Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geert Jan Jansen / ’Een moeilijk werk is nog geen meesterwerk’

Home

door Sandra Kooke

In het Rembrandtjaar organiseert Trouw de verkiezing van het mooiste schilderij van Nederland. Ook u kunt meedoen. Twintig bekende Nederlanders geven vast hun favorieten. Aflevering 19: voormalig meestervervalser Geert Jan Jansen.

Binnenkort komt een boek uit met honderdvijftig van zijn eigen schilderijen. Geert Jan Jansen (62) schildert en verkoopt eindelijk onder eigen naam.

Hij kwam van ver: in 1994 zat hij zes maanden in het Franse Orléans in de gevangenis, beschuldigd van het vervalsen van schilderijen. In 2000 begon de Franse staat opnieuw een zaak tegen hem. Beide keren werd hij niet veroordeeld bij gebrek aan bewijs. Toch staat hij wereldwijd bekend als meestervervalser.

Als kunsthandelaar rolde hij erin. Het was zo eenvoudig om een Appel na te maken en ter veiling aan te bieden. Een valse handtekening was zo gemakkelijk gezet, dat de regelmatig in geldnood verkerende ’Meester van Edam’ de verleiding niet kon weerstaan.

Maar die tijd is voorbij. Hij signeert tegenwoordig alles met ’GJJ’ en zijn eigen naam verkoopt tegenwoordig ook, zowel zijn werk in de stijl van.... als zijn eigen stijl – kleurrijke doeken bezaaid met grote letters en tekens.

De vriendelijke, bedachtzame schilder en kunsthandelaar beheert in Werkhoven een kasteeltje als anti-kraakwacht. De benedenverdieping staat en hangt vol met doeken van zijn hand. Een Matisse, een Picasso, impressionisme, kubisme, Cobra, abstracte kunst.

,,Ik ben begonnen met schilderen door naar anderen te kijken. Zo is het gegaan”, legt hij uit. ,,Het is een heel gevecht geweest, naschilderen is niet zo makkelijk als het lijkt. En de ene schilder is moeilijker na te maken dan de andere. Het gaat erom het handschrift in de vingers te krijgen, de manier waarop de verf op het doek wordt gebracht. Schilders van wie iedereen zegt: dat kan mijn zoontje van drie ook, zijn het moeilijkst na te doen. De snelheid waarmee de verf op het doek moet worden aangebracht, vormt het probleem. Een tekening à la Picasso of Matisse is in drie minuten gemaakt. Dan denken de mensen: o, dat is niets waard. Maar daar heb ik vooraf wel honderden minuten op geoefend. Je kunt het vergelijken met een doelpunt maken. Dat duurt ook maar een paar seconden.”

Het hele pand hangt nog steeds vol met andermans stijlen. Wordt het geen tijd voor een eigen stijl? Jansen lacht. ,,Jawel, die heb ik ook altijd gehad. Maar dat is niet zo vanzelfsprekend, hoor. Niemand vraagt Rudi Fuchs wanneer hij eindelijk zelf gaat schilderen of Riccardo Chailly wanneer hij gaat componeren. Dat is bij mij hetzelfde. Vervalsen is een vak op zich. Als je dat kunt, kun je nog niet eigen werken bedenken. In de herfst krijg ik mijn boek met honderdvijftig eigen schilderijen en daar ben ik erg trots op. Ik heb dat deel van mezelf altijd apart willen houden. Ik wil mijn schilderijen niet aan de man brengen met mijn andere bekendheid.”

Onderscheidt een meesterwerk zich doordat het moeilijk is na te maken? ,,Nee. Een meesterwerk heeft niet zozeer met vakmanschap te maken”, zegt Jansen. ,,Sommige schilders zijn enorm in de weer met oude technieken, pigmenten, penselen met twee haren. Moeten ze een schilderij maken, dan komen ze niet verder dan een tinnen potje of een verrotte peer. Dat vind ik niet interessant, hoe knap gemaakt ook. Wat ze doen met hun techniek is niet bepalend voor of het een meesterwerk wordt.”

