Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fietsen langs tuinen

Home

Nicolien van Doorn

Kasteelparken, een tuinenfestival en de befaamde moestuin van Villandry: de Loire is een paradijs voor tuinliefhebbers. Maar ook sportievelingen, bourgondiërs en kinderen komen aan hun trekken.

Wie graag tuiniert, kan zich geen betere vakantie indenken dan een tuinreis. Lekker rondlopen in andermans tuin en daar bruikbare ideeën opdoen. Zien hoe de planten elders gerangschikt zijn en vaststellen dat ook in supertuinen het zevenblad onuitroeibaar is.

Jammer alleen dat je huisgenoten daar veelal anders over denken. Die willen niet naar de een of andere uithoek van Engeland – veel te veel gedoe en bovendien regent het er altijd. Zij willen naar een lekker warm land en daar sportief bezig zijn, fietsen of zo. Met een beetje pech heb je ook nog rekening te houden met kinderen die er hun eigen verlanglijst op nahouden.

Nee, een reisje naar Sissinghurst of Hidcote Manor zit er niet in, maar een combinatie van tuin, sportief, avontuurlijk en zwemmen misschien wel. En dus vraag ik mijn huisgenoten wat ze denken van een fietstocht langs de Loire. Een met kastelen bezaaide rivier, waarlangs een eindeloos lange, vlakke fietsroute loopt. Bovendien duikt er om de paar kilometer een grot op waar je wijn en kaas mag proeven. Bespeur ik nog steeds enige aarzeling, dan speel ik de grootste troef uit: een van de kastelen is een kopie van kasteel Molensloot uit de Kuifje-albums. Dat geeft de doorslag, opeens wil iedereen naar de Loire.

Aangezien het magische woord ’Molensloot’ is gevallen, begint de vakantie in Cheverny, zoals het kasteel van Kuifje, kapitein Haddock en professor Zonnebloem in het echt heet. En inderdaad, geen twijfel mogelijk: dit is Molensloot! Zo verschrikkelijk levensecht, dat we bijna kapitein Haddock en Kuifje naar buiten zien komen om ons te verwelkomen.

Het mooie van kastelen is dat er altijd een tuin of park omheen ligt met vijvers, moestuinen, een oranjerie en soms zelfs een doolhof. Dus terwijl mijn huisgenoten koers zetten naar de wapenzaal en de Kuifje-tentoonstelling, wandel ik de tuin in. Waar een weldadige stilte ver te zoeken is, want overal klinkt geblaf. De herrie blijkt uit een kennel te komen met daarin een stuk of honderd jachthonden. Tussen november en maart doen die waarvoor ze geschapen zijn en zijn de vossen, reeën en edelherten hun leven niet zeker.

Er is hier zoveel tuin te zien, dat het onmogelijk is om alles in een paar uur af te werken. Aan de siertuin grenst een park in Engelse landschapsstijl dat zo uitgestrekt is, dat de bezoekers er in het hoogseizoen met elektrische wagentjes doorheen kunnen tuffen. Wie de majestueuze bomen en de 700 meter lange laan van eeuwenoude ceders liever vanaf het water bekijkt, kan plaatsnemen in een elektrisch bootje, want dwars door het park loopt een kanaal.

Een paar uur later fietsen we langs maïs- en zonnebloemvelden en wijngaarden naar Chaumont sur Loire. Ook hier staat een kasteel met een tuin. En wat voor tuin! Dit is de plek waar ieder jaar het Internationale Tuinenfestival wordt gehouden. Zorgvuldig geselecteerde tuinontwerpers uit de hele wereld leggen een twintigtal tuintjes aan waarmee zij de bezoekers aan het denken pogen te zetten. Het festival, met dit jaar het thema ’Tuinen van de toekomst en de kunst van een geslaagde biodiversiteit’, gaat op 22 april open.

De tuinen zijn origineel en sommige ronduit prachtig, al is het moeilijk voor te stellen hoe een en ander er in je eigen achtertuin uit zou zien. Want hoe mooi en verstild ook, wat moet een mens met een vierkante plas water waarin een glazen kas drijft? Of met een waslijn vol wapperende vodden?

