Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gefascineerd door ’dat kreng’ schreef en speelt Josée Ruiter de monoloog ’Colette.’

Home

door Arend Evenhuis

Haar bed noemde ze ’het vlot’. Tot haar laatste uren klampte de Franse schrijfster, schandaalmaakster, journaliste en variété-actrice Colette zich aan haar vlot vast. Ze stierf in 1954 op 81-jarige leeftijd.

Op het toneel is het vlot een tafel. Met daarop rode kussens en een pluchen kat plus pluchen hond. Want Colette hield van alles: eten, seks, natuur, mannen, vrouwen, dieren. Alleen de omgang met haar dochter en met haar moeder lag nogal gecompliceerder.

Actrice Josée Ruiter raakte gefascineerd door deze onverschrokken Française en schreef de monoloog ’Colette’, die ze zelf ook speelt. Ruiter is de ik-figuur uit de monoloog, en in een handomdraai is ze ook Colette’s verzorgster, haar dochter en haar laatste echtgenoot.

Ruiter las de biografie, kwam tot de conclusie dat Colette ’een kreng van een ding’ moet zijn geweest, en was desalniettemin ’verkocht’ omtrent dit ’haantje de voorste dat overal schijt an had’.

Colette trouwde met oudere en jongere mannen, had minnaars (onder wie haar stiefzoon) en minnaressen, trad in het theater met ontblote linkerborst op, verzuimde bij de begrafenis van haar moeder aanwezig te zijn.

,,Ik haat begrafenissen! Zelfs die van mijn eigen moeder Sido heb ik overgeslagen. Ik had een optreden, ergens in de provincie, en was daar maar al te blij mee! Zelfs de dood is geen reden om je werk niet te doen, toch? Trouwens, discipline heelt alle wonden. Eten, seks én discipline, daar draait het leven om. En kijken natuurlijk, je blijven verbazen, dat houdt je jong!”

Josée Ruiter baseerde zich voor haar monoloog op biografieën, brieven, en bovenal op Colette’s eigen oeuvre; de ’Claudines’ (’Claudine op school’, ’Het huis van Claudine’, ’Çlaudine in Parijs’, ’Claudine stoft en poetst’, ’Claudine gaat op stap’), ’Chérie’, ’Het ochtendgloren’, ’Als het jonge koren rijpt’. Ruiter probeerde niet Colette’s geschiedenis naar haar theatrale hand te zetten: ,,Ik handhaaf de historische feitelijkheden, en probeer vervolgens zo dicht mogelijk bij mijn eigen schriftuur te blijven.”

Eerder schreef zij monologen over markante figuren als Couperus, Wilhelmina en over ’de vrouwen van Tsjechov’.

Zelf speelde Josée Ruiter ooit ’Anja’ uit Tsjechovs ’Kersentuin’ en ’Nina’ uit diens ’De meeuw’. In haar monoloog ’Vrouwen van Tsjechov’ speelde zij een scène met alle drie de ’Drie Zusters’. Als actrice voelde zij zich op haar beurt ook ’vrouw van’. Ruiter: ,,Tsjechov is zo actueel, zo licht, geestig, begripvol en wijs.”

Sinds Ruiter niet meer aan een vast toneelgezelschap is verbonden (’Ik had nooit gedacht dat m’n loopbaan zo’n wending zou krijgen.’) besloot ze kortweg ’dan maar in m’n eentje’ te gaan toneelspelen.

Ze raakte verknocht aan theater toen ze op nieuwjaarsdag 1963 op haar zestiende verjaardag met haar moeder naar de Haarlemse schouwburg ging. Vanuit het schellinkje zagen ze daar Pinters ’De collectie’ en ’Een beetje pijn’ met Gerard Houtkamp, Guus Hermus en Maxime Hamel. ,,Ongelooflijk, dat een zaal collectief reageert op mensen die wij helemaal niet kennen!” Dat wil ik ook, besliste zij ter plekke. Maar eerst moest ze de kweekschool nog afmaken, voordat zij op de toneelschool van Maastricht werd aangenomen.

In ’Colette’ beperkte Ruiter haar personages tot vier. Ruim afdoende voor het levensverhaal van de excentrieke Colette, ’dat scandaleus type dat opleefde bij elk nieuw schandaal’. Ruiter bezocht het Parijse woonhuis en Père Lachaise, waar Colette begraven ligt. ,,Er is niet één foto waarop ze glimlacht, laat staan lacht. Ze heeft een ’ouderwets gezicht’, een schoonheid voor die tijd.”

Josée Ruiter besluit haar monoloog met een knipoog naar Nederland. ,,Colette: Ik hoop dat ik nu een beetje bekender ben in Holland? (komt helemaal overeind) We zijn er één keer doorheen gevaren, door Holland, Maurice en ik. We waren te gast op het prachtige jacht van onze vriend Henri de Rothschild, van de goddelijke wijnen. Op de terugweg vanuit het noorden, zouden we Amsterdam nog even aandoen. Dat kon alleen via een sluis, ’n enórme sluis in IJmuiden. Ik wist niet wat ik meemaakte! We zakten opeens meters omlaag, het land in!”

Deel dit artikel