Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geen bloedeloos werk uit computer

Home

CEES STRAUS

Voor de kunstenaar is het atelier de plaats waar zich het maakproces afspeelt en niet zelden ook het denkproces dat er aan voorafgaat. Heeft die plaats invloed op beide processen en hoe spelen die zich af? Een serie gesprekken op de plek waar de kunst tot stand komt. Vandaag de dertiende aflevering: Piet van Leeuwen in Haarlem. Piet van Leeuwen is op de fotomanifestatie in Naarden vertegenwoordigd met een werk op de expositie 'Egodocument'.

Piet van Leeuwen: “Ik ben een computeranalfabeet, ik wil alles in eigen hand houden. Ik moet zeggen dat ik de resultaten die je met de computer bereikt, tot nu toe erg herkenbaar als zijnde gemanipuleerd vind. Daardoor vind ik ze oninteressant. Wat een bloedeloos spul. Nee, ik zie er geen mogelijkheden in. Ik ben een oude ambachtsman die zijn beperkingen kent. Die zijn dat ik niet op groot formaat werk en ook zonder studiolicht. Ik ben nog een ouwe knipper en plakker, stel mijn werk samen in een collagetechniek.”

“Ik ben op een gegeven moment met kunstlicht gestopt omdat ik me realiseerde dat ik de hele dag in duisternis moest werken, dat is toch heel onprettig. Bovendien geeft dat werken met het jachtige geflits naast een grote spanning ook veel produktie. En ik heb helemaal geen zin om op produktie te werken.”

“Daglicht heeft in Haarlem een mooie kwaliteit. Ik bouw boven op het dak stillevens, ik zie dus voortdurend wat voor licht het is. Tien kilometer achter de kust worden prachtige wolkenpartijen opgebouwd. Het licht komt daar schitterend gereflecteerd onder uit. Ja, die zeventiende eeuwse landschapsschilders zaten hier niet voor niets, die vielen echt op het licht.”

“Daglicht heeft nog een bijkomend voordeel: je hoeft niet altijd te werken, je bent erg afhankelijk van het weer en het is natuurlijk ook wel eens slecht licht. Het grootste deel van de tijd besteed ik aan nadenken, aan ideevorming. Voor mijn opdrachten moet ik research doen, notities maken, tekenen en krabbels maken, daar komt tot in een laat stadium geen foto aan te pas.”

Voor Van Leeuwen is zijn Haarlemse huis annex werkplek een inspirerende omgeving. “Ik ben hier 25 jaar geleden vanuit Rotterdam, waar ik in 1942 werd geboren, terechtgekomen. En sindsdien heb ik nooit meer de behoefte gehad om er weg te gaan. Zo midden in de stad geeft deze plek me toch veel rust en ruimte. En Haarlem biedt me iets waar ik in Rotterdam altijd naar verlangde. Dat is het leven in de binnenstad. Als Rotterdam niet was gebombardeerd, dan had ik er waarschijnlijk nog wel gewoond. Het verlangen naar Rotterdam heb ik overgebracht naar Haarlem. Bovendien, dit pand, dat uit 1650 dateert, heeft een ongelooflijk rijke geschiedenis. In de Tweede Wereldoorlog zat hier een illegale drukker die door de Duitsers is geëxecuteerd. Het pand heeft door die dingen zijn eigen geschiedenis. Het is belangrijk dat je dat voelt. Maar ja, ik maak het mezelf wijs hoor, het is toch een soort van historisch besef.”

Ook het werk van Piet van Leeuwen wordt in hoge mate door dat historische bewustzijn gekleurd. Hij weet welke plek hij in de geschiedenis van de fotografie inneemt, hij refereert regelmatig in zijn foto's aan oude fotografen. Doordat ook een deel van zijn opdrachten een historisch tintje heeft, ontstaan er regelmatig dubbele bodems in zijn werk. Een voorbeeld daarvan is de reeks fotowerken die hij maakt ter gelegenheid van het feit dat de stad Haarlem haar 750 jarig bestaan viert. Van Leeuwen heeft in de stad allerlei neo-klassicistische beelden vastgelegd die hij in een collage heeft samengebracht, en vervolgens onder een laag bloemen heeft gerangschikt. Een ode aan de befaamde Haarlemse bloemenmeisjes en -jongens.

