Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gelukkig bieden de Belgen tegenstand

Home

Fred Troost

rotterdam – Veel meer van belang dan de Nederlandse prolongatie van de Europese titel was de manier waarop de Belgen in de finale Oranje partij gaven. Dat is de onontkoombare conclusie nadat het vierde EK korfbal gisteren in Rotterdam tot een einde kwam. Dat Nederland na alle monsterzeges in de voorronde (doelcijfers 231-53 in zes duels) eindelijk eens serieuze tegenstand ondervond (25-21), was een verademing.

Een EK korfbal kent een voorspelbare afloop. Nederland wint, België wordt tweede. Daarna volgen in een wisselende volgorde Tsjechië, Duitsland, Portugal en Engeland. Soms voegt zich daar een verrassende deelnemer bij, maar een blijvertje is het bijna nooit. Alleen Rusland lijkt een vaste plaats in het subtoprijtje verworven te hebben.

In voorgaande EK-edities heerste Nederland in de finales tegen België die de eindstanden 26-13 en 15-14 opleverden. Tsjechië gaf in 2002 nog het best partij in de eindstrijd: 15-9. De titels brachten weliswaar vreugde in het vaderlandse kamp, maar juichen vanuit een leunstoelpositie is toch net even minder intens dan na daadwerkelijke strijd. Europees kampioen worden zonder substantiële tegenstand geeft nu eenmaal een licht ongemakkelijk gevoel, gêne bijna. Daar doen de intensieve voorbereiding met oefenwedstrijden tegen topclubs (alles gewonnen), de spartaanse leefwijze van de spelers en het bereiken van perfectie niets aan af. Integendeel, eerder worden zulke aspecten als overdreven beschouwd: nergens voor nodig, Nederland wint toch wel.

Het is een benadering die geen recht doet aan de inspanningen van de spelers die inzetten op een topsportleven, maar er gaandeweg achter komen dat de waardering altijd overschaduwd wordt door gemelijk voorbehoud. Daarom was de wedstrijd van gisteren een fleurige gebeurtenis. Nederland moest vol aan de bak en wankelde in de tweede helft zelfs eventjes toen België de aansluittreffer maakte (16-15).

Het vermocht de Belgen uiteindelijk geen winst te brengen, maar er was alle waardering voor de zuiderburen die onder continue frustratie gebukt gaan wegens de permanente ongelijke krachtsverhouding met de Nederlanders. Sinds de eeuwwisseling werden zij in toernooifinales steevast weggespeeld. Gisteren lag er voor het eerst sinds lang een resultaat om fier op te zijn. Zeker en vast.

Dat de ultieme beloning voor het korps van keuzeheer Eddy Van Hoof uitbleef, ondanks de naar Belgische begrippen uitzonderlijke trainingsarbeid – liefst zes sessies in de week tijdens de voorbereidingsperiode – was een teleurstelling, maar wel terecht. In de finale bleek het Belgische vrouwenviertal te zwak ten opzichte van het Nederlandse kwartet. Bovendien won Nederland in lengte, wat de Belgen een aanmerkelijk reboundnadeel opleverde. En als derde manco gold toch wel het onvermogen om goede aanvallen op het moment suprême efficiënt af te ronden. Op die punten afgetroefd dienden de Belgen de duimen te leggen bij de Nederlandse suprematie.

Maar het was zeker een beloning – juist voor de verliezers – dat een bijna vol Ahoy bij het emotionele en bij vlagen keiharde duel heel lang niet zeker kon zijn van het gerepeteerde overwinningsgezang en dat de ingecalculeerde publiekswissel voor de afscheid nemende Leon Simons aan Nederlandse zijde lang onzeker bleef – zozeer dat bondscoach Van den Bos dat pas in de slotminuut aandurfde.

Deel dit artikel