Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

GBJ: 'Ik heb me nooit vergist'

Home

Jeroen den Blijker

De commentator houdt het voor gezien. Maandagmiddag, om tien voor twee spreekt mr. dr. G.B.J Hiltermann (85) voor het laatst zijn radiocolumn 'De toestand in de Wereld' uit. Een instituut neemt afscheid. ,,U ziet, luisteraars, het is nog allerminst een uitgebalanceerde toestand in de wereld.''

De ouderdom heeft toegeslagen. De benen willen niet meer. Zijn stem is nog steeds herkenbaar, maar de kracht is ervan af. En meer dan vroeger valt op, hoezeer de meester smakt, tussen hoofd en bijzin. ,,U weet luisteraars -smak-, dat ik de Verenigde Staten een fantastisch land vind. -Smak- Maar......''

Nee, voor GBJ geen groots afscheid. Geen herinnerings-cd, zoals de voorlichtingdienst van de Avro wilde. Geen afscheidsgala á la Willem Duys. Hij spreekt gewoon zijn laatste column uit, neemt nog deel aan een studiodebat ter ere van zijn afscheid, maar dan is het ook echt afgelopen. 43 jaar werken voor de Avro. Alleen zijn wekelijkse column in De Telegraaf houdt hij nog aan.

Eigenlijk heeft Gustavo Bernardo José Hiltermann - voor intimi Guus - al jaren geleden afscheid genomen van zijn radiopubliek. Noodgedwongen. Geslachtofferd aan nieuwlichterij die zenderprofilering heet. In 1995 raakte hij zijn tien minuutjes radio kwijt op de zondagmiddag. 'De toestand in de wereld' verhuisde eerst naar de woensdagavond, later naar de maandagmiddag. ,,Ik denk dat het hem pijn deed, dat gesol met uitzendtijden'', zegt eindredacteur Joop de Wilde van de Avro. ,,Hoewel, bij Hiltermann weet je dat nooit helemaal zeker. Hij is immers zeer spaarzaam met mededelingen over zijn gevoelens.'' Het besluit de column te stoppen - vorige week luisterden 127 000 mensen -, is in ieder geval in goed overleg genomen, zoals dat heet.

Nee, dan twintig, dertig jaar geleden. Toen was Hiltermann nog een begrip: een waar boegbeeld van het Avro-gedachtengoed. Eind jaren zeventig waren zijn radiopraatjes, week in week uit, goed voor minstens 1 miljoen luisteraars. Zijn gesproken columns bleken voor het echte zondagsgevoel net zo onmisbaar als Willem Duys' muziekmozaïek.

In die tijd stonden regelmatig 'gewone burgermensen' bij hem op de stoep, aan de Amsterdamse Prinsengracht. Of werd hij staande gehouden als hij zijn teckels uitliet. Wat de buitenlanddeskundige aanraadde: emigreren of niet? Waarop hij, nimmer te beroerd het volk voor te lichten - ,,Daar heeft de massa recht op'', zei hij ooit - beleefd antwoordde: ,,De Russen? Die komen niet. Ik ken toch de Russische volksaard?'' Ja, Het Parool, van huis uit geen Avro-vriend, meldde in 1969, wellicht met enig leedvermaak, dat de beroemde commentator was geveld door de ernstige Mao-griep.

Vier generaties zijn opgevoed met GBJ - de roepnaam verzon zijn vrouw Sylvia Brandts Buys, naar het voorbeeld van de Amerikaanse president JFK (John F. Kennedy). Zijn faam ontleent hij vooral aan het radiowerk, maar ook via de televisie plachtte hij het volk te onderrichten. Met landkaarten, statistiekjes - afgekeken van de Amerikaanse zenders - of gewoon op locatie.

,,Hiltermann heeft onwaarschijnlijk veel gereisd voor de televisie en sprak daarbij ontzettend veel vooraanstaande mensen'', zegt Pieter Varekamp, die voor de Avro een afscheidsdocumentaire maakt over GBJ. ,,Nelson Mandela had hij bijvoorbeeld in 1961 al voor de camera, een jaar voordat die veroordeeld werd wegens hoogverraad. Hij ontmoette verder twee keer Willy Brandt, Olof Palme, Henry Kissinger, dineerde met François Mitterrand. Welke leider heeft hij eigenlijk niet gesproken?''

