Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Filosofisch 2015: een aanslag op de humor

Home

Leonie Breebaart

Charlie Hebdo's uitgever, Stephane Charbonnier, alias Charb. Charbonnier overleed op 7 januari 2015 © afp

Filosofieredacteur Leonie Breebaart blikt terug op 2015, dat in het teken stond van aanslagen en identiteit. Welke denkers werden op de golven van het wereldnieuws relevant?

In mei van dit jaar wijdde het Franse blad 'Lire' een speciaal nummer aan de filosoof Voltaire. De aanslagen op satirisch weekblad Charlie Hebdo liggen dan nog vers in het geheugen, aanslagen die volgens de filosoof André Glucksmann evengoed een aanslag waren op Voltaire - dat wil zeggen op zijn gedachtegoed. En op zijn stijl van denken.

Want net als de cartoonisten van Charlie Hebdo gebruikte de Verlichtingsfilosoof de humor als wapen. Net als zij was Voltaire links noch rechts, christelijk noch atheïstisch, hij was bovenal een vrije denker. En dat verklaart de opmerkelijke revival die de achttiende-eeuwse filosoof vlak na de aanslagen van januari beleefde, constateert ook de hoofdredacteur van het blad, Francois Busnel.

Vlak na de aanslagen doken in de bloemenzee op de Place de la République opeens kleine boekjes op van Voltaire, zijn 'Candide', zijn 'Traité sur la tolérance'. De dagen daarna zag je ze in stapeltjes liggen bij de boekhandel. Vooral jonge Fransen zag je met er mee lopen, als een statement: hier staan we voor, dit is de vrijheid die we verdedigen tegen de barbarij, tegen het fanatisme dat Voltaire met humor bestreed. De vrijheid om te twijfelen, kritiek te hebben, te lachen.

Nederlandse zorgen
Dat de humor onder druk staat, lijkt niet de grootste zorg van Nederlanders. Wat hén in de aanslagen onrust baart, is vooral de verbinding tussen geloof en geweld. Zijn gelovigen vanuit de aard der zaak intolerant en voert het geloof in één heilige waarheid min of meer vanzelf naar onverdraagzaamheid - waarmee de kiem van geweld is gezaaid? Of radicaliseren jongens (en soms ook meisjes) vooral uit woede dat ze in de maatschappij geen kansen krijgen? Daarover is en blijft het hele jaar lang veel debat.

Maar net als in Frankrijk leidt de nieuwe onzekerheid, om niet te zeggen angst, ook tot en zoektocht naar nieuwe nationale ankers. Welke Nederlandse denkers vertolkt de waarden die we tégen (religieus)fanatisme willen verdedigen?

Een ideale kandidaat voor die rol is Baruch, of Benedictus, de Spinoza. Zeker sinds de Britse historicus Jonathan Israel de Amsterdamse immigrantenzoon al in dat andere rampjaar, 2001, uitriep tot aartsvader van de radicale Verlichting, geldt Spionza als wegbereider van de tolerantie en vrije meningsuiting die we in Nederland als een grondwaarde van onze samenleving beschouwen. Net als Voltaire werd Spinoza door het wettig gezag bestraft voor zijn radicaal moderne ideeën: zijn kerkgemeenschap sprak de banvloek over hem uit. Meer dan Voltaire (die in het echte leven naar het schijnt vrij intolerant uit de hoek kon komen) was de Joodse Hollandse denker zowel een scherp criticus van religieus fanatisme als een echte held van de tolerantie.

'Spinoza is weer helemaal hip' kopte een artikel in november, in aanloop naar een symposion op 7 december, dat de banvloek op deze vrijdenker opnieuw onder de loep nam.

Lees verder na de advertentie


Begrip voor jihadisten
Een ander filosofisch conflict dat na de aanslagen in Nederland uitbrak en  het hele jaar bleef doorwoeden, was de vraag of we terroristen moeten begrijpen. Op het eerste gezicht is dat alleen maar nuttig: want wie jihadisten begrijpt, doorziet waarschijnlijk ook eerder hoe en waarom ze radicaliseren - en daar kunnen veiligheidsdiensten hun voordeel mee doen.

Aan de andere kant: loop je met dat 'begrip' niet het risico terrorisme te bagatelliseren, zoals het Franse gezegde luidt: 'tout comprendre c'est tout pardonner'? Daarover voerden voormalig Denker des Vaderlands Hans Achterhuis en Trouw-columnist Ger Groot in januari al een discussie. Filosofen hebben weliswaar 'De plicht om de vijand te begrijpen', betogen ze, maar maak je daarmee van de nieuwe vijand ook 'zielige jongens'?

Politiek incorrect
Dat neemt niet weg dat de burger, en dus ook de filosoof, zich zorgen maakt over de vraag of we moeten buigen voor de gevoeligheden van culturele buitenstaanders, onder wie moslims. Mogen we nog wel politiek incorrect zijn? In Frankrijk woedt die discussie in grote hevigheid en verzet ook de culturele elite zich tegen de inperking van de vrijheid van meningsuiting.

Zo klaagt de Franse filosoof Pascal Bruckner in een interview met Letter & Geest, getiteld 'Dit is een oorlog tegen onze vrijheid' dat schrijvers en denkers in zijn land zich nú al laten muilkorven. Dat gaat volgens Bruckner zo ver dat critici van immigratie en de islam wordt voorgehouden medeverantwoordelijk te zijn voor de woede van islamisten. "Éric Zemmour, die zegt dat de Franse natie onder andere door immigratie aan samenhang heeft verloren en zal verdwijnen, is al medeverantwoordelijk gemaakt voor deze verschrikkingen" beweert Bruckner. "Pure waanzin. Zemmour en Houellebecq worden nu trouwens allebei beveiligd."

Racisme

In Nederland concentreert de discussie over politiek-correct denken zich in de aanloop naar Sinterklaas alweer een paar jaar rond de kwestie racisme. Moeten we toegeven aan de roep om discriminerende teksten en beelden te verwijderen, bijvoorbeeld van de Gouden Koets of uit het Rijksmuseum? Moet de dominante cultuur het voor vreemdelingen makkelijker maken zich thuis te voelen? Of moeten minderheden zich gewoon aanpassen aan de 'normen en waarden' van de meerderheid?

Volgens sommige Nederlanders escaleert het debat daarover, maar de Denker des Vaderlands Marli Huijer, pakt het in Trouw praktischer aan. In het stuk "O, leuk, een zwart iemand" voert ze een gesprek met de zwarte theatermaakster Ilrich Kensenhuis. Zij werkt met een acteurs van allerlei afkomst, over wie legio vooroordelen bestaan. En daar gaat ze pragmatisch mee om. Als Marokkaanse jongens op het eerste gezicht worden gezien als eng, moeten ze daar maar rekening mee houden, leert Huijer van Kensenhuis. "Ga bij jezelf na wat bij een ander angst oproept, of wat een ander in de war brengt. Als je je daarvan bewust wordt, kun je leren spelen met vooroordelen." Maar de Denker des Vaderlands zou geen denker zijn, als ze bij die oplossingsgerichte methode toch blijft peinzen: Pas jij je op deze manier niet aan de dominante, witte cultuur met al haar vooroordelen aan?"

Moeten we toegeven aan de roep om dis­cri­mi­ne­ren­de teksten en beelden te verwijderen?

Leonie Breebaart

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Moeten we toegeven aan de roep om dis­cri­mi­ne­ren­de teksten en beelden te verwijderen?

Leonie Breebaart