Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Frankrijk moet hopen dat zijn samenleving dit kan dragen

Home

Ghassan Dahhan

© Mariah Birsak

Geen land in het Westen kent zo'n strenge antiterreurwetgeving als Frankrijk. Terreurverdachten worden vaak geïntimideerd en kunnen preventief tot vier jaar in de cel verdwijnen zonder ooit een rechter te hebben gezien. Alleen al wie omgaat met mensen die van terrorisme worden verdacht, maakt zich in Frankrijk schuldig aan een terroristisch misdrijf. Veroordelingen volgen vaak in geheime rechtszittingen, zonder jury.

Toch waren de terroristen van de aanslag op Charlie Hebdo deze week de Europese kampioen in draconische antiterreurwetgeving de baas. De daders beschikten over zware wapens en wisten heelhuids te ontkomen aan de politie, en dat terwijl zij al geruime tijd in beeld waren bij de veiligheidsdiensten.

Het gevolg: de roep om nog hardere straffen. De nationalisten van Front National pleiten bijvoorbeeld voor herinvoering van de doodstraf, een straf die tot ver in de jaren zeventig werd uitgevoerd. Zij vertegenwoordigen een grote groep Europeanen die geen enkel risico op een aanslag meer accepteert.

De vraag is wat de Franse regering nog kan doen om de samenleving te beschermen tegen terreur, zonder die samenleving tegelijkertijd te ontwrichten. Tijdens de laatste golf van jihadistische aanslagen, in 1995, werden zo'n 70.000 mensen opgepakt voor verhoor, de meerderheid Noord-Afrikanen. Zo'n maatregel zou nu tot grote spanningen kunnen leiden.

Huis-tuin-en-keukengerei
Het grote probleem waar de veiligheidsdiensten, niet alleen in Frankrijk maar in het hele Westen, voor staan is dat extremisten vaker grijpen naar huis-tuin-en-keukengerei om aanslagen te plegen, zoals messen en bijlen. Dit soort aanslagen vereist weinig deelnemers en voorbereidingstijd, en is dus moeilijk te voorkomen, zelfs voor een geraffineerde geheime dienst.

Zo waren Britse inlichtingendiensten volledig verrast toen twee mannen in 2012 besloten om op klaarlichte dag in het plaatsje Woolrich een militair te onthoofden. Ook in Canada kon de inlichtingendienst niet voorkomen dat in oktober een extremistische moslim met zijn auto inreed op een militair langs de snelweg. Dit soort aanslagen verhinderen is net zo moeilijk als een gewone moord voorkomen.

Handen en ogen tekort
In heel Europa proberen inlichtingendiensten extremisten actief te volgen, maar door de stijgende aantallen, vooral door de oorlog in Syrië, komen zij handen en ogen tekort. Om alleen al een extremist voor 24 uur in de gaten te houden, zijn volgens terrorismedeskundigen tussen de vijftien en twintig agenten nodig. En geen enkele geheime dienst heeft voldoende mankracht of geld om iedere verdachte continu te volgen.

Daarnaast speelt op de achtergrond ook nog de oorlog tegen Islamitische Staat (IS) en Al-Qaida. Maar ook daarvoor zijn de middelen beperkt. Veel westerse landen zijn al volop actief in Mali, waar zij actief op Al-Qaidastrijders jagen. Ook helpen Europese landen mee met het bombarderen van jihadistische doelen in Irak. De volgende stap is het sturen van grondtroepen naar bijvoorbeeld Syrië. Maar aan zo'n risicovolle onderneming, niet alleen militair, maar ook financieel, wil geen enkel land zich wagen, vooralsnog.

Sterk genoeg
Nu westerse geheime diensten niet in staat zijn de burgers te beschermen tegen terroristen, kunnen regeringen alleen maar hopen dat hun maatschappijen sterk genoeg zijn om zichzelf te beschermen tegen de invloeden van terrorisme. De balans na een dag voorspelt weinig goeds: in Frankrijk werden verscheidene moskeeën aangevallen.

De Franse radicale denker Georges Sorel schreef begin vorige eeuw dat terrorisme allereerst tot doel moet hebben om de maatschappij in twee kampen te verdelen. Daarna moesten volgens hem de bewaarders van de sociale vrede uit de weg worden geruimd. De terroristen in Parijs hadden aan slechts één aanslag genoeg.

Lees verder na de advertentie
De vraag is wat de Franse regering nog kan doen om de samenleving te beschermen tegen terreur, zonder die samenleving tegelijkertijd te ontwrichten.

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
De vraag is wat de Franse regering nog kan doen om de samenleving te beschermen tegen terreur, zonder die samenleving tegelijkertijd te ontwrichten.