De ontmoetingen zijn typerend voor de aanpak van GBJ. Hij is nimmer betrapt met een blocknote op straat. Nee, GBJ verkoos de conversatie op niveau. Daar was hij ook altijd op gekleed. Donker kostuum, manchetten, das en - niet te vergeten - het pochet. Alleen in de tropen wilde hij nog wel eens uit de band springen. Dan hees hij zich in het kaki, zoals de grote ontdekkingsreizigers David Livingstone en Sir Henry Morton Stanley ooit het Afrikaanse oerwoud verkenden. Varekamp: ,,Ik denk dat deze presentatie, die kleding, in hoge mate heeft bijgedragen aan het rechtse imago van hem.''

Links, rechts; het zijn termen waarmee je met Hiltermann niet echt uit de voeten kan. Natuurlijk, hij is een blauwe maandag lid geweest van de VVD - de Amsterdamse Kamercentrale wilde hem in 1959 zelfs in de Tweede Kamer hebben, een eer waarvoor de commentator vriendelijk bedankte -. Maar lang heeft zijn liefde voor de VVD in ieder geval niet geduurd. In 1966 verklaarde Hiltermann zich bereid om 'een zekere rol' te spelen binnen D66. Maar omdat hij, de commentator, ervoor pastte zich aan te melden als ieder ander lid en niet netjes werd gevraagd, is het ook daar uiteindelijk niet van gekomen. En ach, voor een objectief commentator is dat eigenlijk wel zo passend, vond hij achteraf. ,,Ik ben welbeschouwd politiek niet zo geschikt.''

Toch, in de ogen van veel Nederlanders was hij juist wel rechts. Zijn archaïsch taalgebruik (,,Me dunkt, de toestand is zorgelijk''), zijn neerbuigendheid (,,Isolationisme, luisteraars, wil zeggen dat een land zich afkeert van de buitenwereld''), de sjieke tongval (niemand kan zo mooi bekakt 'Charles de Gaulle' uitspreken): zo'n man moet toch wel heel rechts zijn?

GBJ bleek bovendien een fatsoensrakker in hart en nieren, tot groot vermaak van zijn critici. Zo waarschuwde de commentator bijvoorbeeld in 1976 voor de gevaren van het fietsen aan de verkeerde kant van de weg. ,,Dat is uiterst verontrustend, vooral omdat veel fietsers heden ten dagen geen licht voeren'', klonk het door de radio.

Voeg daarbij zijn tegendraadse opinies en het beeld is compleet; zijn vriendschap met Joseph Luns, de diepe bewondering voor De Gaulle, de liefde voor de monarchie, prins Bernhard in het bijzonder, zijn lang gekoesterde sympathie voor Amerikaanse 'oorlogshitsers' als Richard Nixon.

Hiltermann verdedigde meer dan eens de apartheid. Een onderwerp waarover volgens hem 'hersenloze demonstranten, die nog nooit in Zuid-Afrika zijn geweest slechts de meest stompzinnige standpunten debiteren'. Want meester GBJ was, tot grote vreugde van zijn fans, nimmer vies van enige provocatie. Uiteindelijk past dat ook in die tijd. De samenleving was op drift, alles wat het gezag vertegenwoordigde kreeg de volle laag.

In 1972 bijvoorbeeld werd de promotie van Hiltermann - hij studeerde rechten en Indologie - verstoord door demonstranten. Achterin de senaatszaal gaat een bord omhoog met de tekst: 'GBJ weer collaborateur, nu met de schoft Nixon.'

Een leus die inhaakt op een ander verwijt van links. GBJ nam pas in 1942 ontslag bij De Telegraaf, de krant die toen al flink 'fout' was. Ook zou hij zich hebben laten inspireren door Joseph Goebbels' propagandablad Das Reich toen hij in 1944 het idee lanceerde voor zijn Elseviers Weekblad. Pijnlijke verwijten, omdat Hiltermann ze nimmer echt heeft weten te pareren. Pijnlijk ook, omdat diezelfde Hiltermann wel Joden aan onderdak hielp in de oorlogsjaren. Het siert de man dat hij dat nooit publiekelijk in de strijd heeft geworpen. Liever deed hij alsof de kritiek hem niet deerde.

De commentator beschikt over zijn eigen middelen om af te rekenen met die jonge relschoppers die in hun jeugdige overmoed domme dwaasheden verkondigen. John Jansen van Galen en Hendrik Spiering beschrijven dat in hun boek 'Rare Jaren', de geschiedenis van de Haagse Post. In 1952 redt Hiltermann dat blad met 60 000 gulden van een gewisse ondergang. De dagelijkse leiding komt in handen van Hiltermanns vrouw, Sylvia Brandts Buys, die in 1961, bij een redactielunch, de kersverse HP-redacteur Joop van Tijn aan de commentator voorstelt. ,,Zeg Guus, heb je al kennis gemaakt met Joop van Tijn? Dat is nou die mijnheer die jou in Propria Cures een SS-er heeft genoemd.'' Waarna Hiltermann een diepe stilte in acht neemt en mompelt dat de garnalen op het brood er zo voortreffelijk uitzien.

