Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gedichten als dunne bomen

Home

JANITA MONNA

Jan Arends' poëzie is nog altijd even indringend

Vandaag over elf dagen is het 41 jaar geleden dat Jan Arends uit het raam sprong van zijn woning aan het Amsterdamse Roelof Hartplein. Zijn 'Lunchpauzegedichten' waren net van de drukker, de Multatuliprijs lag al klaar om aan hem uitgereikt te worden.

Arends liet een klein oeuvre na van poëzie, verhalen en toneel. Dat oeuvre werd afgelopen najaar weer even in de schijnwerpers gezet. Televisiepresentator Arie Boomsma stelde een kleine bloemlezing samen met gedichten van Arends, de bundel 'Lunchpauzegedichten' werd integraal herdrukt en kreeg een nawoord van Menno Wigman.

Het is en blijft indringende poëzie, blijkt bij herlezing weer eens. Poëzie die door Arends zelf het meest raak getypeerd werd in deze smalle regels:

Ik

schrijf gedichten

als dunne bomen.

Wie

kan zo mager

praten

met de taal

als ik?

Wie die winterse bomen van Arends veertig jaar na dato leest, moet haast wel een koude rilling door zijn lijf voelen gaan. In alles is de boosheid voelbaar, de eenzaamheid, het verdriet, de onmacht om het leven zoals hem dat trof - die paar woorden zijn er slechts als een dunne huid overheen gedrapeerd.

Jan Arends werd geboren als buitenechtelijk kind in de Haagse Schilderswijk. Zijn moeder stierf jong en de magere Jan met de donkere ogen belandde in een katholiek jongensinternaat. Hij was een buitenstaander, voelde zich niet gewenst en leidde een armlastig en onrustig leven, waarbij hij nu eens werkte als huisknecht, dan weer als copywriter, en met tussenpozen verbleef in psychiatrische inrichtingen. Nico Keuning beschrijft het allemaal gedetailleerd in de herziene versie van diens Arendsbiografie 'Angst voor de winter'. Hij was een stinkende zwerver die mededogen opriep, en weerzin.

Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1965 bij De Bezige Bij. Arends was toen al veertig. Zijn vroege gedichten - waarvan Boomsma er enkele in zijn bloemlezing opnam - hebben nog niet dat uitgebeende van het latere werk. En al zijn de verzen niet strikt autobiografisch, wel is een bijtende bestaanspijn voelbaar: "Vandaag ben ik mijzelf niet meer, / ik ben het geraamte van mijn broer, / die gisteren is doodgegaan; / de dood staat altijd op de loer."

Arends hoorde niet bij enige literaire beweging, niet bij de Vijftigers, niet bij de Zestigers. Hij was een eenling, ook in de literatuur. Dat neemt niet weg dat er behalve 'kaal / geheugengestoord / verdriet' ook venijn zit in Arends' poëzie, angst voor broodroof. Bekendere dichters als Bernlef noemde hij een 'kleine kruimeldief van de taal', en een surreëel en sadistisch gedicht over een dame met een pissebed tussen haar benen ('Nu / moet ik haar / verkrachten / om dat beest / weer weg te halen.') gaat ook terug op gedoe over geld.

Arends sprong op de dag dat deze woorden in druk verschenen. Een paar weken voor zijn dood schreef hij Rudy Kousbroek: "Je wenste mij veel schrijversroem in het komende nieuwjaar. Dat had ik wel gewild toen ik twintig was maar nu niet meer." Zijn dood bracht meer erkenning dan hij ooit zal hebben gedacht.

Jan Arends: Lunchpauzegedichten. Nawoord Menno Wigman. De Bezige Bij/Lebowski; 64 blz. euro 12,50

Jan Arends: Roofbloem: een keuze uit de poëzie. Samenstelling en voorwoord Arie Boomsma. De Bezige Bij/Lebowksi; 72 blz. euro 12,50

Deel dit artikel