Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geen kwaad woord over de Chinese allochtoon

Home

Rob Pietersen

Er wordt bij integratie met twee maten gemeten: zo worden Chinezen ten onterechte als modelallochtonen gezien, aldus student Yiu Fai Chow.

Toen in een grote krantenkop de Chinezen de ideale allochtonen werden genoemd, dacht Yiu Fai Chow: nou breekt mijn klomp. „Het is tijd de mythe van de Chinezen als modelminderheid te doorbreken.”

Yiu Fai Chow (46) schreef een essay voor het boek ’Zo zijn onze manieren’, dat vandaag wordt aangeboden aan minister Vogelaar (wonen, wijken en integratie). Het boek bevat nog meer kritische reflecties op de multiculturele staat van Nederland.

Chow, student aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, woont vijftien jaar in Nederland. Hij ergert zich aan de ’multiculturele schizofrenie’: de Marokkanen doen alles fout, de integratie van de Chinezen was zogenaamd voorbeeldig. Er wordt met twee maten gemeten, schetst Chow, die naast zijn studie ook werkt voor de Chinese radio van de Nederlandse Programma Stichting (NPS) en tevens tekstschrijver is van popmuziek in Hongkong, Taiwan en China.

Chow begint zijn essay met een voorbeeld uit de praktijk, iets wat bij hem de stekels doet opzetten:

„Die nieuwe buurman van me, volgens mij is het een Marokkaan. Hij houdt z’n vrouw de hele dag binnen. Maar z’n kinderen laat-ie buiten rondhangen. Moeten die lui niet werken of naar school gaan of zo? En hun tuin ziet er verschrikkelijk uit, zo asociaal. Allochtonen zouden echt beter moeten integreren.”

„Eh sorry, maar ik ben ook een allochtoon.”

„Oh, maar jij bent anders, jij bent Chinees.”

Chow geeft een alledaags gesprekje met zijn buurvrouw weer. Ook in de ogen van andere kennissen is ’allochtoon’ een synoniem voor uitkeringsfraude, asociaal gedrag en vrouwendiscriminatie. Maar over Chinezen geen kwaad woord: „Die klagen niet, ze halen geen narigheid uit en ze werken hard.”

En dus, zo constateert Chow, ontbreken de Chinezen in Nederlandse debatten over de multiculturele samenleving, die bepaald worden door economische, sociale, culturele en religieuze problemen. Dat ook Chinezen vrouwen discrimineren, homoseksualiteit onderdrukken en hun buren niet op de koffie vragen, doet er blijkbaar niet toe.

Ze kwamen in groten getale in de jaren ’70 en waren zichtbaar, vooral door rode façades met gouden letters: restaurant Happy Garden of afhaalcentrum China Palace. Ze werkten hard, het klonk zo leuk: „Sambal bai?”. Dat de cao’s niet werden nageleefd, er illegaal personeel uit China werd gehaald, de Voedsel- en Warenautoriteit soms alarm sloeg: het werd vergeven en vergeten.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek wonen er ruim 40.000 mensen van Chinese afkomst in Nederland. Het Inspraakorgaan Chinezen gaat uit van een hoger aantal (tussen de 70.000 en 100.000) omdat er grote groepen Chinezen niet uit de Volksrepubliek, maar via Hongkong, Taiwan, Singapore, Vietnam, Maleisië, Indonesië of Suriname in Nederland zijn neergestreken. Dat alles exclusief de illegalen.

De Chinezen hebben nooit hoeven integreren zoals anderen dat nu wel moeten, zegt Chow. De Marokkaanse of Turkse cultuur van het thuisland wordt nu als wortel van integratiekwalen gezien, „maar de zogenaamde Chinese tradities en waarden zijn de grote verklarende factor in het Chinese succesverhaal.” Iedereen moet zich aanpassen, maar: „De Chinezen worden als exemplarisch beschouwd, juist omdat zij Chinees blijven”, aldus Chow.

Deel dit artikel