Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fries is 'bonk nonchalance'

Home

JOHAN WOLDENDORP

NAGANO - Dat een Nederlandse schaatser op de Olympische Winterspelen met het erfgoed van Dan Jansen aan de haal zou gaan, lag na de voortvarende aanpak van bondscoach Peter Müller en de plotselinge doorbraak van latent aanwezig talent wel enigzins voor de hand. Het was echter geen sprinter, maar allrounder Ids Postma die in de M-Wave met een formidabele slotronde (27,3) de kilometer naar zijn hand zette.

Bedremmeld stond de verslagen Jan Bos, die met een zilveren race ook een voortreffelijke prestatie leverde, naast hem op het podium. Aan de andere kant gloriëerde de typische 500 meterrijder en kampioen in die discipline, Shimizu. Op de heilige Olympus werden weer ondoorgrondelijke wegen uitgestippeld.

Uniek is het niet dat een Nederlander op de 1000 meter de concurrentie aan flarden schaatst. Dertig jaar geleden was er in Grenoble op die afstand goud weggelegd voor Carry Geijssen. Vier jaar later kaapte Atje Keulen-Deelstra in Sapporo zilver weg. Net als Postma waren ook zij geen echte sprinters. De kilometer was in die jaren bij de vrouwen een allroundnummer. Müller was in '76 pas de eerste kampioen bij de mannen over tweeënhalve ronde.

De mannelijke specialisten die in het verleden in de prijzen vielen, hadden daarbij ook een portie geluk nodig. Het zat Lieuwe de Boer (brons) in 1980 bij de Eric Heiden-spelen niet tegen op de 500 meter, zoals Jan Ykema (zilver) tien jaar na dato nog altijd de starter in Calgary dankbaar mag zijn. Die zag een onvervalste pikstart van deze Fries over het hoofd. Een te zwakke laatste ronde van Bos op de dubbele afstand ten spijt - ten opzichte van Postma leverde hij een halve seconde in - gaat Nederland de komende jaren ook op de sprint nog mooie jaren tegemoet.

Mede door een opkomende verkoudheid miste de wereldkampioen de topvorm die hem drie weken geleden in Berlijn eeuwige roem opleverde. Maar over de waan van de wonderschone dag heen kijkend, stelt Müller dat de tweede plaats van Bos en de vierde van Leeuwangh nog maar het begin zijn. De Amerikaan heeft veel moeten investeren in het wegnemen van vooroordelen. “We hebben tal van wedstrijden geschaatst, meer dan goed is in een olympisch seizoen. Maar we moesten onszelf bewijzen. We hebben het beter gedaan dan iedereen had verwacht. We hebben de bouwstenen om een team te creëren dat niet langer wedstrijden verliest op een paar honderdsten van een seconde.”

Die pijn voelde Müller wel. “Ids is een groot kampioen. Nederland heeft een gouden medaille, mijn ploeg werd twee en vier.” Bos kwam uiteindelijk 0,07 te kort op een ontketende Postma, die in meer dan één opzicht belust was op revanche op zijn mislukte 1500 meter. Door een misslag in de laatste bocht zag hij Adne Söndral er op zijn favoriete afstand immers met het goud vandoor gaan.

In het vaderlandse allroundkamp waren ze er ziek van, en dat werd er niet beter op toen Postma's coach Henk Gemser vernam hoe onprofessioneel de Friese boerenzoon zich op het koningsnummer van het olympische schaatstoernooi had voorbereid. De ijzers stonden niet helemaal recht onder de schoenen, maar 's werelds veelzijdigste rijder is niet het type dat zich daar echt druk over maakt. Eén dag voor de duizend meter hadden twee Canadezen hem er op gewezen dat er iets mis was met zijn 'klappers'. Als zelfs die dat vonden, oordeelde Postma, was het misschien toch maar beter even bij materiaalman langs te gaan.

