Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geef radicale imam liever beroepsverbod

Home

door Mohamed Ajouaou

Ook in Marokko en Saoedi-Arabië wordt imams die te ver gaan, de wacht aangezegd. Het is riskant. Beter kunnen imams eigen tuchtprocedures in het leven roepen.

In 2000 werd een moskee in de Marokkaanse stad Aroui, waar ik ben opgegroeid, door de strenge wahabisten veroverd. De wijkbewoners kwamen niet meer en gebruikten hun krachtigste wapen: zij staakten de contributie.

Het van binnen en buiten mooie, gezellige en qua bezoekers veelkleurige gebedshuis werd een armoedig uitziende en geïsoleerde intrek voor gelijkgezinde bebaarde mannen. Niettemin bleef de ultra-orthodoxe imam de geïmporteerde wahabitische leer uitdragen. Vrijwel alle sociale handelingen die niet in Saoedi-Arabië voorkwamen, werden ineens heidens verklaard. In een vrijdagse preek viel hij de plaatselijke soefi-orde aan. Soefi's ontvoerden en mishandelden hem en 's nachts werd hij bij het politiebureau geboeid afgezet. De autoriteiten hielden de imam gevangen. Vermogende fundamentalisten hebben hem uiteindelijk door omkoping kunnen bevrijden. Hem werd echter, tot opluchting van de wijkbewoners, een beroepsverbod opgelegd.

Dit laat zien dat het aanpakken van imams meer voorkomt. In Marokko behoort dit sinds de aanslagen in Casablanca (mei 2003) tot de hoogste prioriteiten. Tientallen imams zijn uit hun ambt gezet. Anderen kregen een berisping. In 2004 is in Marokko een wet aangenomen die de geestelijken verbiedt zich te mengen in politieke aangelegenheden of de preekstoel te misbruiken voor het verspreiden van antidemocratische opvattingen. Sinds enige tijd duiken regelmatig berichten op van vrouwengroepen die imams bij justitie aangeven vanwege vrouwenonvriendelijke uitspraken.

De Saoedische overheid, wier belangen sterk verweven zijn met die van de geestelijke stand, voelde zich gedwongen tot het nemen van soortgelijke maatregelen. Extremistische imams moeten sinds vorig jaar een convenant ondertekenen waarin zij moeten beloven berouw te tonen voor hun staatsvijandige opvattingen en hun toon te matigen.

Het plan van de Nederlandse overheid om radicale imams en godsdienstleraren het land uit te zetten past dus in een bestaande internationale trend. De vraag is alleen of Nederland deze minder democratische regimes als voorbeeld dient te nemen. In principe niet, maar misschien is hier de regel 'nood breekt wet' van toepassing. De samenleving kan geen radicale imams gebruiken. Zelfcorrectie en verzet vanuit de moslimgemeenschap tegen radicale imams, zoals hierboven, laat kennelijk nog even op zich wachten.

Tussen de radicale en de gematigde islam ligt een grijs gebied. De grens is zowel voor moslims als voor niet-moslims niet altijd duidelijk. Daarom dient het uitzetbeleid slechts bij hoge uitzondering en bij bewezen strafbare feiten toegepast te worden.

Ondertussen kunnen andere instrumenten beproefd worden. Zoals een beroepsverbod. Maar men kan ook denken aan het op non-actief stellen in afwachting van de uitkomsten van een strafrechtelijk onderzoek. Bij zware beschuldigingen kan de betrokken geestelijke zich tijdelijk terug trekken en de zaak aan een nog te vormen tuchtcollege voorleggen. Het voordeel van zo'n zelfregulerend tuchtcollege is dat van tevoren wordt bepaald wanneer de imam over de schreef gaat. In de bepalingen wordt aangegeven wanneer daarvan sprake is en wat de consequenties zijn van bijvoorbeeld onvriendelijke uitspraken jegens vrouwen, joden, het verspreiden van antidemocratische waarden en het verketteren van andersgelovigen en afwijkende stromingen binnen de islam. Een ander voordeel is dat de bepalingen van het tuchtcollege totstandkomen in overleg met de overheid. In werkelijkheid zullen niet veel imams aan de schandpaal worden genageld. De meeste imams zijn absoluut niet als staatsgevaarlijk aan te merken.

Ik heb vanuit mijn werk als adviseur van de Brabantse Islamitische Raad studiebijeenkomsten belegd voor tientallen Marokkaanse imams. De uitkomsten en het verloop van de discussies zijn zeer geruststellend. Constructieve loyaliteit ten opzichte van deze samenleving is daar ook duidelijk uit af te leiden. Vooralsnog blijven de spanningen beperkt tot gebedshuizen die door de orthodoxie worden bekostigd en waar de geestelijken uit het Midden-Oosten komen.

Overigens rust ook op moslims een zware verantwoordelijkheid in het tegengaan van radicalisme. Te beginnen met het doorbreken van het spreekmonopolie van de imam en hem vaak van feedback te voorzien. Een defensieve houding aannemen en alsmaar roepen dat er niets aan de hand is, levert niets op.

Deel dit artikel