Van Leeuwen acht zichzelf van zulke opdrachten afhankelijk. “Ik verkoop regelmatig aan musea en de Rijksdienst Beeldende Kunst, maar ik heb verder geen vast dienstverband. En voor de reclame voel ik niets. Ik bedenk zelf mijn ideeën, hoef ze daarom niet van een artdirector uit te voeren. Ik ben zelf bedenker, zelf art director, ontwerper, producent, stylist en tenslotte ook de fotograaf en degeen die het presenteert. Bij een reclamebureau heb je daar gespecialiseerde mensen voor, ik moet er niet aan denken.”

Hij is niet op een bepaalde stijl te pakken. Zijn werk is veelzijdig: behalve dat hij bekend is vanwege zijn culinaire stillevens in kookboeken (een prachtig boek over vis laat hem van een ongebruikelijk surreële kant zien), van reportages in tijdschriften als Avenue en Panorama, maakt hij sinds jaar en dag ook nog eens vrij, dat wil zeggen niet uit opdrachten voortvloeiend werk. “Je kunt op één manier werken, maar kies je per onderwerp één soort visualisatie, dan blijkt toch dat je dat niet voortdurend kunt doen. Op dit moment is mijn stijl een veelheid van stijlen. En dat is in deze tijd superpostmodernistisch! Ik streef niet naar hermetisch werk dat alleen voor een kleine groep ingewijden herkenbaar is. Ik wil een sterke beeldende kracht, dat is een degelijke benadering. Veel mensen in de beeldende kunst laten zich daart niets aan gelegen liggen. Dat betekent automatisch dat de kijker veel moet weten. Ik denk dat wat ik doe, nog wel communicatie oplevert met het publiek. Ik hoef er geen filosofen bij te halen om mijn werk te rechtvaardigen.”

“Nee, ik zie mezelf niet als een documentair fotograaf, ook al fotografeer ik bestaande situaties. Ik ben daar te weinig rechtlijnig voor, niet principiëel genoeg. Het lijkt me heel saai zo te werken. Bovendien zijn foto's toch niet waar en dan kan ik er net zo goed mee rommelen. Ik zit ergens tussen beeldende kunst en fotografie in. Fotografen zitten heel vast aan de techniek en ik gebruik die techniek alleen maar. Ik ben erg gesteld op eenvoudige camera's, techniek moet geen doel op zichzelf zijn. Tot vorig jaar had ik een computergestuurde Nikon F801. Daar ben ik in Azië mee te water geraakt en dan is zo'n ding total loss. Ik werk nu met een veel oudere Nikon F2. Dat is de laatste gemechaniseerde camera van Nikon. Die oudere camera's hebben een bepaald soort tekening en kleurweergave die bij me past, het is allemaal niet zo bijtend. Ik koop van films altijd de amateurversie, omdat ik weet dat professionele films meer op kunstlicht zijn afgestemd. Die films zijn gebaseerd op snelle tijden, daar heb ik niets aan. Ik wil lang belichten, dan merk je bij professionele films dat de kleur gaat kiepen, veranderen. Het formaat is altijd kleinbeeld, met een studiocamera werk ik dus niet. En uitvergrotingen worden ook niet echt groot, zodat je met de korrel nog goed zit. Het hoeft van mij geen superrealistische reclame-kwaliteit te worden, hoor. Ik heb vroeger veel studiowerk gedaan, zou het nu best aan kunnen, maar ik denk dat het me zeker anderhalf jaar training kost. En waarom zou ik ?

Deel dit artikel