Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Filosoferen in nieuwe oernatuur

Home

REPORTAGE | GERRIT-JAN KLEINJAN

Wat doet dat clubje geleerde dames en heren in de Millingerwaard? Ze bekijken aangelegde natuur en werpen er hun vragen bij op. 'Dit is pocket wilderness.'

Een touringcar hobbelt over de dijkweg van Kekerdom, een dorp ten oosten van Nijmegen. De passagiers - een internationaal gezelschap van zo'n dertig geleerden, merendeels milieufilosofen - kijken vanuit de wiebelende wagen de polder in. Martin Drenthen van de Radboud Universiteit Nijmegen veert op en gebaart naar de bosschages in de verte. "Kijk", zegt hij tegen zijn collega's in de bus. "Daar zien jullie de nieuwe natuur al."

Geroezemoes stijgt op. Juist om deze 'nieuwe natuur' van dichtbij te zien, hebben de filosofen hun congres over milieu- en natuurfilosofie een middag verlaten voor een excursie naar de Millingerwaard, een uitgestrekt natuurgebied aan de oever van de Waal waar Galloway-runderen en konikspaarden rondstruinen. De elementen hebben er vrij spel.

Eén van de vragen op het Nijmeegse congres was deze week wat de filosofische betekenis is van akkerbouwgronden en weilanden die, zoals met de Millingerwaard is gebeurd, worden omgevormd in 'oernatuur'. Een relevant vraagstuk, zegt Martin Drenthen (45) als hij het gebied inloopt. "Veel natuurbeschermers kunnen slecht uitleggen wat ze doen. Ze komen vaak niet verder dan roepen dat hun werk draait om het herstel van biodiversiteit."

Eenmaal uit de bus lopen de filosofen samen door het gras, de zuring en de distels. In de verte graast een kudde vale paarden. Een gepensioneerde Amerikaanse professor kijkt strak naar de grond om niet in de uitwerpselen te stappen.

Mark Coeckelbergh (36), techniekfilosoof uit België, luistert met een half oor. Zijn blik dwaalt over het glooiende landschap terwijl hij een teug neemt uit zijn flesje mineraalwater. Wat hij om zich heen ziet hier in de Millingerwaard? In ieder geval geen oernatuur, zegt hij. "Ik zie de invloed van de mens. Alles wat we zien is nieuw." Coeckelbergh wijst op het afgegraven stuk polder en naar de in Polen gefokte paarden. "Overal zie ik sporen van techniek."

Volgens de techniekfilosoof leiden pogingen om natuur terug in de 'oorspronkelijke' staat te brengen onherroepelijk tot een denkprobleem. "Tja, wanneer heb je de authentieke natuurstaat?" Dat is een niet te verwezenlijken denkbeeld, meent Coeckelbergh. Hij werpt een paar vragen op om dat duidelijk te maken. "Hoe ver moet je teruggaan in de geschiedenis? En waarom is juist dát dan de echte natuur?" Hij haalt zijn schouders op. "Dat kun je niet weten. Natuurbeschermers lopen nog steeds rond met het idee dat er een einddoel moet zijn."

De discussie over de vraag wat oernatuur is, is aan Martin Drenthen niet echt besteed, zegt hij. "Authentiek of niet, dat is niet de belangrijkste vraag. Natuurlijk weten we allemaal dat dergelijke landschappen met behulp van techniek gerealiseerd worden."

Drenthen kijkt naar de zandgrond waar jong gras omhoog schiet. Shovels hebben hier enige tijd geleden kleigrond weggeschraapt om groei van nieuw groen te bevorderen. Nee, de betekenis van nieuwe natuur zit in iets heel anders, zegt Drenthen. "De natuurlijke processen die de mens zo'n tweehonderd jaar geleden heeft verstoord, moeten we weer op gang brengen."

Een collega-filosoof wijst op wat zeldzame kruidjes die opschieten. Drenthen knikt. "Dit alles brengt het oude landschap in herinnering. Dit was er eigenlijk altijd. De natuur deed altijd al zoals hier. Alleen zijn we dat vergeten en denken we dat de onderdrukking van dit soort natuurlijke processen de norm is. Maar dat is natuurlijk nog maar tweehonderd jaar zo."

Maar, voegt zijn collega toe: "Er is een paradox. Dit verkopen we als wildernis. Maar om het allemaal voor elkaar te krijgen is toch gewoon moderne techniek nodig."

Dan gaat de voettocht weer verder, richting de beverburchten. In de verte bromt een rijnaak. De gepensioneerde Amerikaanse professor glimlacht om wat hij ziet en hoort in Millingerwaard. Ja, het ziet er mooi uit, zegt hij. "Ik kom zelf uit de buurt van de Rocky Mountains. Daar is wildernis." Met een blik op de schoorsteenpunt van een steenfabriek in de verte: "Hier is het zo klein, dit is pocket wilderness."

Milieufilosofie is vooral praktisch en richt zich op de lange termijn
Moet je ingrijpen in de natuur als een paard in een natuurgebied een veulen werpt dat niet voor zichzelf kan zorgen? Moet je Schotse Hooglanders in de zomer een schaduwrijke plek geven tegen de zon? Onder al deze problemen schuilen filosofische vragen, zegt hoogleraar toegepaste filosofie Michiel Korthals van de Wageningen Universiteit. "Wat is wenselijk? Wat is natuurlijk? Wat willen we van de natuur?" Milieufilosofie, maakt Korthals duidelijk, is vooral heel praktisch. De wetenschappers die zich ermee bezighouden zijn doorgaans niet verbonden aan de afdeling geesteswetenschappen van de universiteit, maar werken aan andere faculteiten. Korthals richt zich in Wageningen op ethische kwesties in verband met milieu, natuur, dieren, voeding en landbouw. Als milieufilosofen vooral praktische problemen behandelen, wat is dan het verschil met bijvoorbeeld de problemen die een ambtenaar moet oplossen? Korthals: "Milieufilosofen houden het langetermijnperspectief in de gaten. Wij hebben geen politiek programma, zoals een ambtenaar. Zo'n afstandelijke blik, waarbij je een probleem van alle kanten bekijkt, is belangrijk in dit soort waanzinnig complexe zaken."

Deel dit artikel