Geen zin in tuinieren? Neem Oost-Indische kers!

home

Nicolien van Doorn

©ANP

Een zakje zaad van Oost-Indische kers. Meer heb je niet nodig om van een ongezellig stukje grond een vrolijke tuin te maken.

De meeste Nederlanders willen een huis met een tuin. Dat heb ik niet zelf bedacht, dat blijkt uit onderzoek. Want vergis je niet: ieder jaar wordt grondig bekeken wat wij in onze tuin doen en laten. Hoe kunnen verkopers van planten en tuinartikelen anders te weten komen wat wij bereid zijn aan te schaffen?

Oké, we willen dus een huis met een tuin. We zitten graag buiten en ook huisdieren, kinderen en barbecues doen het in de open lucht beter dan binnenshuis. Jammer alleen dat er in een tuin gewerkt moet worden, want daar - zo laten diezelfde onderzoeken zien - hebben tuineigenaren veelal niet zo'n zin in. Wat ze willen is een tuin met planten die op eigen kracht groeien, ook zonder dat ze voorzien worden van water en mest; planten die immuun zijn voor enge aandoeningen en nog engere beestjes. Plantenschapen met vijf poten dus. Maar waar vind je die?

Heel eenvoudig: overal. Je moet alleen weten welke je hebben moet. Met andere woorden: wees voorzichtig met impulsaankopen. In een kwekerij of tuincentrum ben je geneigd planten te kopen die in bloei staan, want dat zijn de planten die eruit zien alsof ze de tuin in een mum van tijd kunnen opvrolijken. En dat doen ze ook, maar inderdaad niet langer dan een mum van tijd. Kort nadat ze geplant zijn verwelken de bloemen, want dat doen bloemen nu eenmaal, en dan pas ontdek je of het een makkelijke of een moeilijke plant is.

Wil je een tuin met planten die zichzelf redden, zorg dan dat je een boodschappenlijstje bij je hebt als je naar een tuincentrum gaat. En zet bovenaan dat lijstje: 'Oost-Indische kers'. Meer heb je namelijk niet nodig om van een ongezellig stukje grond een vrolijke tuin te maken waaraan je niets hoeft te doen. Nu niet en nooit niet. Want het leuke van Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) is dat je de zaden maar één keer in de grond hoeft te stoppen. Daarna zorgt hij er zelf wel voor dat je hem niet meer kwijtraakt. Laat hem vooral aan z'n lot over, want hoe slechter hij het heeft, hoe beter hij bloeit.

Mooi en makkelijk dus, maar dat is nog niet alles. Oost-Indische kers is zo'n super-ideale plant, dat het bijna vervelend wordt. Eigenlijk heeft hij maar één minpunt en dat is dat zijn naam nergens op slaat, want hij komt niet uit Oost-Indië en een kers is het ook al niet. Dat hij 'kers' wordt genoemd, heeft er mee te maken dat hij in Engeland 'cress' heet en in Duitsland 'Kresse'. Zo worden daar alle planten genoemd die een scherpe smaak hebben, zoals onze waterkers en sterrenkers. Hoe de plant aan het voorvoegsel 'Oost-Indisch' komt, daarover zijn de meningen verdeeld. De een zegt dat Spaanse zeevaarders de plant in de 16de eeuw vanuit Zuid-Amerika, waar hij inheems is, meenamen naar Europa; en omdat Hollanders destijds dachten dat alles wat er tropisch uitzag uit Indië kwam, noemden ze de plant 'Oost-Indisch'. Anderen beweren dat de Spanjaarden de plant meenamen naar Oost-Azië, waar de Hollanders hem later tegenkwamen.

Goed, terug naar de pluspunten van de Oost-Indische kers. Een daarvan is dat er zoveel soorten zijn, dat het al heel raar moet lopen wil er niks leuks tussen zitten. Behalve de rankende soort, die kan klimmen maar die je ook over de grond kunt laten kruipen, zijn er ook soorten die compact groeien en laag blijven. Die passen dus prima in een kleine tuin of in een pot op het balkon.

Een leuke eigenschap is ook dat Oost-Indische kers eetbaar is. Niet alleen de bladeren, ook de onrijpe zaden en de bloemen zijn lekker. Het blad smaakt peperig, net als waterkers. Hoe zonniger hij staat, hoe scherper de bladeren smaken. Het blad kan in de sla of in de soep, de bloemen zijn zo'n beetje overal voor te gebruiken. Pluk ze 's ochtends, spoel ze af en zet de computer aan. Ga vervolgens naar smulweb.nl en maak een keus uit de 57 recepten die je daar aantreft. Voorgerechten, salades, nagerechten, ijsblokjes: de bloemen kunnen overal in.

In Zuid-Amerika gebruiken de indianen de bladeren om wonden te behandelen. Getrokken in heet water helpt het blad tegen allerlei infecties zoals verkoudheid, koorts en blaasontsteking. Pluk nu niet meteen de hele plant leeg, 30 gram per dag is meer dan genoeg.

Slakken hebben een hekel aan Oost-Indische kers, terwijl rupsen en luizen er juist dol op zijn. Dat is mooi, want dan komen die tenminste niet in de rozen en de moestuin. De plant is ook aantrekkelijk voor zweefvliegen en hun larven, die de luizen te lijf gaan. Er wordt wel gezegd dat je Oost-Indische kers moet aanplanten onder appelbomen omdat bladluizen dan massaal de bomen verlaten en zich op de kers storten. Maar dat is onzin, want appelluizen lusten alleen appelbomen. Als laatste klap op de vuurpijl valt van de Oost-Indische kers nog te zeggen dat hij zijn eigen vuurwerk maakt: op hete avonden kun je de bloemen zien vonken.

Na dit positieve verhaal kan ik me voorstellen dat iedereen zijn tuin en balkon vol wil planten met Oost-Indische kers. Dat zal dit jaar helaas niet meer lukken, want de beste zaaitijd is half mei. Wel kun je in het najaar zaadjes ophalen bij iemand die de plant al heeft. Of alvast een boodschappenlijstje maken voor volgend jaar.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie