Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geen leger zonder muziek

Home

Sandra Kooke

Naast de symfonie-orkesten bestaat er voor blazers en slagwerkers een ander circuit van professionele blaasorkesten. Maar daarvoor moet een musicus wel in een uniform willen lopen, kunnen exerceren en de krijgstucht accepteren. Bij Defensie werken circa 350 professionele musici die Prinsjesdag, Dodenherdenking, commando-overdrachten en lintjesregens begeleiden met muziek. Heeft Defensie werkelijk vier professionele harmonieorkesten, twee fanfares en vier andere ensembles nodig? Bezuinigingen dreigen.

De portier is in burger. Verder loopt iedereen in de Amersfoortse thuishaven van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht in uniform: de drumfanfare (koper en slagwerk) repeteert in gevechtstenue, het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht (hout- en koperblazers en slagwerk) in het blauwe 'dagelijks tenue'. Maar dat zijn dan ook allemaal onderofficieren.

Wie in de krijgsmacht muziek wil maken, is behalve musicus, ook militair - met de bijbehorende rangen, strepen en sterren. De dirigent en de commandant (in de burgermaatschappij zou hij orkestdirecteur heten) zijn majoor, de musici met een vast contract zijn sergeant tot adjudant, de musici in dienst voor bepaalde tijd soldaat of korporaal.

Luitenant-kolonel Gert Jansen (indrukwekkend versierd met twee sterren en een balk, en op zijn borst een harpje, het teken van de dirigent, een parachute vanwege veertig sprongen, een insigne als lid van de defensiestaf en de rode kraagspiegels van de infanterie) is inspecteur militaire muziek krijgsmacht, na achttien jaar dirigent te zijn geweest van de Johan Willem Friso Kapel. Op zijn gezicht staat een stil geluk te lezen als hij luistert naar de jazzy sound van de drumfanfare van de Koninklijke Luchtmacht, die repeteert voor een kerstdiner.

Hij is altijd in de eerste plaats musicus gebleven, zegt Jansen. En hij geeft het eerlijk toe: de musici in de militaire orkesten komen allemaal om muziek te maken, niet om het leger te dienen. Jansen: ,,Wat doe je als trompettist na het conservatorium? Als je het podium op wilt, kun je naar een symfonie-orkest of naar het Nederlands Blazers Ensemble, maar dat werkt op projectbasis. Als je verder wilt in een professioneel blaasorkest - een harmonie of een fanfare - dan moet je wel naar het leger. Daar zijn de enige fulltime professionele blaasorkesten.'

Maar daar zit dan wel wat aan vast. Een trompettist loopt weliswaar niet meer in oorlogstijd voor de troepen uit om de vijand schrik aan te jagen of de strijdlust van de soldaten aan te wakkeren, maar aan de krijgstucht kan geen blazer zich onttrekken. Daarom leren nieuwe orkestleden in een militaire opleiding van een kleine drie maanden exerceren, commando's opvolgen en rangen herkennen aan de strepen op de schouders en krijgen ze enig inzicht in het bedrijf Defensie.

Dat is hard nodig omdat minstens vijftig procent van de werktijd opgaat aan ceremoniële verplichtingen: een erewacht, een ontvangst van een bevriend staatshoofd of een ambassadeur, een beëdiging, een commando-overdracht, de uitreiking van medailles, vaandels enzovoorts. De Drumfanfare, die met 22 man het meest flexibele onderdeel van de kapel is, verricht die taken ook in het buitenland, op plaatsen waar troepen zijn gelegerd, bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië. Bovendien zijn er optredens van drumfanfare en big band om de band van het leger met de lokale bevolking te versterken.

Artistiek zijn die ceremonies misschien niet zo bevredigend - het gaat om korte volksliederen en dergelijke - maar het is wel van het grootste belang dat 'het plaatje er goed uitziet', aldus dirigent Jos Pommer. ,,Want iedereen voor wie je daar staat te spelen, kent de ceremonie en de commando's. Hangt er één pluim van een muzikant op half elf dan heb je het slecht gedaan, al speelde je het volkslied foutloos.'

