Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Florrie Rost van Tonningen 1914-2007

Home

Esther Hageman

Krap vijf jaar duurde haar huwelijk met de tweede man van de NSB.

Florrie Rost van Tonningen, de laatste nationaal-socialist die met haar uitingen in Nederland de media haalde, was van zichzelf een meisje Heubel. Ze was de jongste van vier kinderen. Een jaar of dertig voordat zij in 1914 geboren werd was haar grootvader, papierfabrikant in het Duitse Goslar, getrouwd met een meisje Kol – van de Utrechtse bankiersfamilie. Niet verwonderlijk dat hun zoon, de vader van Florrie Heubel, in Nederland bankier werd. „Ook Joden behoorden tot zijn cliëntenkring”, zou Florrie later over hem schrijven.

De Heubels waren rijk: ze woonden in een prachtig Hilversums huis, er was huispersoneel, de kinderen konden studeren, de dochters werden na hun eindexamen een tijdje naar het buitenland gestuurd ’om hun talen te leren spreken’ en ze hadden in 1928 al een auto – een Horch, want vader Heubel was zeer Duitsgezind. Hij sprak met de kinderen uitsluitend Duits en stond erop dat ze Duitsland en Oostenrijk evenzeer liefhadden als Nederland. „Wij zijn één grote familie”, zei hij dan, „onze wortels zijn gelijk.”

Haar acht jaar oudere zus Annie was gefascineerd door de Krishnamurti-beweging, en nam haar mee naar bijeenkomsten van die Wereldleraar. Maar Florrie vond dat niks: „beslist niet de godsdienst voor ons Westerlingen.” Florrie en haar vier jaar oudere broer Wim werden aangetrokken tot de jeugdbeweging die in Duitsland gaande was. Dat was andere koek dan wat je in Nederland zag: de AJC voor arbeiderskinderen, de verengelste padvinderij. Nee, dan de kameraadschap, de vreugde, de vaderlandsliefde, die in Duitsland de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Müdel uitstraalden. Florrie en Wim werden actief bij de Nationale Jeugdstorm, de jongerenafdeling van de NSB, waar het een beetje leek op het Duitse voorbeeld.

Ze ging in Utrecht biologie studeren, met een voorliefde voor het toen nieuwe vak dierpsychologie. Een baantje in het kielzog van de studie – planten determineren in de Hortus – bracht haar in de zomer van 1936 naar Berlijn. Ze had daar een heerlijke tijd, „want ik beleefde van heel dichtbij de opkomst van Hitler! Ik ademde stukje bij beetje geheel dit nieuwe tijdperk in, met zijn kameraadschap, discipline en geestdriftige inzet.”

Een jaar later maakte ze samen met haar broer Wim een reis naar Nederlands-Indië, om hun oudste broer Dolf te bezoeken, die tien jaar ouder was dan Florrie en er als landbouwingenieur werkte. In Indië was de NSB zelfs de grootste partij – in Nederland stond de partij slechts op nummer vijf – en was de Jeugdstorm eveneens groot.

Maar er beviel Florrie iets niet aan de aanhang van de Indische Jeugdstorm: ook Indische jongeren waren er lid van. „Rassen-ideologisch maakte ik me grote zorgen: men kon toch moeilijk van een ’nationale’ jeugdstorm spreken, wanneer zich daar zoveel bloedsvermenging in voordeed.” Weer terug in Nederland stuurde ze er de leider van de NSB, Anton Mussert, een bezorgde brief over. Maar die was niet erg gevoelig voor Florrie Heubels sores. Hij wilde een grote Jeugdstorm, niet speciaal een blanke. Voor Florrie Heubel was dat aanleiding om de NSB te verlaten. Wel bleef ze bij de Jeugdstorm.

Met Meinoud Rost van Tonningen, tweede man binnen de NSB, maakte ze op de kade in Genua kennis toen haar broer Wim haar in 1939 kwam afhalen van de boot uit Indië, na een latere reis in haar eentje.

Wim had Rost van Tonningen meegebracht omdat ze bevriend geraakt waren, en hij – twintig jaar ouder, sinds 1936 bevrijd uit een eerste huwelijk – wilde wel mee omdat hij zoveel had gehoord over Wims ondernemende zusje.

Aanvankelijk zag Florrie niets in de veertiger, die bovendien hoog was in een organisatie die naar Florries zin onvoldoende waakzaam was op de ’rassenhygiëne’. Ook ging het gerucht dat door Rosts aderen ook wat ’Indisch bloed’ zou stromen.

Maar die bezwaren verdampten. Toen Rost Florrie ten huwelijk vroeg („Florelore, wil je mijn vrouw worden?”, sprak hij in de zomer van 1940 ergens bij Scheveningen, tussen de Ruigenhoek en Meijendel) wilde ze graag ja zeggen. Rost van Tonningen lachte haar bezwaren tegen de NSB weg: „Wat zeg je me daar: jij bent uit de beweging getreden omdat je het niet eens was met Mussert? Om je dood te lachen!”

