Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geen oma of opa die zegt: 'Ik wou dat ze niet kwamen'

Home

ARLETTE DWARKASING

Het is racen soms, als ze eens al haar kleinkinderen moet ophalen. Om drie uur moet Marian Bromet (54) dan bij de school van de zevenjarige Jackie staan. En om kwart over drie gaat de school van de vijfjarige tweeling Stacey en Kelly uit. En die zit wel aan de andere kant van de stad.

Maar oma's en opa's lijken de meest flexibele vorm van kinderopvang die menig ouder zich maar kan wensen. Want als de moeder van Jackie nachtdienst heeft, kan haar dochter natuurlijk altijd bij oma Bromet blijven slapen.

Grootouders hebben altijd tijd, lijkt het. Als ze tenminste niet meer werken. En anders zijn ze wel bereid tijd te máken voor de kleinkinderen.

“Ik werkte nog fulltime toen mijn oudste dochter zwanger was”, vertelt Oeds Wijbenga (59). “Ik had een buitendienstbaan en op vrijdag werkte ik thuis: verslagen schrijven. Dat ik een kleinkind kreeg, zag ik als een buitenkansje. Ik riep direct: ik wil wel oppassen op vrijdag. Die verslagen moesten maandag af zijn. Nou die schreef ik dan toch gewoon in het weekeinde.”

Zijn vrouw, Paula Wijbenga (57), dacht er anders over. Zij had immers hún vier kinderen grootgebracht. Zij riep: “Leuk dat je een kindje krijgt, maar ík ga niet oppassen.” Echter, toen het eerste kleinkind eenmaal in haar armen lag, smolt ze. Inmiddels vangen opa en oma Wijbenga drie kleinkinderen op in hun huis in Assen. Op maandag komt Jochem (1) en op vrijdag komen Marieke (bijna 5) en Frank (3).

Vooral als de kinderen eenmaal naar school gaan, blijken de grootouders een ideale vorm van kinderopvang. Ouders hebben dan niet het gevoel dat ze een te groot beroep doen op oma en opa, omdat het toch maar voor een klein deel van de dag is. En de kinderen hoeven niet meer opgetild, verschoond of gevoerd te worden.

Marian Bromet uit Amstelveen denkt dat ze de moeilijkste periode heeft gehad met Jackie. Zij past al sinds de geboorte zeker 28 uur per week op haar oudste kleindochter. Op verschillende dagen en tijden, afhankelijk van het rooster van de alleenstaande moeder. De tweeling Stacey en Kelly is incidenteel bij haar.

“Vanaf het moment dat Jackie baby-af was vond ik het best wel eens moeilijk. Dan moet je zo'n peuter hele dagen bezig houden en later zindelijk maken. Nu zijn het maar een paar uurtjes na school. Of ze eet en slaapt hier en dan breng ik haar 's morgens naar school.”

Ook zij heeft destijds zelf aangeboden op te passen. “Mijn dochter had een goede baan, toen ze zwanger werd. En haar relatie was zodanig dat ik dacht: houd alsjeblieft dat werk. Maar omdat ze continudiensten draait, zou het lastig zijn om flexibele opvang te vinden. Toen dacht ik: beter bij oma dan bij wildvreemden. Ik had er immers de tijd voor nu mijn eigen twee dochters de deur uit waren. En ik vond het ook erg leuk om te gaan doen.”

“Het is ook een leuke afleiding”, zegt mevrouw M. Lachmising (67). Zelf moeder van zes kinderen en oma van achttien kleinkinderen en een achterkleinkind. Toen ze in Amsterdam woonde, paste ze op de kleinkinderen die in Amsterdam woonden. Nu ze in Leiderdorp woont, past ze alweer drie jaar dagelijks op Givano (8) en Viyante (6), die in de buurt wonen. Da's wel zo makkelijk want oma hoeft maar twee minuten te lopen om ze van school te halen, en de oudste gaat zelf op de fiets.

“De ouders werken allebei en de wachttijden voor kinderopvang zijn erg lang. Ik heb voorgesteld dat ze bij mij kwamen. Het is een Surinaamse gewoonte. Als je zelf werkt, worden de kinderen door je moeder opgevangen. Hier is het wat moeilijker als je ver bij elkaar vandaan woont. Maar als je kleinkinderen in de buurt wonen, dan doe je dat gewoon. Mijn moeder heeft mij vroeger ook geholpen. Het is logisch. Maar het is geen 'moeten' hoor. Het blijft toch vrijwilig. Als ik vandaag 'nee' zeg wordt er meteen een andere oplossing voor de kinderen gezocht. Maar ik geef het nog niet op hoor.”

