Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Frank Laufer 1935-2009

Home

Esther Hageman

Ineens hield Frank Laufer ermee op fotograaf te zijn. Hij ging bootjes bergen in de Amsterdamse grachten en wijdde zich aan de wereldvrede.

In koffiehuis De Latei op de Amsterdamse Zeedijk vonden ze het prima wanneer Frank Laufer kwam, maar niet als hij andere gasten besprong om het over zijn stokpaardje te hebben. Dat geouwehoer tegen iedereen, over de wereldvrede, dat moest hij laten.

Laufer ging akkoord, maar alleen daar. Buiten het koffiehuis zette hij zijn eenmansproject onvermoeibaar voort. Zou het niet mooi zijn, zou het de wereldvrede niet sterk bevorderen, als de drie wereldgodsdiensten jodendom, christendom en islam een papier met de Rechten van de Mens in een holle steen zouden stoppen en die samen op de berg Zion in Jeruzalem zouden neerleggen? Ja toch? Goed idee hè? Heb ik bedacht!

Wanneer Laufer precies bevangen raakte door zijn wereldvredeplan is niet bekend. Zelf zei hij tien jaar geleden, toen Guido van Driel hem in VPRO's 'Waskracht' portretteerde, dat hij er „al dertig jaar mee bezig was”.

Maar in die tijd had Laufer een ander stokpaardje. Eind jaren zestig, aan de vooravond van de eerste bemande maanlanding, liet hij zijn beroep uit zijn handen vallen toen een andere, allesoverheersende gedachte bij hem postvatte: dat straks zou blijken dat de maan een stuk steen van de aarde was. Let op mijn woorden, dat ging straks uit allerlei fossielen blijken, zei hij. En als dat eenmaal vaststond, nou, dan werd hij nog beroemder dan Einstein!

Zoals Frank Laufer qua wereldvrede niet gehinderd werd door enige kennis maar toch onvermoeibaar belde met iedereen die hem, naar hij dacht, met religieuze leiders-van-gewicht in contact kon brengen (Aad van den Heuvel: „Wilt u niet ongevraagd zo'n lang verhaal tegen me afsteken?”), zo belde hij in zijn maan-tijd met astronomen. „Wij zitten wetenschappelijk misschien toch niet helemaal op hetzelfde niveau”, zeiden die fijntjes. Daar was hij dan erg verontwaardigd over.

In de echte wereld was Frank Laufer tot die tijd fotograaf. Hij was vooral goed in portretten. Acteurs, theatergezelschappen, schrijvers en andere kunstenaars lieten zich door hem op de foto zetten. De jonge Hugo Claus, de nog lang niet oude Hella Haasse, de jonge Willem Nijholt.

Frank Laufer was als fotograaf autodidact. Tussen het concept 'onderwijs' en Frank Laufer had het eigenlijk nooit erg geboterd. Hij had een paar jaar op de HBS gezeten, maar maakte die nooit af. Decennia later was hij er nog trots op dat hij de klas aan het lachen had gekregen toen hij de wiskundeleraar belachelijk maakte. Hij deed de dingen graag op zijn manier en op zijn tijd, doof voor adviezen.

Hij was nakomertje in een gezin dat al een zoon en een dochter had, de een tien, de ander acht jaar ouder dan hij. Hij groeide op Borneo en in Zwitserland op.

Zijn vader, geoloog bij de Shell, was tijdens zijn jeugd vaak afwezig. Aanvankelijk omdat hij voor zijn werk vaak op pad was om proefboringen te doen – helemaal op Celebes, bijvoorbeeld. Later, omdat de oorlog er tussen kwam en vader in een kamp zat. Nog later, in de jaren vijftig, omdat vader en moeder, uiteengegroeid tijdens de oorlog, gingen scheiden.

Zijn moeder verwende het late kind, tot irritatie van zijn broer en zus. Als de kleine Frank klaagde dat tandpasta 'zo vies was', hoefde hij z'n tanden niet te poetsen. Hij had al vroeg nog maar weinig tanden over.

Eind jaren vijftig ontdekte hij de fotografie toen hij een tijdje in het Amsterdamse appartement van zijn broer woonde. Die werkte toen in het buitenland, had een Rolleiflex maar had die niet meegenomen. Frank Laufer bleek prachtig te kunnen fotograferen. Heel wat fotografen van naam – Ed van der Elsken, Paul Huf, Maria Austria – legden Frank Laufers schoonzuster vast. Maar het portret dat Frank van haar maakte is, zegt zijn broer, het mooist.

Maar ook op het punt van de fotografie was hij doof voor advies. Hij spoelde zijn negatieven altijd zo kort dat je moet vrezen of ze de tijd wel doorstaan. Als de fixeer niet goed weg is, worden de negatieven op den duur immers grijs. En als hij opdrachtwerk deed maakte hij de foto's, drukte ze af en lijstte ze in – maar hij zorgde niet dat ze bij de opdrachtgever terechtkwamen.

Na de fotografie, die hij van het ene op het andere moment liet zitten, kwamen de bootjes. Hij woonde inmiddels niet meer bij zijn moeder thuis, maar op een woonboot in Amsterdam. Hij had een vriendin en woonde met haar samen, en had er geen probleem mee dat zij haar drugs-habitus met tippelen bekostigde.

In de grachten, bedacht hij, liggen talloze kleine en grotere bootjes - soms helemaal onder water, soms gedeeltelijk. De gemeente ruimt die wrakken op, maar dat kost de eigenaar veel geld. Betaalt de eigenaar niet, dan is-ie z'n bootje kwijt. Oneerlijk, vond Frank Laufer. Hij begon zulke bootjes zelf te bergen, ongevraagd. De plaats waar zo'n bootje lag haalde hij uit de krant, want de de Dienst Binnenwaterbeheer kondigde in advertenties aan op welke plek ze binnenkort aan het werk ging.

Op elk bootje dat Laufer, met een oude aquariumpomp en een takel, weer boven water kreeg liet hij een geplastificeerde boodschap achter voor de eigenaar: had die er misschien een paar honderd gulden voor over nu de boot gelicht was? Dat was altijd nog goedkoper dan berging door de gemeente.

De binnenwaterbeheerders van Amsterdam waren niet blij met Laufers ondernemerschap. Het wrong met de Wrakkenwet, schreef de politie hem. Hij kreeg bekeuringen en boetes, maar stopte zijn werk niet. Uiteindelijk liep het toch fout, toen Laufer een gezonken woonboot had geborgen, er een zaak van kwam en hij in de rechtszaal controleerbaar gejokt had. Hij moest zijn eigen woonboot verkopen om de kosten te voldoen.

Sindsdien woonde Frank Laufer aan de wal. Op de plek aan de Binnenkant waar ooit zijn rommelige woonboot lag, met tal van kleine bootjes eromheen die als extra kamers dienden, ligt nu een keurige tjalk. De laatste twee jaar dementeerde Frank Laufer. Hij kwam niet veel verder meer dan zijn appartement. Op 12 januari moet hij zijn opgestaan, hij heeft gedoucht, is weer in bed gaan liggen en werd een paar uur later dood gevonden.

Lees verder na de advertentie
(FOTO ANP)

Deel dit artikel