Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Filosofendebat / ’Professor Sloterdijk, u fantaseert’

Home

door Peter Henk Steenhuis

Leidend wijsgeer of een filosofisch dwaallicht? De Duitse denker en televisiepersoonlijkheid Peter Sloterdijk debatteerde met oud-eurocommissaris Frits Bolkestein. De laatste maakte in ijzig Engels duidelijk dat hij weinig zag in de metaforen van de gevierde Duitser. „Pure fantasie, professor!”

’Professor Sloterdijk”, zegt Frits Bolkestein, „u maakt het zich wel erg moeilijk. In het Duits heeft uw boek de ondertitel Für eine philosofische Theorie der Globaliserung, maar u presenteert helemaal geen theorie, uw boek is een verzameling bon mots, anekdotes, verhalen.” We zijn aan het einde van een debat gekomen tussen de voormalig Europees Commissaris voor Interne markt en Belasting en een van de grootste hedendaagse filosofen, Peter Sloterdijk.

Het debat in Felix Meritis was georganiseerd om de vertaling van Sloterdijks nieuwe boek, ’Het kristalpaleis’, ten doop te houden. Maar van meet af aan was duidelijk dat de twee mastodonten te ver van elkaar af stonden. Alleen al hun presentatie verschilde hemelsbreed: de politicus in gedistingeerd grijs, de filosoof typisch Duits, rond, met een rode sjaal nonchalant om de schouders, het haar niet langer in een staartje maar nog steeds aan de lange kant. Als ze spraken, aanvankelijk vanachter een katheder, vielen de verschillen nog sterker op: de filosoof formuleerde zoekend, bijna stotterend in een Engels waar de Duitse tongval sterk doorheen klonk, het ijzige Engels van de politicus kletterde op de luisteraars neer. En op Sloterdijk. Na een paar inleidende woorden werd duidelijk dat Bolkestein niet gekomen was om de loftrompet over Sloterdijks nieuwe boek te steken.

Bolkestein hekelde niet alleen het theoretisch fundament van het boek, ook de inhoud moest het ontgelden. Sloterdijk spreekt over een in tweeën gedeelde wereld. Het Westen bevindt zich in de ’broeikas’ die hij ’Weltinnenraum des Kapitals’ noemt, de rest daarbuiten. Als we over een geglobaliseerde wereld spreken – een proces dat in Sloterdijks ogen reeds is afgesloten – dan heeft dit alleen betrekking op dit ’wereldwijde interieur’. Zo maakt Sloterdijk duidelijk hoe het Westen zich afsluit voor de ’buitenwereld’ en hoe de economische ongelijkheid met de niet-westerse werelddelen in stand wordt gehouden.

Voor die ’broeikas’ gebruikt Sloterdijk het beeld van het kristalpaleis, ontleend aan Dostojevski, die in 1862 de wereldtentoonstelling in South-Kensington bezocht. De Rus was verbijsterd door het glazen paleis dat hij er zag; in zijn roman ’Herinneringen aan het ondergrondse’ noemt hij de westerse wereld later ’een kristallen paleis waaruit geen ontsnappen mogelijk is’. Dostojevski, schrijft Sloterdijk, vond dit bouwwerk „een mensverslindende structuur, een Baül van de moderne tijd – een cultuurcontainer waarin de mensen de demonen van het Westen vereren: de macht van het geld, de pure beweging en de ophitsend-verdovende genotsmiddelen.”

Het moderne kristallen paleis is volgens Sloterdijk een indooruniversum. „Slechts in uitzonderlijke gevallen materialiseert hij zijn grenzen tot harde stof, zoals bij het hek tussen Mexico en de Verenigde Staten of de zogenaamde veiligheidsmuur tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever. Haar meest effectieve wanden trekt de comfortinstallatie op in de vorm van geldstromen, die de bezitters van de bezitlozen scheiden, muren die door de asymmetrische verdeling van levenskansen en werkgelegenheid opgemetseld worden: aan de binnenkant ensceneert de commune van de koopkrachtbezitters haar dagdroom van grondige immuniteit en hoogwaardig en almaar toenemend comfort, aan de buitenkant proberen min of meer vergeten meerderheden te midden van hun tradities, illusies en improvisaties te overleven.”

Voor Bolkestein was deze scheiding veel te strikt. „U schrijft over globalisering en over ongelijkheid. U stelt dat een kwart van de wereldbevolking in een kristalpaleis leeft en dat de rest, die erbuiten bivakkeert, vergeefs tracht naar binnen te komen. Maar neem Japan, in 1945 een verslagen, arm land waarvan de inwoners ongetwijfeld buiten het kristalpaleis woonden. Nu heeft Japan ruim honderd miljoen consumenten die op een of andere manier het paleis zijn binnengedrongen. China en India hebben inmiddels een middenklasse die groter is dan de gehele bevolking van de Europese Unie. Het paleis kent geen kristallen wanden, de welvarende wereld kent geen grenzen. Regeringen bepalen of een bevolking in welvaart leeft of niet. Wat is het nut van deze metafoor?”

