over de leermeester) had hij al enkele aanvaringen met het establishement van zijn kring achter de rug. Vooral het vlijmscherpe hekeldicht De droom van Nolens, gericht tegen de fractievoorzitter van de r.-k. Staatspartij in de Tweede Kamer, werd hem niet in dank afgenomen. Wijdeveld publiceerde het in februari 1930 in het literaire maandblad De Gemeenschap, een onafhankelijk tijdschrift van voornamelijk r.-k. jongeren. Collega's in deze kring waren Jan Engelman, Albert Kuyle en Anton van Duinkerken.

Ik moet zeggen dat Wijdeveld over de verwikkelingen uit zijn vroegere leven met mij nooit sprak. Ze konden bekend zijn en vooral: ze waren na vijftig en meer jaren voorgoed verleden tijd. Dat waren toen trouwens ook wel de diverse dichtbundels die hij, vanaf 1930, gepubliceerd had. Men treft er voortreffelijke stukken in aan, maar anderen waren op dit terrein toch kennelijk zijn meerderen. De Wijdeveld die blijvend in de herinnering voortleeft, is de vertaler van Augustinus.

Met het schitterende proefschrift van '37 was hiervoor de toon gezet. Die geleerde verhandeling kon evenwel geen breed publiek bereiken. Dat deed evenmin zijn kort daarna verschenen vertolking van Augustinus' De vere religione ('Over den waren godsdienst'). Eerst met zijn voortreffelijke vertaling van Augustinus' Belijdenissen brak Wijdeveld door.

Hoe dit gegaan is, bleef eigenlijk ook voor hemzelf een soort godswonder. Het liep in ieder geval niet vanzelf. De eerste editie van de Belijdenissen kwam begin zeventiger jaren nog in de ramsj terecht. Tien jaar later evenwel volgde een herdruk in de statige serie Klassieke teksten van Ambo en Athenaeum, Polak & Van Gennep. Augustinus kwam toen kennelijk op het niveau waar hij thuishoort. Sindsdien zijn er vele duizenden exemplaren van de Belijdenissen verkocht.

Met genoegen wist Wijdeveld te vertellen, hoe zo uiteindelijk ook de gezamenlijke uitgevers het aandurfden zijn vertaling van Augustinus' De stad van God op de markt te brengen. Ongeveer tien jaar lag het manuscript klaar, maar niemand wilde zich wagen aan een uitgave. Mede op initiatief van de bekende uitgever Johan Polak werd uiteindelijk in 1983 de sprong gewaagd.

Wijdevelds blijvende verdienste is, dat hij Augustinus op overtuigende wijze plaatste in de galerij van de klassieken van onze westerse cultuur. Naast Plato (die hij trouwens ook vertaalde), Homerus, Cicero en Seneca staat nu in de serie Ambo Klassiek een reeks werken van Augustinus. Zelfs collecties preken van deze kerkvader ontbreken niet.

Op de enigszins teruggetrokken levensavond van Gerard Wijdeveld viel aldus een glans. Van het Nijmeegse driegesternte (de eminente Augustinuskenner Christine Mohrmann en de befaamde kunsthistoricus Frits van der Meer die mede op grond van zijn onovertroffen Augustinusboek de P.C. Hooftprijs won) was hij de laatst overgeblevene. Ondanks de aandacht die hij voor zijn vertaalwerk kreeg, vervulde de toekomst in kerk en wetenschapsbeoefening hem soms met zorg. Door wie en waar kan de fakkel overgenomen worden?

Maar anderzijds was hij “In afwachting”, zoals de titel van zijn laatste dichtbundel luidt:

Niets gaat ten onder, alles blijft bestaan, herboren wordt het zaad dat is vergaan. En na de poort, waar wij met vege voeten instrompelen, vangt alle vreugde aan.

Deel dit artikel