“Voor de 1500 meter is Ids zeer onzorgvuldig en nonchalant met zijn schaatsen omgegaan. Hij had twee gouden medailles kunnen halen. Maar als je jezelf zo te kort doet, dan word je terecht tweede op de mijl. Daar heb ik dan geen enkel probleem mee.” Henk Gemser zegt het diplomatiek, maar kookt inwendig van woede. De perfectionist heeft in Nagano eindelijk het Calgary-syndroom verwerkt. Dat de torenhoge favorieten Kemkers en Visser door miskleunen twee keer de pas zagen afgesneden door Gustafson, achtervolgde hem tien jaar. Als hij beweert thans beter te kunnen relativeren, is dat een innerlijke poging de lont van het vaatje buskruit dat hij is, niet te ontsteken. “Als Ids geen medaille had gehaald, had ik gekookt van woede, maar ik zou geen gram van dat ongenoegen in de etalage zetten.”

Wat Gemser deed, was Postma na de 1500 meter weghouden bij de pers. “Van de media tot het thuisfront, ja zelfs tussen de derde en vierde slok bier door, werd mij toevertrouwd dat Ids geen bochten kan lopen. Daarom wilde ik niet dat hij voor gerichte vragen in contact zou komen met journalisten, wetend dat het thema zou worden opgerakeld.”

Ids Postma en de klapschaats, ze passen bij elkaar als Paul de Leeuw en een stiltekamer. Pas toen hij echt geen keus had, gaf hij zich gewonnen. “Hij heeft mentaal naar zichzelf toe een enorme barrière opgeworpen”, vindt Gemser. “Twee dagen voor de wereldbekerfinale in Inzell (begin maart vorig jaar - red) vroeg hij er eindelijk om, terwijl ik ze al een week onder mijn bed had liggen.” Toen Postma 'om' ging, was het probleem nog niet uit de wereld. Tot de vliegreis naar Japan bleef hij eindeloos klooien met het materiaal. Bewegingswetenschapper Van Ingen Schenau en fabrikant Havekotte werden niet moe nieuwe aanpassingen aan te brengen.

“Die slordigheid is hemzelf aan te rekenen”, gaat Gemser verder. Hij vindt het niet zijn taak nauwlettender op de gedragingen van zijn flegmatiek ogende pupil toe te zien. “Zo ga ik niet met mensen om. Ik ga niet naar hun gevoelens vragen. Anders ga je straks ook nog kijken of de plooien in 't pak nog recht zitten. Hij is volwassen. Het is zijn verantwoordelijkheid, het is zijn verbinding met het ijs; daar mag je niet aankomen.”

Het heeft ook weer iets vertederends, geeft Gemser toe. Eerder had de bondscoach al eens opgemerkt dat de wereld van Postma heel klein is. In concreto: de boerderij in zijn woonplaats Deersum, een metropool van anderhalve straat. “Het is zo'n bonk gemak en nonchalance, dat de hele wereld hem een rotzorg zal zijn. Als hij zich maar op zijn gemak voelt. Desnoods op een kromme schaats.” Terwijl Gemser alarmfase 1 uitvaardigde, had Postma even tevoren opgemerkt: “Zaterdagavond was ik nog met mijn schaatsen bezig. Ik vond het op zich wel grappig dat een Canadees zei: Geef die dingen eens, ze zijn krom, er zit een knikje in.”

Vervuld van blijde gevoelens is Postma natuurlijk wel. “Ik vind het alleen moeilijk om ze te omschrijven. Het moment dat je op het podium op de hoogste tree mag gaan staan, geeft je een fantastisch gevoel. Zoals ik vlak na de 1500 meter ook hartstikke kwaad was, omdat ik door een misslag de overwinning had laten lopen. Een dag later was ik met zilver best wel tevreden. Voor de duizend denk je: ik heb niets te verliezen. Uiteindelijk wordt dat: je hebt alles te winnen. Het mooiste vond ik dat ik eindelijk eens kon laten zien dat ik een man ben. Tot nu toe was het dit seizoen best wel waardeloos.”

Peter Müller wil hem graag opnemen in zijn sprintploeg, maar Postma blijft zichzelf primair als een allrounder zien. Met een Europese, een wereld- en een olympische titel - de laatste twee haalde hij in de M-Wave - is het cirkeltje rond. Dat vindt hij nog het mooiste van die drieslag: “Ik hoef niet per se vier jaar door te gaan met schaatsen. Als ik er geen zin meer in heb, kan ik er gewoon mee ophouden.”

Deel dit artikel