Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geld verdienen voor de aandeelhouders is niet het belangrijkste bij Tata

Home

Koos Schwartz

Artsen op afgelegen plaatsen in India helpen op kosten van Tata bij de preventie van ziektes. © Tata Steel

De Indiase Tata-bedrijven – 700.000 werknemers – weigeren zich in allerlei bochten te wringen om de aandeelhouders tevreden te stellen. Ze houden vast aan hun oorspronkelijke kernwaarde: het dienen van de maatschappij.

Het doel van een bedrijf? Geld verdienen voor de aandeelhouders is het Amerikaanse antwoord. De belangen van aandeelhouders dienen, stelt de Britse wet. Dat betekent: zoveel mogelijk winst maken en een groot deel daarvan uitkeren aan aandeelhouders. In veel Europese landen ligt dat anders. In Nederland moet een bedrijfsleiding niet alleen letten op de belangen van zijn aandeelhouders, maar ook op die van zijn werknemers, klanten en de maatschappij in het algemeen. Aandeelhouders zijn belangrijk, niet het ­belangrijkst.

Lees verder na de advertentie

De laatste jaren rukt het Amerikaanse model op in Europa. Bedrijven die minder winst maken dan hun concurrenten krijgen sneren van analisten. Ze krijgen grote aandeelhouders op ­bezoek die verordonneren dat de winst omhoog moet. Of dat er bedrijfsonderdelen moeten worden verkocht.

Meer dan voorheen geven bedrijven toe aan de druk van aandeelhouders om meer winst te maken

Klassiek Amerikaans

Neem AkzoNobel en Unilever, twee concerns die prat gingen op hun Rijnlandse gezicht. Op beide bedrijven kwam vorig jaar een bod. Beiden wezen hun belagers de deur. Daarna kwamen ze allebei met plannen om morrende aandeelhouders tevreden te stellen. Ze kwamen met de klassieke ingrediënten uit de keuken van het Amerikaanse model: extra kostenbesparingen, (vervroegde) reorganisaties, een hoger dividend, de inkoop van eigen aandelen (bij Unilever was daar 11 miljard euro mee gemoeid) en met het doorzetten van al sluimerende plannen om bedrijfsonderdelen te verkopen. AkzoNobel verkocht zijn grote chemietak, Unilever zijn margarines. De opbrengst van die verkopen ging grotendeels richting aandeelhouders. Dat Unilever-chef Paul Polman later verklaarde weinig gelukkig te zijn met die aandeleninkoop – hij had die 11 miljard liever in Unilever geïnvesteerd – mag niet onvermeld blijven. Maar hij besloot er wel toe.

Meer dan voorheen geven bedrijven toe aan de druk van aandeelhouders om meer winst te maken. Of ze voelen zich daartoe gedwongen, omdat ze anders door een winstgevender bedrijf kunnen worden overgenomen.

Wat is het beste model? Kan een ­bedrijf dat ‘Rijnlands’ wil blijven zich weren tegen druk van aandeelhouders of tegen de Amerikaanse en Britse financiële krachtpatserij? Antwoorden zijn misschien te vinden in India, in Bombay. Preciezer: in Bombay House, een groot pand in het zakencentrum van de miljoenenstad, waar Tata Sons huist en zijn voorzitter Natarajan Chandrasekaran (Chandra) kantoor houdt.

Natarajan Chandrasekaran. © TRBEELD

Tata is overal

Tata Sons heeft belangen in zo’n honderd bedrijven, waarvan er 29 beursgenoteerd zijn. Tata Steel, sinds 2007 eigenaar van Hoogovens, is een van die 29. Tata Consultancy Services (TCS) dat in 50 jaar uitgroeide tot een groot internationaal ICT-bedrijf, ook groot in Nederland, is een ander. Tata Motors, bekend van het mini-autootje Nano, hoort ertoe. Tata-bedrijven doen in thee (Tetley), koffie (met Starbucks), stroom, hotels, telecommunicatie, zout, chemie en in nog veel meer.

Tata is in India overal, de naam Tata is er minstens zo bekend als die van Heineken in Nederland. De Tata-bedrijven zijn samen goed voor meer dan 100 miljard dollar aan jaaromzet – bijna twee keer zo veel als Unilever – en voor zo’n 700.000 werknemers, waarvan ruim de helft voor TCS werkt. Natarajan Chandrasekaran, geboren in 1963 en president-commissaris bij meerdere grote Tata-bedrijven, is waarschijnlijk de invloedrijkste bedrijfsbestuurder van India.

Activisme

Alles voor de aandeelhouder? Of niet? Chandrasekaran vindt de vraag niet zo boeiend. “Ach, het zijn maar ideeën”, zegt hij laconiek. “In ieder land doen bedrijven wat ze doen. Aandeelhouders zijn eigenaren van het bedrijf. Die zijn dus belangrijk. In de VS is veel activisme van aandeelhouders, Europa raakt daar nu ook aan gewend. Ik maak geen keuze tussen de twee modellen.”

