Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geld ouderen zit vaak in gedateerde huizen met 'gifgroene badkamertegels'

Home

Jeannine Julen

Verouderde woningen aanpassen is duur. © Hollandse Hoogte / Erik van 't Woud

Beleidsmakers denken vaak dat 65-plussers veel zelf kunnen bekostigen, maar dat valt tegen, blijkt uit een studie. Maar ook die woningen zijn minder waard dan op het eerste gezicht lijkt.

Een traplift installeren, drempels verwijderen, de badkamer ontdoen van slipgevaar en ook nog eens de hele woning energiezuinig maken. Dat kan de gemiddelde senior van 65 jaar en ouder wel betalen, denken veel beleidsmakers. Maar het vermogen van 65-plussers is helemaal niet zo groot, blijkt uit een vandaag gepubliceerde studie van het Planbureau voor de Leefomgeving. Blijft het Rijk maatregelen opstapelen, dan raakt een deel van deze senioren binnen afzienbare tijd in financiële problemen, zeggen de onderzoekers.

Lees verder na de advertentie

Hoeveel 65-plussers krap bij kas komen te zitten door al die beleidsmaatregelen, vinden de PBL-onderzoekers moeilijk in te schatten. "Langer zelfstandig thuis wonen en het verduurzamen van een woning zijn immers niet verplicht", zegt woningmarktonderzoeker Frans Schilder. Maar bij de beslissingen om een deel van de zorgcentra te sluiten en woningen op termijn van het gas af te halen, leefde bij het gros van de beleidsmakers wel het idee dat ouderen de bijkomende extra kosten zelf kunnen betalen, zegt woningmarktonderzoeker Frans Schilder.

Hypotheekvrij

Maar dat valt vies tegen. Want ongeveer de helft van de ouderen heeft zo'n 10.000 euro opzij gelegd. Zoveel kost het ook om hun woning te verbouwen als ze slecht ter been raken. Geld voor verduurzaming, waar ze zo 40.000 euro aan kwijt zijn, is er dan niet meer. Beleidsmakers wijzen in dat geval vaak naar het vermogen in de spreekwoordelijke stenen, zegt Schilder. Heel vreemd is dat niet; zo'n 60 procent van de 65-jarigen heeft een koopwoning. Veelal een waar geen hypotheek meer op zit. Maar ook die woningen zijn minder waard dan op het eerste gezicht lijkt.

Ruim de helft van de woningbezitters heeft een woning van twee ton. Nog eens een kwart heeft drie ton aan vermogen. Maar dit zijn vaak verouderde woningen met keukens uit de jaren zeventig, gifgroene toilet- en badkamertegels en soms ontbreekt centrale verwarming. In de praktijk lukt het maar een kwart van de senioren om (met de huidige prijsontwikkeling) een duurzame en ook nog eens geschikte woning terug te kopen na verkoop van de eigen woning, blijkt uit de analyse.

Schilder ziet het onderzoek als een waarschuwing voor de nabije toekomst. Waar ouderen vroeger veelal in corporatiewoningen zaten die toch wel onderhouden werden, zit de nieuwe generatie vaker in een koopwoning. Die ouderen moeten met een klein pensioentje alles zelf bekostigen. Kijk niet alleen naar je eigen pakket maatregelen om vervolgens te roepen dat ouderen dat wel kunnen bekostigen, maant Schilder de beleidsmakers. "Op het niveau van een huishouden komt alles samen en dan blijkt vaak dat het allemaal niet mogelijk is." Daar komt bij dat driekwart van de ouderen in een omgeving woont waar de nodige voorzieningen niet in de buurt zijn. Dat brengt ook weer extra kosten met zich mee.

Lees ook: 

Wel overwaarde, maar geen traplift

Ouderen willen hun hypotheekruimte kunnen benutten voor aanpassingen of inkoop van zorg.

Overheid, bemoei je met verzilveren huis'

De overheid moet zich meer inspannen om ouderen tegen fatsoenlijke voorwaarden de waarde van hun eigen huis te laten verzilveren. Daar voor pleit Marja Elsinga, hoogleraar huisvestingssystemen aan de TU Delft. 

Deel dit artikel