Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geef me mijn fiets terug!

Home

Sylvain Ephimenco

Opinie

Hoe en waarom ik begin jaren negentig met de cultuurattaché (of was het de persattaché?) van de Duitse ambassade in een Haags restaurant belandde, kan ik me niet meer precies herinneren. Dat hij mij (die hij alleen van krantenpublicaties kende) op officieel briefpapier van de ambassade had uitgenodigd, weet ik nog wel.

Ook weet ik nog hoe de man wanhopig en zwaarmoedig leek, in zijn onberispelijke kostuum met pochet, droevig aan zijn glas Chablis lebberend. Maar dat hij een geestverwant in mij zag, werd me vrij snel duidelijk. Waren in die tijd Kohl en Mitterrand soms geen dikke vrienden? Maar bovenal: hadden we gezamenlijk niet heel veel last van die onmogelijke Hollanders? Pardon?

De diplomaat had het kennelijk moeilijk met de in Nederland heroplevende anti-Duitse sentimenten, die bij iedere voetbalwedstrijd tussen beide landen waarneembaar waren. Ik kon wel een eind met hem meegaan, maar om in een Haagse horecagelegenheid een soort nieuwe as tegen die polderbarbaren te smeden, leek me een hachelijke onderneming. Wel vertrouwde ik mijn gesprekpartner toe dat ik al die clichés over kuiltjes gravende Duitsers op Zeeuwse stranden of gestolen opoefietsen, weinig elegant vond. Om maar niet spreken van het domme gebaar van voetballer Ronald Koeman, die na afloop van een wedstrijd zijn achterwerk met een Duits shirt afveegde. Het toeval wil dat amper enkele weken na deze bilaterale lunch, Duitsland eclatant revanche op de westerburen nam. In maart 1993 publiceerde het weekblad Der Spiegel een wraakzuchtig essay van Erich Wiedemann.

De Duitse journalist, volgens het gekrenkte nationaal gevoel ’een notoire Nederland-hater’, haalde alle Duitse clichés over Nederland van stal om genadeloos terug te slaan. Veel drugs, verloren tolerantie, boerse manieren en criminaliteit. Maar ook, vond de Duitser, was Nederland een gastronomische woestijn waar hoofdzakelijk ’uit de muur’ werd gegeten. Pijnlijker waren de passages over de oorlog waarin Wiedemann opmerkte dat er heel weinig Nederlanders als helden waren gesneuveld, terwijl hier heel veel joden zonder noemenswaardig verzet waren weggevoerd. Door wie? schreeuwden Nederlandse stemmen als repliek. Het werd een complete mobilisatie van het anti-Duitse gevoel via artikelen, columns en radiopraatjes en oud Trouw-columnist Ruud Verdonck vermoedde in een stukje, dat de Duitse journalist een ’zakje zure zult’ moest hebben hangen daar waar gewoonlijk hersenen zijn gesitueerd.

Op mijn beurt schreef ik een column waarin ik een gefingeerd bezoek aan Wiedemann bracht. Op de terugweg, loog ik pesterig, werd mijn gehuurde Mercedes met Duits kenteken door Nederlandse auto’s van de weg gedrukt en belandde ik in de berm. Prompt kreeg ik een telefoontje van de Duitse attaché die mij, na deze aanslag, een hart onder de riem wilde steken (!) Drie maanden later stuurden 1,2 miljoen Nederlanders een briefkaart naar Helmut Kohl met de beruchte tekst ’Ik ben woedend’. Die tijd lijkt, anno 2009, voorgoed voorbij. Het postverkeer tussen Bonn en Den Haag is genormaliseerd en nooit meer word ik door de Duitse ambassade aangeschreven. Het wachten is nu nog op een Duitse aalmoezenier die dienst in het Nederlandse leger gaat nemen. Dan zal de oorlog voorgoed voorbij zijn.

Deel dit artikel