Sloterdijk: „Mijn ambitie is om nieuwe termen te introduceren om de huidige politieke en culturele wereld mee te kunnen beschrijven.”

„Ik noem het goochelen met woorden”, antwoordt Bolkestein. „Dat doet u vaker. Natuurlijk, schrijvers zijn vrij hun eigen definities te formuleren. Maar wat u met het begrip ’geschiedenis’ doet, begrijp ik ook niet.”

Bolkestein verwijst nu naar de Amerikaan Francis Fukuyama, die al eerder publiceerde over het einde van de geschiedenis. Naar Fukuyama’s idee was dat moment gekomen met het aflopen van de Koude Oorlog. Alle ideologieën waren stukgelopen, de westerse liberale democratie heette sindsdien universeel als de ultieme vorm van regeren.

„Dat was toen juist”, zegt Bolkestein, „nu zien we in China een andere vorm van kapitalisme opkomen, dus we weten niet of Fukuyama’s stelling over een paar jaar nog houdbaar is. Maar wat doet u? U laat de globalisering lopen van 1492 tot 1944. En dan eindigt ook de geschiedenis. Goed, u maakt voor de islamitische terroristen een uitzondering. En voor president Bush. Zij bevinden zich nog wel in de geschiedenis. Ik vraag u: in welk tijdvak leeft het publiek in deze zaal?”

De geboren debater krijgt de lachers op de hand. Maar er dreigt een misverstand, want het publiek, dat de Nederlandse versie van het boek nog niet in handen had en de Duitse niet van a tot adem gelezen heeft, brengt 1944 onmiddellijk in verband met de Tweede Wereldoorlog. Het duurt even voordat het misverstand is opgehelderd. „Het einde van de globalisering”, zegt Sloterdijk, „heeft niets met Hitler te maken. De geschiedenis van de globalisering waarop ik doel, komt op gang met de ontdekking van Amerika in 1492, en loopt zo’n vierhonderdvijftig jaar later ten einde met de invoering van het op de goudstandaard gebaseerde wereldwijde monetaire stelsel van Bretton Woods.”

Langzamerhand wordt het steeds warmer in de uitverkochte zaal. Om de maartse kou te trotseren, hebben de meeste toehoorders truien aan. Als Sloterdijk bij Bretton Woods aankomt, begint een enkeling met rode konen naar zijn ongepoetste schoenen te staren. Hij is niet de enige die niet meteen snapt dat de invoering van dit monetaire systeem plaatsvond bij de oprichting van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Sloterdijk: „Geld is vanaf dat moment de allesoverheersende, symbolische taal van de wereld geworden. Het is een illusie te denken dat de globalisering nog komt. Die heeft al plaatsgevonden, wij hebben alleen nog met de gevolgen ervan te maken.”

Een van die gevolgen is volgens Sloterdijk dat we in een ongehoord tempo de fossiele brandstoffen erdoor jagen. ,,Dankzij deze universele ’natuurarbeider’ nam het principe van de overvloed zijn intrek in de broeikas van de beschaving.” Maar met zo’n honderd jaar is deze natuurarbeider uitgeput en zal er een ’postfossiel’ tijdperk aanbreken. Hoe dat eruitziet weet ook Sloterdijk niet. Goed mogelijk dat zonnetechnologie de leemtes kan opvullen en er een ’solaire wereldeconomie’ ontstaat. En dat zou wel eens tot een herwaardering van veel bestaande waarden kunnen leiden, wellicht zelfs tot een ’planetaire spreiding van inkomen en de overwinning van de mondiale apartheid’.

Bolkestein, die zestien jaar bij Shell werkte, weet wel raad met deze voor Sloterdijk zeer voorzichtige voorspelling. „Ik weet niet wat ik hiervan moet maken. U weet net zo goed als ik dat zonne-energie absoluut geen alternatief is voor fossiele energie. En al zou ze belangrijk worden, waarom zou dat tot democratisering van het kristalpaleis leiden? In het Midden-Oosten, dat nu toch flink wat fossiele brandstof levert, schijnt vrij vaak de zon. Professor Sloterdijk, dit is pure fantasie!’

In Sloterdijks reactie klinkt teleurstelling door. „Een boek heeft lezers nodig, lezers die terugbladeren, die hun eigen gedachtes even opschorten en zich nieuwsgierig willen laten meeslepen. Maar u doet niet mee aan een experiment dat niet meteen begrijpelijk en toepasbaar is op de huidige werkelijkheid.”

Het is even stil, het gesprek loopt ten einde. Bolkestein buigt zich voorover, de politicus lijkt voor het eerst iets van toenadering te zoeken tot de filosoof. „Professor Sloterdijk”, zegt hij, „u maakt het zich wel erg moeilijk.”

Deel dit artikel