Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geen ladyshave voor zuster Martina

Home

Ellis Ellenbroek

Ze was misschien wel de meest excentrieke non van het hele Karmelklooster in Drachten. Nu zijn er een expositie en een boek aan haar gewijd, die laten zien hoe kleurrijk zuster Martina was.

'Graag een Gregoriaanse Heilige mis, met 'Dies Irae', als dat tegenwoordig nog mag." De notitie is Zuster Martina ten voeten uit. 
Op hetzelfde briefje schrijft de non ook dat ze beslist geen levensverhaal wil in het Karmelblad Samen. En ook geen bidprentje. 
 
Het blaadje met de laatste wensen van Bertha Ida van der Meer (1906-2001) ligt in een vitrine van de Karmel in Drachten. Het voormalige klooster der Ongeschoeide Karmelietessen heeft een expositie en een boek gewijd aan zijn meest kleurrijke bewoonster.
 
Kluizenares en kunstenares was Bertha Ida - die bij haar intreden in 1935 de naam Martina kreeg. Het leven in afzondering was haar heilig. Toen eind jaren zestig ook de kerk niet ontkwam aan democratisering, verdwenen de tralies waarachter de karmelietessen zaten. Martina wilde er niet aan. In 1969 trok ze eropuit om een eigen gemeenschap van kluizenaressen te stichten. Het lukte niet en ze keerde terug naar Drachten waar ze een eigen cel op zolder kreeg en werd vrijgesteld van de plichtplegingen in huis. Aan het in elkaar schroeven van ladyshaves voor Philips deed ze zeker niet mee.

In april 1972 schrijft Martina aan een hogere geestelijke dat ze blij is met haar privileges: 'U begrijpt hoe ik ertegen opzie deze levenswijze ooit weer prijs te geven: deel te nemen aan het eindeloze vrouwengepraat van de bijeenkomsten, groepsgesprekken, begeleidingsgesprekken, groepjesrecreatie, aan eindeloze zangoefeningen en eigen gestructureerde koordiensten, waardoor de universele Kerk niet meer vanuit Zich aanspreekt.'
 
Bezoekers van de Karmel kunnen op zolder de sobere, tochtige cel zien waar Martina een indrukwekkende productie aan iconen en canonborden met kerkelijke gebeden bereikte en waar ze stapels brieven schreef. "Hoe meer ze zich afzonderde, hoe groter haar actieradius werd", zegt Jan Hofstra, samensteller van de tentoonstelling. Maar ook in vroeger jaren zat de zuster niet stil. We zien ragfijne schilderijtjes met taferelen uit haar jeugd, en een tekenfilmpje dat ze maakte toen de Karmel Drachten twaalfenhalf jaar bestond.
 
In de nissen hangen tijdelijk weer de religieuze schilderijen die Martina in de jaren vijftig speciaal voor het klooster maakte. Bij de sluiting in 1993 werden ze meegenomen, hoewel een van Martina's werken na haar dood weer in de collectie van het voormalige klooster terechtkwam.
 
Achter glas een getypt briefje aan een leverancier van schildersbenodigdheden. Zuster Martina vraagt om verf en monsters van iets om het bladgoud donkerder te kleuren en doffer te maken.

 
Zij verkocht iconen aan premiers en hoge geestelijken. Beel, De Quay, Ruijs de Beerenbrouck en bisschop Simonis hadden iconen van haar. Zo bracht Zuster Martina een aanzienlijk deel van het kloosterinkomen binnen. "Maar haar beste werken zijn niet de iconen, maar de kruiswegstaties en de canonborden", vindt Jan Hofstra. "In de canonborden evenaart zij de middeleeuwse miniaturisten."
Zuster Martina sprak Italiaans, Spaans en Russisch. Zonder twijfel was zij de meest begaafde van alle Drachtster Karmelietessen, stelt Jan Hofstra. Het gezin waaruit ze kwam was niet eens zo heel bijzonder - vader was ambtenaar en werkte zich op tot wethouder van Bolsward, moeder stierf toen Bertha Ida zeven was. Maar zowel de dochter als haar oudere broer Frits was gezegend met een flinke dosis gevoeligheid. Bertha Ida werd onderwijzeres in Haarlem, maar op haar negenentwintigste volgde ze haar verlangen om, als Ongeschoeide Karmelietes, in verborgenheid te bidden voor de kerk en de wereld. Ook Frits koos het religieuze pad. Hij werd pater, maar was tevens kunsthistoricus en hoogleraar in Nijmegen. Hij won in 1964 de PC Hooftprijs.
 