De vraag is of grootouders wel 'nee' kunnen zeggen als hun kinderen een beroep om hen doen. Iedere vraag om incidenteel een keertje op de kleinkinderen te passen zal met gretigheid worden aangegrepen. Maar de vaste kinderopppas zijn, dat is nogal wat. Na een werkzaam leven in dienst van een bedrijf of het eigen gezin, kunnen jonge en fitte senioren allerlei activiteiten ondernemen, waar het vroeger maar niet van kwam.

Doordat steeds meer vrouwen na hun dertigste kinderen krijgen, zijn veel grootouders al op leeftijd als het eerste kleinkind komt. Dan kan het structureel opvangen van kleinkinderen een lichamelijk en emotioneel zware opgave zijn. Toch blijven de geluiden van ook die opa's en oma's positief. Al wordt er zuchtend een kind voor de zoveelste maal tot de orde geroepen, geen enkele grootouder zegt hardop: 'Ik zou willen dat ze niet kwamen.''

Enige reserves zijn er wel onder de groep 'wensgrootouders', zoals ze worden genoemd in een project van de welzijnsstichting Wisselwerk in Apeldoorn. De stichting bemiddelt tussen mensen die zelf geen ouders meer hebben en toch een opa of oma in het leven van hun kinderen willen, en senioren die zelf geen kleinkinderen hebben en toch de opa- en oma-rol willen vervullen.

Coördinator Sylvia Koenders merkt bij de wensgrootouders een angst om als gratis kinderopvang te moeten dienen. “De senioren vinden het leuk om bij een gezin betrokken te zijn. Maar vooral de fitte mensen hebben nog zoveel andere interesses en hebben daar nu ook pas echt de tijd voor. De ouderenbonden, waar ik veel contact mee heb, zijn er alert op: de vraag om aspirant-grootouders is geen vraag om kinderopvang.”

Van een overleg vooraf over de opvoeding van de kleinkinderen is noch in Assen, noch in Amstelveen of Leiderdorp sprake geweest. Wrijving daarover kan geen van de grootouders zich herinneren.

Oeds Wijbenga: “Mijn vrouw zegt wel eens tegen me dat ik iets niet moet doen met de kleinkinderen, omdat ze dat bij hen thuis ook niet mogen. Maar ja, híer is niet thuis. En híer bepaal ik de grenzen en niet mijn dochters. Als ik met mijn kleinkinderen op de bank wil springen - dat doen we vaak - dan mag dat. Maar ik ga natuurlijk geen grenzen over die hun ouders per se niet willen. Wat ik doe moet geen anti-pedagogische uitwerking hebben. Maar mijn voordeel is dat ik die ouders ken. Ze komen uit mijn nest. Ik weet dus gevoelsmatig al wat zij vinden en willen.”

Marian Bromet: “Ik bemoei me niet met de opvoeding die mijn dochter aan Jackie geeft. Al ben ik erbij en vind ik dat het anders kan. Zoals vanmiddag bijvoorbeeld. Ze zouden samen blijven eten. Maar er gebeurde iets en Jackie reageerde heel dwars. Mijn dochter werd boos en pakte de jassen: dan maar naar huis. Dat vond ik zielig. Het was maar een kleinigheid en mijn dochter was duidelijk moe van het werk.”

“ Ik zei tegen Jackie: 'Als je nou sorry zegt tegen mama, mag je misschien wel blijven'. Maar mijn dochter zei nee. Tja, het is tenslotte háár kind. En andersom hoor ik haar ook nooit over mijn aanpak. Als Jackie haar vertelt dat ze straf heeft gehad zegt ze: 'Dan zal je dat wel hebben verdiend'.”

Mevrouw Lachmising: “De kleinkinderen weten: wat bij mamma niet mag, mag bij oma ook niet. Ik praat er met hun ouders niet over, maar ik geloof wel dat we het meestal eens zijn. Als we het oneens waren, dan zou ik ermee ophouden. Want dat zou stress veroorzaken. Oppassen op de kleinkinderen moet wel een plezier blijven.”

Hoe lang nog? Zo lang als het duurt, zeggen de grootouders. Marian Bromet: “Maar als er nu nog een baby zou komen . . . Ik weet het niet. Met schoolgaande kleinkinderen en een man die sinds een maand met de vut is, deel je je leven toch weer heel anders in.”

Deel dit artikel