Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Freule schreef paar duizend brieven

Home

FRED LAMMERS

ZEIST - “Het is voor de koning een vreeslijk groot geluk zoo'n lieve vrouw als Emma te hebben, maar ik kan niet laten voor haar te betreuren dat zij geen flinken, jongen, lieven man heeft, al was het dan maar een eenvoudige hertog of graaf. Ik begrijp niet hoe het mogelijk is dat zij altijd zoo vrolijk en opgeruimd is.”

Dat schreef freule Henriettte van de Poll in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw aan haar ouders op het buiten 'Beek en Royen' in Zeist. Dat zij geen hoge pet op had van koning Willem de Derde blijkt ook uit haar verzuchting enige maanden later dat zij dood zou gaan als zij met een man als Willem zou moeten leven. In januari 1880 werd Henriette aangesteld tot hofdame van koningin Emma en dat bleef zij tot Emma's dood op 20 maart 1934. Gedurende die periode was zij van 1891 tot 1896 als surintendante (toezichthoudster) ook nauw betrokken bij de opvoeding van koningin Wilhelmina. De eerste weken na haar aankomst hield freule Henriette een dagboek bij maar omdat zij zo'n fervent briefschrijfster was - bijna dagelijks schreef zij vele kantjes vol, eerst aan haar ouders en na hun dood in 1909 aan haar twee zusters en broer - kreeg de familie thuis het verzoek de brieven 'naar volgorde te bewaren' omdat die dan dezelfde functie zouden hebben als een dagboek. Dat is gebeurd, samen met stapels uitnodigingen, menukaarten, foto's en andere curiosa . Toen de freule in 1946 overleed was er in het familiehuis een enorm archief. Niet alleen van Henriette maar ook van haar zuster Louise, die jarenlang aan het hof werkte als gouvernante van prinses Juliana. De brieven en dagboeken van de in 1943 overleden Louise zijn op haar verzoek naar het Koninklijk Huisarchief gebracht met de bepaling dat niemand ze voor 2040 mag inzien.

De archiefstukken van Henriette zijn ondergebracht in de Van de Poll Stichting en recent geïnventariseerd. Het stichtingsbestuur organiseert met het nu toegankelijk gemaakte materiaal vanaf vandaag tot en met 4 maart onder het motto 'Een Zeister freule aan het hof' in een vleugel van het Zeister slot een expositie over freule Henriette. Die tentoonstelling is vooral verrassend door de geëxposeerde brieven en foto's. Brieven verstuurd door Henriette, maar ook brieven die zij en haar familie ontving van Emma en Wilhelmina.

Henriette toont zich in haar brieven een kritisch waarneemster. Zo schrijft de freule over de zuinige buien van de koning, die het tafelzilver op Soestdijk vervangt door goedkoop bestek met lepels zo dun en scherp dat je bij het soep eten op moet passen je lippen niet open te snijden.

In mei 1895 reist de freule met de twee koninginnen naar Engeland waar zij worden ontvangen door koningin Victoria. “Die had zich naar beneden laten dragen. Zij loopt gebrekkig en wordt geholpen en gesteund door Indische onderdanen in rood en goud geborduurd kostuum met een witte tulband op het hoofd. De hofdames waren oud en lelijk. De Engelse hovelingen liepen geagiteerd als gekken door elkaar”. De reis naar Engeland was informeel. De koninginnen reisden als de gravinnen Van Buren. Als je op de tentoonstelling de indrukwekkende lijst ziet van de staf die zij meenamen bestaande uit lakeien, kleedsters en kameniers, vraag je je af waaruit dat informele dan wel bestond.

Koningin Wilhelmina schrijft de freule ook regelmatig. Op 14 juni 1896 bericht zij uit Soestdijk: “Lieve freule! U zult mij waarschijnlijk niet meer levend terugvinden want ik verga van de warmte. De vliegen worden zeer lastig bij het paardrijden en daar de ruiters bijna even wild worden als de viervoeters waar zij op zitten, is het slechts een matig genoegen. Met drie ponies naast elkaar mennen ging heerlijk hard”.

Dat de jonge Wilhelmina zeer op Henriette was gesteld blijkt uit het briefje van 31 oktober 1897. “Het is mij steeds een troost en geluk dat ik een trouwe vriendin in u heb die mij steeds bijstaat in alles waar ik uwen raad voor inroep. Ik hoop dat u mij altijd zult toestaan dat te doen.”

In de brieven vallen met een pen onleesbaar gemaakte fragmenten op. Uit sommige brieven zijn stukjes weggeknipt. Er zijn ook brieven geheel verdwenen. Die censuur is het het werk van de laatst overgebleven, in 1970 overleden, freule Jo van de Poll geweest. Wat freule Jo ongeschikt vond voor nieuwsgierige ogen zal altijd een raadsel blijven.

Deel dit artikel