Rob de Wijk, defensiespecialist van het instituut Clingendael, meent dat de werkelijke reden waarom Hiltermann zo lange tijd is verketterd vooral een gevolg is van zijn werkwijze. De Wijk (,,Als ik aan zijn radiocolumn denk, dan denk ik vooral aan patat met doperwten. Dat aten wij zondags vaak'') plaatst de commentator in de 'school van de realisten'. ,,Je hebt twee stromingen in de leer van de internationale betrekkingen. De idealisten, die vooral de wereldpolitiek beschouwen vanuit het idee 'zo moet de wereld worden', en de realisten, die denken in termen van macht en souvereiniteit van staten. Hiltermann hoort bij uitstek tot de laatsten. Hij is dan ook moeilijk te plaatsen in de tegenstellling rechts of links.'' Een botsing met de hooggestemde idealen van de naoorlogse generatie kon daarom eigenlijk niet uitblijven, analyseert De Wijk.

Aan zijn deskundigheid heeft het in ieder geval niet gelegen, meent prof. Henk Neuman, die voor de KRO-radio jarenlang de buitenlandcommentaren uitsprak. ,,Hiltermann was in de regel buitengewoon goed op de hoogte van de allerlaatste ontwikkelingen. Hij hield de international pers nauwgezet bij. Ik heb zijn kennis en inzicht ook altijd bewonderd, al moet ik u zeggen dat wij voor de radio een duidelijk verschillende aanpak hadden. Ik vulde mijn negen radiominuten door een onderwerp uit te diepen, hij besprak juist de hele wereld. Voor beider aanpak was wel wat te zeggen. Of er politieke invloed vanuit ging? Nee, ik zou u dat echt niet kunnen zeggen.''

Henk Vredeling, oud-minister van defensie in het kabinet Den Uyl, is hierover kort. ,,Hiltermann? Die ken ik niet. Van de radio? Ach, daar luisterde ik nooit naar. Waarom zou ik?'' Ook Rob de Wijk schat de politieke invloed van Hiltermann nihiel. ,,De reden is heel simpel. Hij mengde zich gewoon niet in het politieke debat, nam niet deel aan het politieke circuit, zoals bijvoorbeeld Hylke Tromp en Bernard Röling wel deden. Die hadden opinies die politiek wortelschoten. Ikzelf ben hem geloof ik één keertje tegengekomen in een zaal. Verrek, dacht ik: dat is die Hiltermann. Maar ook toen hield hij zich afzijdig.''

Maar zijn 'vriendschappen' dan, met de groten der aarde van weleer? ,,Dat gekoketteer met beroemdheden zegt natuurlijk helemaal niets. 'Ik heb met Kissinger gesproken' betekent voor een Nederlandse journalist in de regel niet veel meer dan dat hij ook een vraag mocht stellen, in aanwezigheid van meestal veel collega's. Zo gaat dat'', zegt De Wijk.

Toch meent ook hij dat Hiltermann in de loop der jaren vaak ten onrechte is verketterd. Goed, hij steunde lange tijd de Amerikaanse inmenging in Indochina. Maar Hiltermann voorspelde ook vrij direct na de start van de Vietnam-oorlog dat 'gezien de hoge moreel van die eenvoudige Vietcongstrijders' de oorlog niet te winnen was voor een westerse mogendheid. En na de val van de Muur, moeten de linkse raddraaiers van weleer erkennen dat die ouwe Hiltermann het allemaal nog niet zo slecht zag. Hij beschouwde het communisme altijd als een 'interessant, maar tot mislukking gedoemd experiment'.

De Wijk: ,,Ik kan mij ook zijn column herinneren van vlak voor de Golfoorlog. Toen heeft hij toch haarfijn voorspeld hoe het daar zou verlopen. Ja, die Hiltermann heeft aardig door hoe het werkt.'' Zelfs het weekblad HP/De Tijd, handelaar in tegendraadse opvattingen, erkent tegenwoordig dat GBJ zo gek nog niet was. ,,GBJ is ok'', concludeerde het weekblad begin deze maand.

Hiltermann zal die erkenning waarschijnlijk koud laten. ,,Ik ben geen God de Vader die de dag des oordeels vaststelt'', sprak hij in 1972 tot een verslaggever van De Tijd. Maar in Het Parool, datzelfde jaar, was hij al een stuk stelliger: ,,Ik heb me nooit vergist.''

Deel dit artikel