Broer en zus hadden een nauwe band. Niemand schreven zij zoveel brieven als elkaar. Frits was Martina's mecenas, min of meer. Hofstra: "Hij stuurde haar lappen postzegels voor haar correspondentie." Ook stuurde Frits bisschop Simonis een rekening van duizend gulden voor de icoon waarvan de kerkleider dacht dat het een cadeau was.
 
Geestig, en ook wel frappant, is het om vast te stellen hoe de zuster die zo diep gelovig was en haar leven biddend wilde slijten, zo'n grillig karakter had. Juicht Martina nu eens over de prachtige kloostertuin, dan weer moppert ze in haar brieven over de snelweg voor de deur in Drachten. Zij en broer Frits laten geen kans voorbij gaan om te laten merken dat ze uit speciaal hout gesneden zijn. Met humor, dat wel.
Veelzeggend zijn de regels uit het gedicht dat Frits in 1966 aan zijn zus wijdde: 'Jij bent d'hoogmoedigste: van God bezeten. Met ons sterft dat verwaand gezin straks uit. Historici gaan strijken met de buit, want wat wij waren dat wordt niet vergeten'.
 
In een interview dat Jan Hofstra met haar hield, laat Martina zich een paar keer laatdunkend uit over haar medezusters. En de priorin van Drachten schreef eens over de broer en zus uit Bolsward: 'Zij heeft werkelijk grote gaven van O.L. Heer gekregen en is evenals haar heerbroer een soort genie, wat natuurlijk ook zijn schaduwzijden meebrengt.'

Die eigen cel op zolder was niet alleen voor Martina, maar ook voor haar medezusters een uitkomst, lacht Jan Hofstra: "Er hangt hier een condoleancebrief van iemand die na het overlijden van Martina letterlijk schrijft: Ik heb zowel haar, als de communiteit die het met haar wist uit te houden, bewonderd."
 
"In de loop van haar leven werd Martina minder vinnig en raakte ze meer geïnteresseerd in andere mensen", zegt Hofstra, die de pastorale gaven van de zuster niet wil uitvlakken. Martina kon hartverwarmende en invoelende brieven sturen. Aan nicht Tineke bijvoorbeeld als die in 1981 weduwe wordt. Een broeder van de Karmelieten reageert in 1965 op wat Martina hem heeft geschreven: 'De eerste brief, die ik zocht en openmaakte, toen ik van de begrafenis thuis kwam was de Uwe. Ik wist zeker dat ik er medeleven en troost in zou vinden. Ik ben niet bedrogen uitgekomen.'
 
Haar kluis op zolder moest Martina in 1985 om gezondheidsredenen opgeven. Ze kreeg een kamer tussen de andere zusters, maar wel een met een atelier. Bij de opheffing van het klooster Drachten verhuisde Martina naar de zorgafdeling van de Karmel van Oirschot. Tien jaar geleden, op 13 februari 2001, overleed ze daar. Bij haar uitvaart was er een bidprentje.

Lees verder na de advertentie
Icoon gemaakt door zuster Martina (Trouw)
Zuster Martina biuj haar intrede. (Trouw)
Zuster martina, getekend door haar broer Frits. (Trouw)
Zuster martina aan het schilderen. (Trouw)

Deel dit artikel