Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

GeenStijl kan de k#l & r% krijge! opinie

Home

Willem Schoonen

Wij, Nederlanders zijn kampioen in vloeken en tieren op internet. In andere landen gaat het er een stuk beschaafder aan toe.

Dat bleek uit een artikel van Jonathan Maas deze week in de Verdieping.

Dat artikel had de pakkende kop: Alleen Nederland heeft GeenStijl.

Die knipoog was voor de vrienden van GeenStijl.nl natuurlijk het sein de remmen eens goed los te gooien. In een pakkend stukje en honderden reacties werden deze krant en ondergetekende op fantasierijke, maar wat pijnlijke manieren de nek omgedraaid. Het werd sommige bezoekers van GeenStijl zelfs te grof, en dan moet je het bont maken.

Maar goed, GeenStijl heeft de grofheid tot cult verheven, en heel soms is het nog grappig ook. Zoals de grofheid van Hans Teeuwen vaak dodelijk saai en inhoudsloos is, en soms briljant cabaret.

In reacties op het verhaal in de Verdieping stelden lezers de vraag of dat verschil met de buurlanden niet te wijten is aan het feit dat daar strenger wordt gemodereerd. Zijn het de reageerders of de moderators die het verschil maken?

Goede vraag. Maar als we afgaan op de geciteerde beheerders van buitenlandse sites, ligt het vooral aan de reageerders.

De schrik slaat je ook om het hart als je de woorden leest van Claudia van der Laan, directeur van NoviaFacts, de moderator van de website van De Telegraaf. Hoewel de grenzen er ruim gesteld zijn, moet dertig procent van de reacties worden geweerd, omdat ze te grof zijn, beledigend of discriminerend. En als het gaat over Wilders of allochtonen, moet Van der Laan zelfs negentig procent van de reacties weren.

Onze internetredactie bekijkt alle reacties voor ze op trouw.nl worden geplaatst. Twintig procent kan de toets van fatsoen niet doorstaan.

Ik vind dat veel. Maar mensen leren, merkt onze internetredactie. Reageerders krijgen altijd te horen waarom hun reactie is geweigerd. En vaak gaan ze die reactie dan herschrijven om alsnog aan de normen van fatsoen en betamelijkheid te voldoen.

Het probleem heeft ook te maken met het medium. Op een internetforum is een reactie snel getikt en verstuurd. En die vlot getikte woorden kunnen op de lezer veel harder overkomen dan de schrijver ze heeft bedoeld. Ironie, bijvoorbeeld, is prachtig, maar bijzonder moeilijk over te brengen.

Maar niet alleen internet worstelt met het probleem. Deze week was er in de Tweede Kamer discussie over de fatsoensregels. Kamerleden zijn het beu door collega’s voor gek te worden uitgemaakt. Dat kan zelfs een minister overkomen. Argumenten maken plaats voor krachttermen. Het slaat nergens op en het is funest voor het debat. Sommige Kamerleden willen daarom de zogenoemde lijkenregeling in ere hestellen. Als je dat woord voor het eerst ziet, denk aan je aan standrechtelijke executie van parlementariërs die grove taal bezigen. Maar de lijkenregeling is een lijst van woorden die in het debat en de notulen niet zijn toegestaan.

Mensen haken af als het debat grof wordt. Je ziet dat op het net al gebeuren. We peilden deze week de menig van de sitebezoekers over de kwestie. 7 procent gaf eerlijk toe niet altijd netjes te zijn in zijn reacties. 36 procent verzekerde altijd te zoeken naar argumenten en fatsoenlijke taal te gebruiken.

Maar 33 procent zei nooit op internetfora te reageren, omdat ze niet tussen de grove, zure reacties van anderen willen staan.

Die 33 procent moet ons zorgen baren.

Deel dit artikel