Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Frappant, hoeveel de beide heren op elkaar lijken

Home

Elma Drayer

Dezer dagen mag Rob Riemen, oprichter-directeur van ’culturele denktank’ het Nexus Instituut, zijn onheilsboodschap weer overal uitdragen. Eerder dit jaar beklaagde de man zich over het bedenkelijke niveau van het politieke debat. Dat beperkt zich volgens hem tot ’slogans, soundbites en ingestudeerde grapjes’, terwijl ’wezenlijke’ vragen niet meer aan de orde komen. Wij verkeren volgens de cultuurfilosoof, in een heuse ’beschavingscrisis’.

Nu borduurt hij daar op voort, waarbij speciaal de leider van de Partij voor de Vrijheid het moet ontgelden. Sinds de nieuwe coalitie aan de macht is, begrijp ik, staat het land onder de perverse invloed van een ’fascist’. Die term, verzekert Riemen ons, gebruikt hij niet als scheldwoord, maar als ’een objectieve benaming’. En de traditionele partijen laten het allemaal gebeuren.

In een (mooi) vraaggesprek met NRC Handelsblad afgelopen zaterdag trachtte de cultuurfilosoof uit te leggen wat hij bedoelde. Dat viel, dankzij de scherpe interviewer, nog niet mee. Wat ’fascisme’ precies betekent, zei Riemen, is ’lastig te definiëren’. Niettemin stelde hij onbekommerd vast dat de PVV-leider een fascist is. Dat diens aanhang, om maar een voorbeeld te geven, tot op heden geen uniform draagt, is slechts schone schijn. Dat doen ze niet omdat ze ’zo dom’ nu ook weer niet zijn. En dat de PVV tot op heden wars is gebleken van geweld – nog zo’n wezenstrek van wat gewoonlijk onder fascisme wordt verstaan – moeten wij evenzeer wantrouwen. De leider verspreidt toch haat? „Hij scheldt, hij wijst zondebokken aan. Daardoor raken mensen gefrustreerd. Dat is een voedingsbodem voor geweld en roept agressie op.”

Toch knap. Je beschrijft een verschijnsel, en bij elk punt dat niet klopt zeg je snel dat het, nu ja, nóg niet klopt. Wacht maar af.

Al met al lijkt Riemens redeneertrant, ik kan het ook niet helpen, sprekend op die van de gewraakte partijleider zelve. Die meent op zijn beurt immers dat talloze gematigde moslims taqiyya plegen. Ze zeggen wel dat hun bedoelingen onschuldig zijn, en ze doen zich wel tolerant voor, maar dat moeten wij vooral niet vertrouwen. Krijgen ze straks de kans, dan laten ze hun ware gezicht zien. Wacht maar af.

Beide heren scheppen aldus een maatschappelijk klimaat waarin je mensen niet langer mag beoordelen op wat ze doen, maar op wat jij denkt dat ze van plan zijn te doen. Tamelijk vermoeiend. En tamelijk dodelijk in een democratie.

En er is, ik kan het ook niet helpen, nóg een treffende overeenkomst. Zowel de partijleider als de cultuurfilosoof meent dat de pers een cruciale rol speelt.

In het interview noemde Riemen de media ’de propagandamachine van Wilders’, die de PVV-leugens ’klakkeloos’ overnemen. Veel programmamakers, weet hij, vinden ’kijkcijfers belangrijker dan kwaliteit’. „Of ze zijn bang om kritiek op Wilders aan de orde te stellen.”

De PVV’er op zijn beurt is ervan overtuigd dat ’de media’ het juist op hem hebben voorzien. Daartoe riep zijn partij in december vorig jaar zelfs een prijs in het leven: de Maartje van Weegen-bokaal ’voor linkse en bevooroordeelde berichtgeving door de staatsomroep’.

Uit precies dezelfde media, kortom, trekken de heren diametraal tegengestelde conclusies.

Ze zien wat ze willen zien, ze horen wat ze willen horen. Wat wij er intussen mee opschieten, lijkt me de interessante vraag.

Deel dit artikel