Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Franse muziek door Nederlandse organisten

Home

CHRISTO LELIE

De muziek van romantische en twintigste-eeuwse Franse orgelcomponisten lijkt in Nederland zowel bij organisten als orgelpubliek beduidend meer in de markt te liggen dan Duitse orgelwerken uit dezelfde periode.

Omdat er in ons land weinig grote, specifiek Frans-romantische orgels te vinden zijn en er meer een behoefte is muziek zoveel mogelijk te spelen op het soort instrument waar zij op ontstaan is, wijken Nederlandse organisten voor cd-opnamen vaak uit naar Frankrijk.

Zo toog Piet van der Steen naar Douai om daar in de Eglise-Collégiale Saint-Pierre op het Mutin orgel het tweede deel van LOUIS VIERNE PIèCES DE FANTAISIE (Marcato keyboard MCD 179502, postbus 18747, 2502 ES Den Haag) op te nemen. Charles Mutin, de opvolger van Cavaillé-Coll, bouwde dit in de symfonische stijl, met voor die tijd typerende meer op barok gebaseerde register-aanvullingen. Het is een schitterend instrument met een grote kleurenpracht. Het leent zich optimaal voor de vertolking van deze laatste twee suites (opus 53 en 55) van Viernes Pièces de Fantaisie.

Ook Tjeerd van der Ploeg wist dit Mutin-orgel in Douai te vinden voor het eerste deel van zijn opname van een selectie uit L'ORGUE MYSTIQUE van Charles Tournemire (VLC 0595, VLS Records, Beilervaart 61, 9411 VC Beilen). Het zijn een soort uitgeschreven improvisaties op gregoriaanse gezangen voor de zon- en feestdagen van het kerkelijk jaar. In totaal schreef Tournemire 51 afleveringen, die steeds uit een prelude voor het introïtus, een offertorium, een elevatie, een communie en een slotstuk bestaan. Voor dit eerste deel koos Van der Ploeg muziek voor zondagen rond de periode van Hemelvaart en Pinksteren. Een prachtige plaat voor fijnproevers!

Erwin Wiersinga ging niet naar Frankrijk, maar naar België. Voor zijn opname van werken van drie van de wellicht meest geliefde Franse orgelmeesters uit het recente verleden, Maurice Duruflé, Jean Langlais en Gaston Litaize (VLS, VLC 0495) koos hij de Onze Lieve Vrouwe Kerk te Laken. In deze kerk, waar het Belgische koningshuis de laatste rustplaats vindt, staat een groot symfonisch orgel, dat tussen 1862 en 1874 door Pierre Schijven was gebouwd. Schijven kwam niet, zoals Mutin, uit de school van Cavaillé-Coll, maar van diens belangrijke concurrent Merklin. Zowel de orgels van Merklin en Schijven zijn sterk verwant aan die van Cavaillé-Coll, met toch typische eigen karaktertrekjes. Wiersinga speelt met veel élan.

Een klein bezwaar van deze plaat is dat het orgel in de galmende kerkruimte nogal indirect klinkt (wat ook te maken heeft met de bouw van het instrument).

In de veel drogere akoestiek van het Amsterdamse Concertgebouw heeft Piet van der Steen daar absoluut geen last van in zijn programmatisch zeer originele en muzikaal uitermate bevredigende dubbel-CD LA JEUNE FRANCE, HET ORGELWERK DEEL 2, die is uitgebracht door de VRPO (VPRO EW 9525). 'La Jeune France' is een naam van de in 1936 opgerichte componistengroep bestaande uit Yves Baudrier, André Jolivet, Daniel-Lesur en Olivier Messiean. Van der Steen koos voor dit deel uit orgelwerken van Messiaen (o.a. 'La banquet céleste', 'Diptique' en 'Livre d'orgue'), Daniel-Lesur 4 Hymnnes (met gezongen gregoriaanse cantus firmi) en 'La vie intérieur' en Jolivet; In diens extatische 'Messe pour le jour de la Paix' werkt de sopraan Julia Bronkhorst mee. Voor de opname hiervan werd uitgeweken naar de Oud-Katholieke kathedraal te Utrecht.

De werken van Messiaen en Lesur werden echter gespeeld op het Maarschalkerweerd-orgel van het Concertgebouw. Hoewel de bouwer zich liet inspireren door de Franse, symfonische orgel zijn er ook onmiskenbare Duitse, en zo men wil, Hollandse klankeigenschappen in aan te wijzen. Hoe het ook zij is het minder Frans dan de hierboven besproken instrumenten in Douai en Laken, maar in deze sublieme opname bevredigt de klank op cd in Amsterdam beter!

Deel dit artikel