Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Filosofie heeft een genderprobleem

Home

JADY PETOVIC

De tijd van grof seksisme is wel voorbij, maar toch zijn er nog altijd veel minder vrouwen actief in de filosofie dan mannen. En Nederland bungelt onderaan. Hoe kan dat?

Waar blijven de vrouwen in de Nederlandse filosofie? Het lijkt een hardnekkig probleem, want de academische filosofie is nog altijd een mannenbolwerk. Het aantal vrouwen met een positie aan de filosofische faculteiten is dramatisch laag vergeleken met het aantal vrouwen in de andere geesteswetenschappen in Nederland. Op filosofische departementen in het buitenland is de situatie ook slecht, maar Nederland bungelt al jaren aan de onderkant van het gemiddelde. Er zijn landen, zoals Turkije, Frankrijk en Rusland, waar het veel beter is gesteld.

Anthonie Meijers, hoogleraar filosofie aan de Technische Universiteit Eindhoven en voorzitter van de landelijke onderzoeksschool wijsbegeerte (OZSW), publiceerde onlangs op de internationale blog New APPS cijfers en sprak van een serieus genderprobleem binnen de Nederlandse filosofie. Op de elf faculteiten in Nederland werkten in 2013 in totaal 110 universitair docenten, van wie 25 vrouw; 45 universitair hoofddocenten, van wie vijf vrouw; 65 hoogleraren, van wie zeven vrouw.

Eigenlijk gaat het al mis op de universiteit, aangezien de huidige instroom van vrouwelijke filosofiestudenten met 35 procent relatief laag is. De kloof met de mannelijke filosofen wordt bij het beklimmen van de wetenschappelijke ladder alleen maar groter.

Lees verder na de advertentie

Hardnekkig vooroordeel

Waarom gaat het mis? Waarom kiezen vrouwen minder snel voor filosofie en waarom stromen zij niet door naar hogere posities in dit vak? Een eenduidige verklaring is niet te geven. Misschien bestaat er gewoonweg een hardnekkig vooroordeel (bij zowel mannen als vrouwen) dat mannen nu eenmaal beter zijn in filosofie dan vrouwen. Misschien zijn vrouwen minder gedreven om door te stromen naar de filosofische top en voelen zij zich niet comfortabel in de ratrace naar academisch succes. Of misschien worden vrouwen belemmerd door een old boys network. Of is het de wat wordt genoemd 'baby penalty' die zich wreekt: vrouwen laten hun academische carrière varen vanwege de kinderen, terwijl mannen die vader worden wel gewoon hogerop komen.

Er is volgens Meijers voldoende reden om aan te nemen dat er een impliciete voorkeur voor mannen in het universitaire systeem zit. Mannen zijn onderdeel van dat systeem en dus ook medeverantwoordelijkheid voor het vinden van een oplossing, zegt hij in zijn blog. Zijn mannelijke collega's zouden meer moeten doen om vrouwen binnenboord te halen en ze door te laten stromen naar hogere functies. Meijers pleit voor streefgetallen in de hogere universitaire rangen die afgeleid zijn van het percentage vrouwelijke promovendi en voor divers samengestelde sollicitatiecommissies. Als paardemiddel sluit hij tijdelijke voordelen voor vrouwen niet uit.

Maar geldt de ondervertegenwoordiging van vrouwen dan voor de hele wetenschap? Het is immers ook al jaren bekend dat het aandeel vrouwen in de wetenschap afneemt naarmate men hoger op de wetenschappelijke ladder komt. Volgens Eric Schliesser, hoogleraar filosofie aan de Universiteit Gent, zijn er internationaal gezien wel degelijk disciplines waarin veel meer gendergelijkheid bestaat dan in de filosofie. "Bij medicijnen, biologie, linguïstiek, rechten heerst een heel andere cultuur, zijn de beloningen en carrièremogelijkheden veel gelijkwaardiger. Ik zie niet in waarom dat bij filosofie niet kan. Juist omdat filosofie een maatschappijkritische discipline is, zouden filosofen ervoor moeten zorgen dat ze eerst hun eigen huis op orde hebben, voordat ze tegen de rest van de wereld zeggen: 'verbeter je'."

Ook Sabine Roeser, hoogleraar ethiek aan de Technische Universiteit Delft, zegt dat de ondervertegenwoordiging uiteraard ook in andere vakgebieden geldt. "Maar hoe schever de genderbalans is, hoe erger de vrouwonvriendelijke factoren zullen zijn. Dan zit je in een vicieuze cirkel. Het is een systeem dat zich zelf in stand houdt."

Schliesser nam twee jaar geleden het initiatief voor een internationale petitie waarin hij mannelijke filosofische academici opriep geen lezingen te geven op conferenties waar geen vrouwelijke sprekers waren uitgenodigd. De petitie is inmiddels door 1275 mensen ondertekend.

Heleen Pott, hoogleraar kunst, cultuur en samenleving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, legde onlangs tijdens een lezing voor de Nederlandse tak van de Society for Women in Philosophy (Swip) uit dat filosofie traditioneel wordt geassocieerd met mannelijkheid: een koele, rationele discipline waarin men zich in het begin van de jaren tachtig vooral bezighield met abstracte en onpersoonlijke vragen, zoals 'waarom is er iets en niet veeleer niets?' Dat zijn vragen waaraan weinig vrouwen volgens Pott plezier beleefden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld literatuurwetenschap trok filosofie in die tijd al weinig vrouwelijke studenten.

