Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Frans Mahn 1933-1995

Home

JOHAN WOLDENDORP

Na een langdurig ziekbed is gisteren de oud-wielrenner en gewezen baancoach van de KNWU, Frans Mahn, overleden. Mahn werd 61. Ofschoon hij al ruim zes jaar aan prostaatkanker leed en zich door uitzaaiingen in de botten nog slechts per rolstoel kon verplaatsen, kwam zijn heengaan onverwacht.

Bij het uitbreken van de ziekte, in november 1988 (kort nadat hij zijn ouders had verloren), gaven de doktoren hem nog twee jaar. De karaktermens Mahn weigerde zich over te geven en vocht mede door het volgen van een autogene training op bewonderenswaardige wijze terug. Hij leerde zich bewust te worden van zijn innerlijke krachten. Mahn werd een trouw bezoeker van bijeenkomsten die ook door zijn oude wielervrienden werden gefrequenteerd. Blijmoedig vertelde hij op die gelegenheden - vrij recent nog de nieuwjaarsreceptie van de KNWU - dat het weer goed ging met hem. In De Telegraaf van 14 januari dit jaar liet hij optekenen: “Vorige week was ik bij de dokter. Mijnheer Mahn, zei hij, ik wil niet al te optimistisch overkomen, maar misschien moet ik U over anderhalf jaar gezond verklaren.” Twee weken geleden verslechterde de gezondheidstoestand van Mahn plotseling. Dit keer kon hij het gevecht niet winnen.

Voordat de Hoofddorper de baanrenners met raad en daad terzijde stond, genoot hij bekendheid als wielrenner. Mahn was aktief op de weg en de baan, maar verwierf vooral in die laatste discipline faam. Zijn grootste successen haalde Mahn niettemin op de weg. In 1956 werd hij in Denemarken wereldkampioen door in de eindsprint een peloton van veertig man de baas te blijven. In dat jaar veroverde hij ook de nationale wegtitel. Met verder een plaatsje op de winnaarslijst van de Acht van Chaam waren zijn prestaties op de weg echter op de vingers van een hand te tellen. Een ongeval in een kermiskoers in het Belgische Denderhoutem maakte in 1958 een einde aan zijn ambities als wegcoureur. Hij kreeg bij een valpartij zeker veertig man over zich heen. Pas enkele dagen later ontdekten artsen een scheur van tien centimeter in een van zijn nieren. In plaats van te worden opgenomen in de Tour- en Vueltaploeg van Kees Pellenaars, rotzooide hij, zoals Mahn dat typeerde, nog een paar jaar door, voordat hij, met een CIOS-opleiding op zak, als sportambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer aan zijn maatschappelijke carrière bouwde.

Op de kantoorstoel hield Mahn het maar korte tijd vol. In de avonduren werkte hij op de wielerbaan van Sloten aan een come back als pistier. Op zijn manier: niet gezegend met veel talent, maar gebuik makend van een onuitputtelijk reservoir wilskracht. In de nadagen van zijn loopbaan werd hij, in 1966 en '67, nog twee keer Nederlands sprintkampioen. Vrij kort daarna werd Mahn baancoach van de KNWU. Hij leidde mensen als Cees Stam en Roy Schuiten naar wereldtitels, maar ondervond bij de KNWU weinig waardering voor zijn werk. In conflictsituaties speelde hij nooit de diplomaat, maar zei onverbloemd wat hij er van vond. Mahn raakte steeds meer verbitterd, doch gooide pas na twaalf jaar de handdoek in de ring, omdat hij geen afstand van zijn sport wilde doen. “Tropenjaren waren het”, zei hij bij zijn gedwongen afscheid in 1981. Mahn begon een modezaak in zijn woonplaats. Het eerherstel van de KNWU volgde pas in 1994, toen hij vanwege zijn know how in de baancommissie werd benoemd.

Deel dit artikel