,,De fysieke omstandigheden waaronder je werkt zijn ook niet altijd dat je denkt: fijne baan. Vaak moet je al om vier uur uit bed om op tijd ergens te zijn. En dan sta je van half tien tot twaalf te kleumen voor een paleis, met een ijspegel aan je klarinet. Wij dragen allemaal thermo-ondergoed.'

Pommer is een paar jaar geleden naar Defensie overgestapt, na jarenlang in de amateur-blaaswereld te hebben gewerkt. ,,Als je op professioneel niveau wilt werken, moet je wel naar de krijgsmacht. Geen van de musici heeft er problemen mee voor Defensie te werken. Je weet het als je solliciteert. En we krijgen voldoende reacties bij een vacature.'

Voor het moreel van de muzikale troepen is het belangrijk dat het werk ook muzikaal interessant is. De aantrekkingskracht van Defensie op musici zit hem vooral in de vele concerten die er worden gegeven. Ongeveer de helft van de tijd zijn de musici daar mee bezig. De Kapel van de Koninklijke Luchtmacht richt zich sinds een jaar of zeven op lichte muziek en brengt shows. Vorig jaar zagen 25.000 bezoekers de show 'Tommy'. Vanaf januari toeren ze met Liesbeth List door het hele land met 'La vie en rose'.

Hoewel de ceremoniële en protocolaire taken de 'core-business' van de orkesten zijn, zijn de concerten volgens directeur Arnold Westen ook van groot belang voor Defensie. Westen: ,,Wij zijn een belangrijk pr-instrument van de krijgsmacht. De Luchtmacht wil graag het imago van jong en bruisend hebben. Wij zijn een swingend orkest en dragen dat beeld uit als we met onze shows door het land trekken. Vorig jaar waren we op tv bij Kopspijkers. Nou, dan kijken er gauw een paar miljoen mensen. Met de afschaffing van de dienstplicht is de pr voor de krijgsmacht alleen maar belangrijker geworden. Er is nog steeds behoefte aan maatschappelijke waardering voor de krijgsmacht. Daar kan de militaire muziek aan bijdragen. We weten ook dat de Luchtmacht ons waardeert. Vorige week was de bevelhebber hier en die vond dat we op de goede weg waren.'

De vraag is dan hoeveel geld je daar voor over hebt. Jansen: ,,Het werkt alleen als je kwaliteit kunt leveren. Als het publiek denkt: 'nou ja, zeg', en geen respect heeft, doet het orkest afbreuk aan het imago.'

Toch buigt een werkgroep van Defensie zich dezer dagen over de vraag of er bezuinigd kan worden op de militaire muziek. Er moeten 4800 functies bij Defensie weg. En natuurlijk blijven de tien muziekgezelschappen van Lucht- en Landmacht, Marine en Marechaussee dan niet buiten schot. Momenteel worden alle functies geïnventariseerd zodat daarna bezien kan worden wat er kan verdwijnen.

Jansen is niet al te somber. ,,Ik denk dat iedereen beseft dat muziek onlosmakelijk met de krijgsmacht is verbonden. Er is geen land ter wereld zonder militaire muziek. Het hoort bij de militaire traditie. Van de ceremoniële taken wil niemand af. De vraag is dan: wat wil je buiten die militair-traditionele momenten doen en hoeveel wil je eraan besteden?'

Voor Westen zou het een onbegrijpelijke stap zijn als er musici weg zouden moeten. ,,Met minder musici dan de 52 in dit orkest en 22 in de drumfanfare kunnen we geen kwaliteit leveren. Die shows kosten Defensie sowieso niets omdat we die kunnen betalen uit de opbrengsten. Het zou toch gek zijn als we gedwongen zouden worden ermee te stoppen, net nu we 25.000 bezoekers weten te trekken.'

De tien militaire muziektroepen

Marine: Marinierskapel der Koninklijke Marine

Tamboers en Pijpers van het Korps Mariniers

Landmacht: Koninklijke Militaire kapel

Johann Willem Friso Kapel

Trompetterkorps Bereden Wapens

Fanfarekorps Koninklijke Landmacht

Luchtmacht: Kapel van de Koninklijke Luchtmacht

- orkest

- fanfare

Marechaussee: Trompetterkorps der Koninklijke Marechaussee

Drumfanfare van het Korps Nationale Reserve

Deel dit artikel