In de jaren negentig kwam de vraag op hoe die 'wereldvreemde' filosofie relevanter te maken. De filosofie werd meer empirisch, concreet en interdisciplinair. De toon in de debatten was dat 'ivoren torenfilosofie' passé was en dat er meer 'marktplein' in de filosofie moest komen.

Of meer toegankelijke thema's ertoe hebben geleid dat meer vrouwen zich gingen bezighouden met filosofie is lastig te zeggen, maar in die tijd steeg wel het aantal vrouwelijke filosofiestudenten. Toch was er twintig jaar geleden nog sprake van grof seksisme in de academische filosofie, zegt Schliesser. "Filosofie was nog altijd, net als wiskunde, scheikunde en natuurkunde, een 'mannelijk' vak, een bètavak. En 'nerd-zijn' hoort nu eenmaal niet bij een meisje, zo was de gedachte. Dus als een vrouw een lezing gaf, was dat geen filosofie. Vrouwelijke filosofen en de thema's waarover zij spraken, werden niet helemaal serieus genomen."

Schliesser heeft vaak meegemaakt dat een goede opmerking van een vrouwelijke collega werd genegeerd, totdat een mannelijke collega dezelfde opmerking herhaalde. "Dan vond iedereen die opeens interessant." Roeser beaamt dat vrouwen vaak op allerlei manieren worden genegeerd. Ze vertelt over een recente analyse van citatiepatronen in de vier meest invloedrijke internationale filosofietijdschriften waaruit blijkt dat die worden gedomineerd door mannen die elkaar citeren. "Door het verhoudingsgewijs lage aantal artikelen dat filosofen in hun eigen werk citeren, is de kans groot dat men voor de veilige mainstream gaat waardoor vrouwen buiten de boot vallen."

Grof seksisme komt nu niet meer voor in officiële gremia, zegt Schliesser. "Maar het is een wrange grap als we zeggen dat we het nu goed hebben geregeld qua gelijkheid, want de positie van Nederlandse vrouwen in de filosofie is nog steeds waardeloos." De ongelijkheid manifesteert zich volgens Schliesser nu minder expliciet dan tien jaar geleden, omdat ze meer terugkomt in informele beoordelingen waarin mannen vaak beter worden beoordeeld dan vrouwen. Maar bij benoemingen is het nog vaak ons kent ons, om de juiste 'man' op de juiste plek te krijgen. "Zo gaat men makkelijk voorbij aan kwalitatief goede vrouwen waardoor het niveau van aanstellingen middelmatig is."

Rolmodellen

Ook Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek aan de Universiteit Utrecht, is van mening dat door de genderongelijkheid bij filosofie talent wordt verspild. Toch staat het thema 'meer vrouwen in de filosofie' nu op de kaart. Niet eerder werd in de academische filosofie op internationaal niveau zo veel over dit onderwerp gediscussieerd op blogs en conferenties. Zo zouden er volgens Robeyns meer vrouwelijke rolmodellen nodig zijn, die als docent of als promotor een voorbeeldfunctie kunnen vervullen voor jonge vrouwelijke filosofen. Door een podium te krijgen, kunnen zij laten zien dat filosofie niet alleen voor mannen met een baard is.

Maar het is volgens Robeyns een verkeerd idee dat het probleem uitsluitend een vrouwenzaak is. Volgens haar moeten de mannen in dit debat meer als 'bondgenoten' worden gezien in plaats van als 'vijanden'. "Mannen kunnen misschien meer bereiken dan vrouwen omdat zij geen direct eigenbelang hebben. Van vrouwen wordt toch vaak gezegd dat ze alleen maar klagen. Bovendien hebben mannen een bepaalde autoriteit in de academische filosofie die niet aan vrouwen wordt toegeschreven."

Maar op de eerste plaats vinden Robeyns en Roeser dat er genoeg briljante vrouwelijke filosofen zijn die heel goed voor zichzelf en voor de positie van vrouwelijke collega's kunnen opkomen. Beiden zien ook veel in maatregelen zoals de speciale subsidies die de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek toekent aan vrouwelijke wetenschappers als een universiteit hen bevordert tot hoofddocent of hoogleraar. Roeser: "Mede daardoor kun je die mannelijke autoriteit en die vicieuze cirkel doorbreken."

Geen feministenclub

De Society for Women in Philosophy (Swip) wil de zichtbaarheid van vrouwen in de filosofie vergroten, barrières voor hen wegnemen en netwerkmogelijkheden bieden. In 1972 werd de Amerikaanse Swip opgericht, want zelfs in de grootste en belangrijkste 'filosofiemarkt', de Verenigde Staten, is het slecht gesteld met de rol van vrouwen. Ook Engeland en Canada hebben een Swip.

De Nederlandstalige tak, Swip.nl, is vorig jaar opgericht en wil volgens haar site uitdrukkelijk geen 'zeurderige feministenclub' zijn. Annemie Halsema, filosoof aan de VU in Amsterdam en een van de oprichters van Swip.nl: "Uit de grote belangstelling onder jonge filosofes en promovenda voor ons openingssymposium in april dit jaar blijkt dat we in een behoefte voorzien. Wij richten ons in brede zin op de positie van vrouwen in de filosofie, dus niet alleen institutioneel, maar ook op de filosofische canon, waar nauwelijks vrouwelijke denkers in voorkomen."

Een veelgehoord argument voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen bij conferenties is dat er geen vrouwelijke filosofen te vinden zijn in dat vakgebied. Swip probeert daar verandering in te brengen door het opstellen van 'De Grote Vrouwelijke Filosofen Database' (GVFDb) met namen en contactgegevens van vrouwelijke filosofen in Nederland en Vlaanderen.

Deel dit artikel