Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Freule Daisy liet een prachtige Japanse tuin na

Home

Johan Nebbeling

Echt Japans mag de tuin niet heten, maar japonistisch is-ie wel, dit unieke voorbeeld van een trend die vanaf eind negentiende eeuw de wereld veroverde. © Nebbeling Johan

Er zijn plaatsen waar je je in het buitenland waant. On-Nederlands mooi, zeggen we dan onterecht. Neem de Japanse tuin van landgoed Clingendael in Den Haag.

Delicaat gesnoeid groen, doorspekt met rood, paars en hier en daar een toefje oranje. Donkere bochtige vijvers, waarover libellen scheren en schaatsenrijders glijden. Een paviljoen met bankjes en schuifpanelen, lage stenen lantaarns, beelden en ornamenten, een tempeltje met een Boeddhabeeld met felrood gestifte lipjes, hoge bruggetjes, stapstenen met inscripties in het overdadige mos. Daartussen bewegen zich over de smalle slingerende paden omzichtig de bezoekers uit alle windstreken. De serene sfeer in deze kleine lusthof dwingt hen tot fluisteren. Geluiden uit de zo nabije stad klinken hier amper door.

Lees verder na de advertentie

Tekst loopt door onder afbeelding

© Nebbeling Johan

De erfenis van Marguérite Mary baronesse van Brienen (1871-1939) - roepnaam freule Daisy - is ook na ruim een eeuw een baken van rust in een woelige wereld. Niet dat er nog veel origineel is aan haar nalatenschap, maar het grondplan is ongewijzigd sinds de opening in 1913 en mede daarom is de Japanse tuin sinds 2001 een Rijksmonument.

De tuin is het enig overgebleven Nederlandse voorbeeld van een trend die de wereld veroverde nadat Japan in 1860 zijn eeuwenlange isolement verbrak en zich openstelde voor buitenlanders. Japan werd hip; wie mee wilde tellen, móest erheen. De rijke bezoekers aan het verre land - massatoerisme bestond nog niet - raakten onder de indruk van de Japanse tuincultuur en aapten die na in hun eigen achtertuin. Freule Daisy, eigenaresse van Clingendael, was een van hen. Ze verdiepte zich grondig in de Japanse tuinarchitectuur, maar gaf er ook haar eigen, Hollandse draai aan en deed verder met haar bezit wat ze leuk of mooi vond.

Tekst loopt door onder afbeelding

© Nebbeling Johan

De tuin lijkt daardoor alleen voor niet-kenners een uiting van de Japanse tuincultuur, maar heeft daar feitelijk weinig mee te maken. “Het klopt allemaal voor geen meter. Een Japanse tuin is een soort driedimensionaal kunstwerk. Dat is dit zeker niet. Dit is dan ook geen Japanse, maar een japonistische tuin”, zegt een van de tuinmannen die het onderhoud doen. Hij mag geen interviews geven (“daarvoor moet u bij Communicatie zijn”), maar vertelt anoniem graag over zijn werk.

“De Japanse tuinarchitectuur heeft een geschiedenis van duizenden jaren. Dat heeft talloze soorten tuinen opgeleverd, allemaal aangelegd volgens strikte principes. Daarvan is hier geen sprake. Het rechte bomenlaantje aan het begin zou in een Japanse tuin nooit voorkomen: alles moet daar gebogen of hoekig zijn. Rechte lijnen trekken slechte geesten aan. Dat laantje is meer iets uit een schilderij van Hobbema. Misschien was het onkunde, misschien opzet. Een theorie is dat het een kopie is van de Tokaido, de hofweg tussen Kyoto en Edo. Maar of de freule dat voor ogen had, weten we niet.”

Ook veel beplanting heeft weinig met Japan te maken. “Er staan wel Japanse en Chinese bomen en planten tussen, met name azalea’s, maar ook Amerikaanse eiken en gunnera’s. Die staan hier prachtig, maar ze komen uit Chili!”

Tekst loopt door onder afbeelding

© Nebbeling Johan

Dat gezegd hebbende: de tuinmansploeg doet wel haar uiterste best de tuin een zo Japans mogelijk uiterlijk te geven. Onder meer door een speciale manier van snoeien toe te passen. “Wolkensnoei, noemen we dat. Je snoeit de takken in plukjes, waardoor ze als het ware als wolkjes in de lucht komen te hangen. Het moet zo doorzichtig mogelijk zijn.”

Het onderhoud aan de tuin is arbeidsintensief. Vooral het alomtegenwoordige mos is bewerkelijk. “Als je het niet strak onderhoudt, wordt het allemaal gras en staat het zo vol met beuken en andere bomen.”

Tekst loopt door onder afbeelding

© Nebbeling Johan

Kwetsbaar is het mos ook. Om die reden is de tuin slechts zeer beperkt geopend voor het publiek (zie kader). “Aan het eind van een openingsperiode zijn de wandelpaden twee keer zo breed worden door al die duizenden voetstappen. Ik ben altijd blij als de bezoekperiode voorbij is. Dan nemen de konijntjes, vogels en andere dieren weer bezit van de tuin en zit ik ’s avonds in het paviljoen te luisteren naar de vogels en te genieten van de natuur.”

Adellijk souvenir

De Japanse tuin ligt op landgoed Clingendael in Den Haag. Clingendael was vanaf 1818 eigendom van de familie Van Brienen. In de oorlog maakte Rijkscommissaris Seyss-Inquart er zijn hoofdkwartier van. De gemeente Den Haag werd in 1954 eigenaar van landgoed Clingendael, waar tegenwoordig het gelijknamige Instituut voor Internationale Betrekkingen is gevestigd.

De Japanse tuin is aangelegd door Marguérite Mary baronesse van Brienen (1871-1939), die geïnspireerd was geraakt door de Japanse tuinarchitectuur nadat ze het land had bezocht. De tuin dateert uit 1913, maar in de loop der jaren is veel van de originele beplanting verloren gegaan. Ter gelegenheid van het eeuwfeest werd het paviljoen in 2013 gerestaureerd.

De tuin is alleen open voor publiek tussen 29 april en 11 juni en tussen 14 en 29 oktober. De toegang is gratis.

denhaag.nl/japansetuin

© Nebbeling Johan
© Nebbeling Johan
© Nebbeling Johan
© Nebbeling Johan
© Nebbeling Johan
© Nebbeling Johan

Deel dit artikel