Jansen nomineert een paar twintigste-eeuwse Nederlandse schilders die wat minder bekend zijn bij het grote publiek. Maar als hij hoort dat Armando nog niet genomineerd is, valt Sipke Houtman van dat lijstje af, want Armando moet erbij. ,,Een groot schilder, die zijn eigen werkelijkheid schept. Er zit een oerkracht in zijn werk. Hij is bokser, zijn werk kun je ook gewelddadig noemen. Als ik bij de verfleverancier die vijfliterblikken zwarte verf zie, vind ik het een geweldig idee dat daar die schilderijen uit ontstaan. Hij kan met heel weinig heel veel teweegbrengen.”

Vervolgens komen we op de vroeg gestorven Jan Mankes (1889-1920), die in het begin van de twintigste eeuw kleine, liefdevol geschilderde werken maakte. ,,Als kind heb ik uren gebladerd in een boek van hem. Hij was niet zo gezond en bovendien bijziend. Zijn wereld was klein. Hij zag alles wazig en moest er dicht bovenop zitten. Dat zie je terug in het werk. Hij schilderde vaak dieren: een uiltje, geitjes in de tuin, ook wel stillevens of een landweggetje. Alles fijn van kleur, met dromerige achtergronden. Toen ik kunstgeschiedenis studeerde, ben ik zijn weduwe op gaan zoeken. Ik was de eerste die informeerde naar het werk van haar man. Ze had allerlei paneeltjes in huis waar de verf vanaf bladderde. Nu hangt er veel in het Museum voor moderne kunst in Arnhem en in het Frisiamuseum.”

Wie ook vaak dieren schilderde, was de Joodse diamantslijper Sal Meijer (1877-1965), die zo precies schilderde als hij sleep. ,,Een stukje gracht, een stukje hei of een pot met peren. Naïeve schilderijen waarin het perspectief soms weg is. Zijn ’De poes en de hoedendoos’, hangt ook in het Stedelijk Museum. Maar ik vind deze inmaakpot nog sterker.”

Onlangs kocht Jansen een werk van Tjibbe Hooghiemstra (1957). ,,Een schilder van wie we in de toekomst nog veel zullen vernemen, denk ik. Eigenlijk is hij een ergerlijke kunstenaar. Zijn schilderijen lijken op muren of schuttingen waar iedere voorbijganger iets op heeft gekrabbeld. Ik krijg er gewoon de kriebels van. Ik heb een serie afbeeldingen, waar steeds het woord ’bern’ op staat, met van die rare letters. Waarom bern? Hij roept meer vragen op dan antwoorden. Dat is natuurlijk precies de essentie van schilderen. Als je het met een of twee zinnen kunt zeggen, hoef je als kunstenaar niet al die potten verf en kwasten erbij te pakken. Schilderen gaat ergens anders over.”

Tot slot kiest Jansen na lang aarzelen toch een Rembrandt. Niet vanwege de afbeelding, maar vanwege het verhaal. Het is de ets ’Het bruggetje van Jan Six’, ook bekend als ’de mosterdprent’.

,,Het verhaal gaat dat Rembrandt op bezoek was op het buiten van burgemeester Jan Six in de buurt van Hillegom. Bij de maaltijd bleek de mosterd op te zijn. Een knecht werd naar het dorp gestuurd om mosterd te halen en Six en Rembrandt gingen een weddenschap aan of Rembrandt eerder een ets in een etsplaat kon tekenen dat de knecht terug was met de mosterd. Dat werd deze prent. Het mooie vind ik dat je hier de tijd kunt zien: in de afstand die de twee boten afleggen, maar vooral door het feit dat je het bruggetje ziet waar die knecht 361 jaar en één minuut geleden overheen is gehold. Die twee mannetjes hebben hem zien wegrennen. Nou zeggen kunsthistorici dat het verhaal niet klopt. Dat torentje in de verte is namelijk niet Hillegom maar Ouderkerk aan de Amstel. Mij interesseert het niet of het torentje en die mosterd wel kloppen. Deze razendsnelle prent doet me denken aan de tijd in Frankrijk dat ik geen schoenen met veters wilde, omdat ik dat tijd verknoeien vond. Ik gebruikte die tijd liever voor een Picasso.”

Kijk voor alle details over de verkiezing op www.hetmooisteschilderijvannederland.nl . Daar kunt u ook meedoen aan de verkiezing door te reageren en zelf schilderijen te nomineren. U maakt dan kans op een achtdaagse vliegreis naar Toscane voor twee personen.

Deel dit artikel