Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geloof het of niet: we zijn gelukkig

Home

Wilma van Meteren en Martijn Roessingh

© Michel van Elk

Nederlanders behoren tot de gelukkigste inwoners van Europa. Ze geven hun leven een 7,7. Alleen Spanje, Luxemburg, Zweden, Finland en Denemarken scoren hoger.

Dat blijkt uit onderzoek van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie waarin vakbonden, werkgevers en overheden samenwerken om de werk- en levensomstandigheden van EU-burgers te verbeteren. In vergelijking met 2007 heeft in veel landen de economische crisis duidelijk toegeslagen (zie kader), en ook het cijfer dat Nederlanders aan hun leven gaven, daalde (2007: 8,0). Toch is twee derde van de Nederlanders nog optimistisch over zijn toekomst.

Opvallend is dat alle leeftijdsgroepen in Nederland zichzelf een hoge score geven. Elders in Europa neemt de tevredenheid over het eigen leven bijna altijd af als mensen ouder worden. Ook het verschil tussen inkomensgroepen is klein. Alleen in Oostenrijk, Denemarken en Spanje denken verschillende leeftijdsgroepen (vrijwel) hetzelfde over hun situatie.

Volgens onderzoeker Hans Dubois van Eurofound verklaren goede voorzieningen en het feit dat Nederlanders relatief weinig conflicten ervaren in hun dagelijks leven de hoge score. Zo zijn Nederlanders zeer tevreden over de balans tussen werk en gezinsleven. Slechts iets meer dan een derde geeft aan dat zij soms na hun werk te moe zijn om nog in het huishouden aan de slag te gaan - de laagste score van de EU. De oorzaak kan het vele parttime werken zijn.

Ook weegt mee dat Nederlanders veel vertrouwen hebben in de overheid, zeker in de lokale overheid en politie en justitie. Alleen in Denemarken, Zweden, Finland en Luxemburg is dat groter. Nederlanders hebben voorts veel sociale contacten, doen veel vrijwilligerswerk en tonen grote politieke betrokkenheid. Het vertrouwen in anderen is, op de Scandinavische landen na, het hoogste van alle EU-lidstaten. De enige maatschappelijke spanningen waarover Nederlanders zich ongeruster maken dan de gemiddelde EU-burger, zijn die tussen etnische groepen en tussen religieuze groepen.

Voor slechts 2 procent van de Nederlanders is het onmogelijk om minstens driemaal per week vlees of vis te eten. In Bulgarije en Hongarije is dat percentage al opgelopen tot 36 en 41, in Griekenland 21.

Dat wil niet zeggen dat er geen problemen aankomen. Inmiddels zegt 60 procent van de Nederlanders met lagere inkomens moeite te hebben de eindjes aan elkaar te knopen; voor alle Nederlanders is dat 31 procent (45 procent in de EU gemiddeld). Ruim een kwart van de Nederlanders vreest komend jaar een lager inkomen te krijgen, en 9 procent zegt een lening van vrienden of familie niet meer te kunnen terugbetalen.

Over de eigen gezondheid zijn we minder tevreden, maar klagen over kwaliteit, kosten en bereikbaarheid van de gezondheidszorg doen we veel minder dan bijna alle andere EU-burgers. Dat geldt ook voor sociale huisvesting en de kinderopvang.
Eurofound heeft de interviews eind 2011 en begin dit jaar afgenomen.

Financiële situatie is voor geluksgevoel niet allesbepalend
Voor het onderzoek 'Quality of life in Europe: impacts of the crisis' heeft het EU-agentschap Eurofound 35.500 burgers in 27 lidstaten ondervraagd. Gemiddeld geven EU-burgers het eigen geluksgevoel een 7,1. Het onderzoek laat echter zien dat in sommige EU-landen het optimisme en gevoel van geluk sinds 2007 is gekelderd met twintig procent, vooral in de zuidelijke landen en enkele Oost-Europese landen. In Griekenland, Slowakije en Portugal ziet nu minder dan drie op de tien burgers de toekomst zonnig in.

Toch zijn er ook landen waar het optimisme (heel licht) is gestegen, zoals Bulgarije, Duitsland en de Baltische staten. In het eerste geval mogelijk omdat de EU-toetreding in 2007 al met al positief uitpakt, in andere landen vermoedelijk omdat inwoners denken de crisis relatief goed te kunnen doorstaan.

De verrassend hoge score van Spanje laat zien dat naast economische factoren, waar Spanje minder goed op scoort, ook andere factoren het gevoel van geluk bepalen - al kunnen de verschillen tussen bijvoorbeeld werklozen en niet-werklozen daar extra groot zijn.

De crisis heeft grote impact op de Europese middenklasse. Steeds meer mensen die voor 2008 een fijn huis en goed inkomen hadden, kampen nu met werkloosheid, schulden, en onzekerheid over de vraag of ze in hun huis kunnen blijven. Ze kunnen zich steeds minder verlaten op overheidshulp. Dat heeft zijn weerslag op het vertrouwen in politici. Die krijgen gemiddeld een dikke onvoldoende (4,1).

Het meest gesteund voelt men zich in deze barre tijden door het gezin en familie, hoewel er een verschuiving is om meer te leunen op vrienden. Op deze steunpilaren doet men ook vaker een beroep als er geldnood is.

Deel dit artikel