Want Rost van Tonningen had het niet zo op Mussert. Hij was meer een volgeling van Hitler en Himmler. Toen Himmler zelf, de baas van de SS, gecontroleerd had dat nergens in Florries voorvaderen raciale bezwaren tegen een huwelijk scholen, trouwden ze: op 21 december 1940.

Hun huwelijk, waaruit in rap tempo drie zonen werden geboren – die de Germaanse namen Grimbert, Ebbe en Herre kregen – heeft maar kort geduurd.

In maart 1945 zagen Florrie en Meinoud elkaar voor de allerlaatste keer, toen ze hem opzocht achter het front. Op 6 juni was hij dood. Zelfmoord in de Scheveningse gevangenis, was de officiële lezing. Moord, is Florrie Rost van Tonningen altijd blijven beweren. Voor die moord zou Prins Bernhard de hoofdverantwoordelijke zijn geweest, want hij was degene die Rost van Tonningen in mei 1945 in een gevangenkamp in Elst herkende: hij was niet ’gewoon’ fout, maar de voormalige NSB-leider, die Kamerlid en president van de Nederlandse Bank was geweest. Op last van Bernhard kwam Rost van Tonningen in de Scheveningse gevangenis terecht.

Misschien dat Florrie Rost van Tonningen na 1945 wat minder halsstarrig aan het nazistische gedachtengoed was blijven vasthouden, de gruwelen van het nazibewind wat minder had ontkend, als het einde van haar man minder gruwelijk was geweest. Een officieel onderzoek ernaar is haar geweigerd. Ze ging zelf op onderzoek uit, sprak met mensen die erbij waren geweest en vernam een Aboe Ghraib-achtig verhaal.

Rost van Tonningen was door de Scheveningse gevangenbewaarders nacht na nacht gefolterd. „Men bond een touw om zijn penis, om hem daarmee over de vloer te slepen wanneer hij niet gauw genoeg hun walgelijke opdrachten kon uitvoeren of hij werd hieraan kort omhoog gehesen”, schreef ze later in haar autobiografie. Ook moest hij vloeren schoonlikken die door de bewakers waren ondergespuugd, naakt het Wilhelmus zingen, geknield urenlang bakstenen omhoog houden, werd er een ton poep over hem uitgestort en werd hij met knuppels geslagen. Tegen de tijd dat de politie lucht kreeg van de misstanden binnen de gevangenis en er een einde aan zou maken, werd Rost van Tonningen vermoord om te voorkomen dat hij het zou navertellen. Zijn lijk, met uiteengespatte schedel, werd in een schuur op een hoop vuil gegooid. Waar hij is begraven heeft ze nooit achterhaald.

Er zijn nooit zes miljoen joden vermoord. Wat voor kracht en eenvoud straalde er van de Führer uit! Wat heeft hij zijn volk weer moed gegeven en weten te verheffen! Himmler was een groot man. Duitse soldaten was het doden vreemd. Zo is het wereldbeeld van Florrie Rost van Tonningen-Heubel er na 1945 steeds uit blijven zien.

Vanaf 1969, toen ze in een documentaire van Paul Verhoeven over Mussert voor het eerst publiek aan het woord kwam, is ze die boodschap blijven uitdragen. Nu eens was ze in het nieuws omdat ze een weduwenpensioen ontving – omdat haar man enige tijd voor de NSB in de Tweede Kamer had gezeten. Dan weer werd in haar huis neo-nazistische lectuur gevonden. Haar politieke opvattingen kostten haar het contact met haar zoons, maar dat begreep ze wel: om het in de naoorlogse wereld maatschappelijk te maken was het nodig dat ze het gedachtengoed van hun vader ’verraadden’, zoals ze dat noemde. Ze omringde zich in haar villa in Velp met een groep rechts-extremisten die, volgens oudste zoon Grimbert, „meer leek op een kleine geïsoleerde sekte waarvan het belang onnoemelijk is overdreven.’’ Toen hij in 2005 een boek publiceerde over leiderschap (of het gebrek eraan) in de zakenwereld – Grimbert werd consultant en verdiende nog onlangs 3,8 miljoen euro aan de verkoop van PCM – beschreef hij de toestand van zijn moeder als dementerend. Maar een jaar eerder, in 2004, was Florrie Rost van Tonningen-Heubel nog voldoende bij de tijd om een visie op het heden te geven. Na het jodendom, het grote gevaar uit haar jeugd, vond ze de islam nu het grote gevaar „voor Nederland, en misschien wel voor heel blank Europa.”

Florentine Sophie Rost van Tonningen-Heubel, in Amsterdam geboren op 14 november 1914, overleed in het Belgische Waasmunster op 24 maart 2007.

Deel dit artikel