Dat antwoord is verrassend. Tata heeft een naam op het gebied van liefdadigheid en maatschappelijke betrokkenheid – en maakt daar ook graag ­gewag van. Het dienen van de maatschappij was een van de uitgangspunten van Jamsetji Tata, die 150 jaar geleden een handelsmaatschappijtje ­oprichtte en daarmee aan de wieg stond van het scala aan Tata-bedrijven.

In 1907, toen Tata Steel in het oosten van India zijn eerste staalfabriek bouwde, zorgde het bedrijf voor de herinrichting en uitbreiding van het dorpje Sakchi, dat later naar Tata’s oprichter, Jamshedpur werd gedoopt. J.R.D. Tata, die het concern van 1938 tot 1991 leidde, maakte zich onder meer hard voor ongevallenverzekeringen en gratis ­medische zorg voor werknemers.

Aandeelhouders zijn belangrijk, maar er zijn ook ander be­lang­heb­ben­den: werknemers, de omgeving, de maatschappij

Natarajan Chandrasekaran

Sportclub

Ook nu nog steunt Tata projecten op het gebied van liefdadigheid, onderwijs, kunst, huisvesting, medische zorg en sport. In Jamshedpur steunt Tata Steel een grote sportclub waar werknemers én anderen zich kunnen bekwamen in verschillende sporten – ja, er is ook een voetbalacademie. Dat doet denken aan de Philips Sport Vereniging, die Philips in 1913 opzette en die later ook toegankelijk werd voor niet-Philipsers. Het personeel van de sportclubs staat bij ­Tata Steel op de loonlijst.

Tata Steel sponsort de plaatselijke FC die in de hoogste Indiase voetbaldivisie speelt. Tata Steel zorgde voor een ziekenhuis en voor mobiele huizen, toen het in het oosten van India een nieuwe staalfabriek bouwde. Ook in de buitenlanden waar Tata-bedrijven ­actief zijn, roert Tata zich. In Nederland steunt Tata Steel Nederland onderzoek naar kanker. Chandrasekaran: “Aandeelhouders zijn belangrijk, maar er zijn ook ander belanghebbenden: werknemers, de omgeving, de maatschappij. Het is heel belangrijk dat je als bedrijf iets voor de maatschappij doet. Filantropie zit in het hart van onze ondernemingen. De business moet in dienst staan van de maatschappij.”

Tata Steel trainde al 800 jongens in voetbalcentra. © Tata Steel

Kritiek

Tata heeft de afgelopen tijd nogal wat kritiek gekregen van zakenbladen, waaronder het gezaghebbende The Economist. Een aantal Tata-bedrijven, TCS voorop, groeit hard en is zeer winstgevend. Andere bedrijven waren dat niet of zelfs verlieslatend. Aandeelhouders van die bedrijven worden gedupeerd, schreef het Britse blad.

Tata is inmiddels met plannen gekomen om daar wat aan te doen. Chandrasekaran: “We leven in een kapitalistische wereld. Je moet prestatiegedreven zijn en dat zijn wij ook. J.R.D. Tata zei dat een bedrijf er is om India te dienen. Dat zijn we ook. Maar de dingen die we doen, moeten financieel gezien wel zin hebben.”

Maar wat als de andere aandeelhouders van Tata-bedrijven zich gaan roeren en meer winst eisen? Dat kunnen ze wel doen, maar de vraag is of dat veel invloed zal hebben. In alle 29 beursgenoteerde bedrijven heeft Tata Sons een flink belang. Soms is dat belang groot, zo heeft Tata Sons 72 procent van de aandelen van TCS in handen. Soms is dat kleiner en ligt het belang tussen de 20 en 30 procent. Maar in al die gevallen geldt dat andere aandeelhouders die iets bij een Tata-bedrijf willen veranderen, de steun moeten hebben van grootaandeelhouder Tata Sons. Zonder ­instemming van Tata Sons is het niet of nauwelijks mogelijk om veranderingen bij een Tata-bedrijf te bewerkstelligen.

Tata Sons is niet van plan om van koers te veranderen. Chandrasekaran: “Wij zijn anders, al zijn er ook in Europa en de VS bedrijven die op ons lijken. Aandeelhoudersactivisme? Nee, daar hebben wij geen last van. Onze aandeelhouders staan achter ons. Zij zijn het eens met wat wij doen. Wij functioneren zoals we denken dat goed is. Wij zijn gelukkig met wat we zijn.”

Lees ook:

De Hoogovens in IJmuiden fungeren als leerschool voor Tata India

Tata Steel richt zich met zijn productie vooral op groeimarkt India. En Hoogovens dan? ‘Hoogovens biedt Tata een kijk op de toekomst’.

Deel dit artikel

Meer dan voorheen geven bedrijven toe aan de druk van aandeelhouders om meer winst te maken

Aandeelhouders zijn belangrijk, maar er zijn ook ander be­lang­heb­ben­den: werknemers, de omgeving, de maatschappij

Natarajan Chandrasekaran