Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fusie in turnwereld geen 'verarming'

Home

ESTHER SCHOLTEN

AMSTERDAM - Het heeft even geduurd, maar ook in de sportwereld is de verzuiling voorbij. Met de fusie van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB) en het Koninklijk Nederlands Christelijke Gymnastiek Verbond (KNCGV) is het laatste christelijke bolwerk gevallen. Maar wie tranen verwacht, komt bedrogen uit.

Jarenlang stonden religieuze emoties een samengaan in de weg. Nu het toch zover is, overheerst de ratio. “We stonden met onze rug tegen de muur”, erkent KNCGV-voorzitter Ger Vos. Van spontane liefde is geen sprake. Aan de basis van het verstandshuwelijk staan de subsidiegevers NOC-NSF en het ministerie VWS, die per tak van sport nog slechts één organisatie accepteren. “Ik ben ontzettend veel het land in geweest. Op spreekbeurten heb ik gezegd: 'jongens, het k n niet anders. Maatschappelijke ontwikkelingen hou je niet tegen. Kijk maar naar het onderwijs en de omroepen. Je moet wel met de klok meegaan.”

Weer een anachronisme minder, juichen de voorstanders. Daar gaat onze identiteit, vrezen de critici. Vos, met een zucht: “In wezen is de achterban er nog niet content mee. Wij hebben onze eigen visie op de sport. De C was en is belangrijk voor ons. Wij willen apart zijn. Als groep gelijkgezinden bijelkaar. Aan zondagsport doen wij niet. Ook van topsport zijn wij niet gecharmeerd. Van huis uit hebben protestant-christelijken het sowieso niet zo op sport voorzien. In de Bijbel staat immers dat het lichaam niet belangrijk is.”

Toch deze fusie. Toch deze historische stap. Veertig jaar discussie ten einde. “Wij zijn een levensbeschouwelijke bond, zij een algemene. Dus daar is in theorie iedereen welkom. Voor het eerst hebben zij nu ook daadwerkelijk rekening gehouden met onze wensen.” Na de Tweede Wereldoorlog waren in Nederland drie gymnastiekorganisaties actief: het Koninklijk Nederlands Gymnastiek Verbond (KNGV), de Nederlandse Katholieke Gymnastiek Bond (NKGB) en het Koninklijk Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond (KNCGV). In 1987 fuseerden KNGV en NKGB tot de nieuwe organisatie KNGB. Het KNCGV, tot dan een trouwe partner van de NKGB, bleef toen 'alleen' achter.

Het is volgens Vos toeval dat juist in de gymnastiekwereld de christelijke bond zo lang heeft standgehouden. “Bij teamsporten gelden overal dezelfde regels. Bij gymnastiek niet. Wij houden ons niet aan de internationale reglementen. Wij laten ons leiden door de mensvisie in de Bijbel. Bij een afsprong van de brug moeten de sporters bijvoorbeeld altijd verplicht gevangen worden. Turnen prima, prestaties oké. Maar de mens moet centraal blijven staan, dus veiligheid gaat voor alles.”

De contrasten met de KNGB zijn groot. Nog altijd. Hoe succesvol kan een samenwerking dan zijn? Onterechte vraagtekens, meent Vos. “Kijk eens hoe onze bond al veranderd is. Wat wij vroeger verschrikkelijk vonden, is nu geaccepteerd. Zoals de dameskleding en verschillende vormen van het vrouwenturnen. Op de brug met ongelijke leggers moest je in het verleden veel meer uitkijken welke vormen je deed dan tegenwoordig.”

In 1993 maakten KNGB en KNCGV al de principeafspraak in de toekomst te willen fuseren. Twee jaar geleden strandde dat voornemen nog, omdat de benodigde tweederde-meerderheid bij het KNCGV net niet werd gehaald. Nu dus wel. Het geheim van het succes? Vos: “De vorige poging is fout gegaan, omdat we teveel op de onderlinge verschillen letten. Nu hebben we gekeken naar de overeenkomsten. Beide bonden ondersteunen de verenigingen en promoten de sport. Natuurlijk, wij doen niet meer aan voltigeren. Wij richten ons veel meer op de breedtesport. Wij hebben een lange mat bij de vrije oefening in plaats van een vierkante. Minimale verschillen.” Maar verdere overeenkomsten? Met een lach: “O ja, daar hadden we het over. Hoe het ook zij, anno 1998 is het denk ik een gezonde zaak om één bond te hebben.”

Zijn gesprekspartner, KNGB-preses Frans Koffrie, is het daarmee eens. “Wij vonden het jammer dat de activiteiten versnipperd waren. Het vinden van bestuursleden, van vrijwilligers is steeds moeilijker in deze tijd. Bij confessionele organisaties zitten vaak hele gemotiveerde mensen. Daar hopen wij van te profiteren. Bovendien scheelt het in de financiën. Nu hebben we twee bureaus, twee directies. Allemaal verspilde energie.”

De nieuwe organisatie, omgedoopt tot de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU), behoort met ruim 300 000 leden en 1300 verenigingen tot de drie grootste sportorganisaties in Nederland. Koffrie, per 1 januari de preses, benadrukt het 'pluriforme' karakter van de nieuwe Unie. “Zij wordt niet neutraal, want iedere vereniging kan zijn eigen identiteit behouden. Ik heb altijd begrip gehad voor de heftige emoties. Zelf ben ik gereformeerd, dus ik begrijp hoe het voelt om het bindende element tussen je vingers door te voelen glippen. Maar de normen en waarden zijn geen eigen bezit van de confessionelen. Ook wij proberen, juist in een sport met veel jonge kinderen, ethisch verantwoord bezig te zijn.”

Toch acht de overkoepelende Nederlandse Christelijke Sport Unie (NCSU) zich allesbehalve overbodig. Directeur Johannes van der Veen: “De programma's die wij aanbieden zijn uniek. Aan onderwerpen als fairplay en het speelse karakter van sport voegen wij vanuit onze eigen denkwijze een extra dimensie toe.” Vooral de 55 000 KNCGV-leden maakten daar gebruik van. Iets dat straks in de Unie nog steeds mogelijk is, zo onderstreept een deze week ondertekend convenant tussen NCSU en KNGU.

Volgens Van der Veen is er daarom geen sprake van 'verarming'. “Wij benadrukken de kansen van de huidige tijd meer dan de nadelen. Natuurlijk hebben de individualisering en de ontkerkelijking bijgedragen tot de fusie. Maar wij zien in het verdwijnen van een christelijke organisatie geen bedreiging. Het is veel meer een mogelijkheid om onze producten in breder verband te manifesteren. Ook de KNGB-leden bereiken we nu. Dat is ontzettend belangwekkend.”

Mooie woorden, maar Vos is zijn bond kwijt. Hij wordt straks de tweede man. “Ik heb het zo druk gehad met onderhandelen en regelen, dat ik geen tijd had voor emoties. Pas nu begin ik het te voelen. Het is toch afgelopen. De laatste christelijke bond is weg. Het is voorbij.”

Deel dit artikel