De huisgenoten hebben intussen het kasteel bekeken dat ooit huisvesting bood aan gemene koninginnen (Catherina de Medici), zielige minnaressen (Diane de Poitiers) en koopzieke prinsessen (Marie Say). Deze laatste heeft de landschapstuin laten aanleggen. Geen eenvoudige klus, want aan de voet van het kasteel, op de plek waar Marie haar tuin wilde hebben, stond een dorp in de weg. Voordat het gras kon worden ingezaaid en de bomen geplant, moesten eerst de huisjes worden afgebroken en beneden aan de rivieroever herbouwd. Niet alleen de huizen trouwens, ook de kerk. En het kerkhof.

Iets verderop ligt kasteel Chenonceau, gebouwd op een brug die beide oevers van de Cher met elkaar verbindt. Hoe handig dat was, bleek vooral in later eeuwen. De 60 meter lange galerij, die over de hele lengte van de brug door het kasteel loopt, diende in de Eerste Wereldoorlog als ziekenzaal voor gewonde soldaten. Wie al wat was opgeknapt en trek had in iets lekkers, liet vanuit een van de 18 ramen een touw met een stukje brood in de Cher zakken en haalde daar vissen mee op. In de Tweede Wereldoorlog bewees de lange galerij opnieuw zijn nut. Omdat de ene kant in bezet gebied lag en de andere kant in de vrije Vichy-zone, wisten heel wat mensen via de zuidelijke uitgang het vrije gebied te bereiken. Waarbij ik me afvraag waarom niet heel bezet Frankrijk door die gang is ontsnapt.

We zetten koers naar Amboise, naar het kasteel waar Frans I vaak bezoek kreeg van zijn vriend Leonardo da Vinci. Omdat het hoost van de regen, laten we de natte tuinen links liggen en vluchten het kasteel in. Natuurlijk brengen we wel een bezoekje aan de Sint-Hubertuskapel waarin Da Vinci begraven ligt. Helemaal zeker is dat trouwens niet, maar de bezoekers doen alsof het zo is en wij dus ook.

Op een steenworp afstand van het kasteel ligt Le Clos Lucé, het huis waarin Leonardo da Vinci op uitnodiging van koning Frans I van 1515 tot aan zijn dood in 1519 heeft gewoond. Het omliggende park is bijzonder omdat er her en der apparaten staan die door Leonardo zijn ontworpen en later nagebouwd, zoals een schoepenrad en een draaibare houten tank op wielen. Met een druk op de knop zijn ze in beweging te brengen en dat is aardig, vooral voor kinderen.

Ook in de middeleeuwse stad Tours komt het hele gezin aan zijn trekken. De tuinliefhebber omdat hier twee keer per week een van de grootste bloemenmarkten van Frankrijk wordt gehouden. De bourgondiër omdat er eind mei een wijnfeest is waar je alleen betaalt voor een glas, en vervolgens zoveel wijn mag drinken als je wilt. En voor de kinderen is er olifant Frits. In 1904 kreeg deze circusolifant de kolder in zijn kop en ontsnapte. Hij rende door de stad en hield daar pas mee op toen hij werd doodgeschoten. Uit liefde voor Frits lieten de circusmensen hem opzetten, maar omdat ze niet goed wisten wat ze met het drie meter hoge en 7500 kilo zware gevaarte aan moesten, deden ze het cadeau aan Tours.

Het laatste kasteel waar we heen fietsen is Villandry met zijn spectaculaire renaissancetuinen. Er is een liefdestuin, een kruidentuin, een watertuin en een muziektuin. Een wolkenkamer, een zonnekamer en een kinderkamer. Prachtig allemaal, maar zijn roem dankt Villandry toch vooral aan de vierkante moestuin, die verdeeld is in negen kleinere vierkanten. Ze zijn beplant met veertig soorten groenten in alle denkbare kleuren: oranje meloenen, rode tomaten, witte kolen, paarse aubergines, rode pepers, groene sla.... De kolen zijn in de meerderheid. Wat zo bijzonder is, zegt eigenaar Henri Carvallo, is dat ze van kleur veranderen. „Sommige beginnen groen, worden vervolgens rood in het midden en zijn uiteindelijk helemaal rood.”

Carvallo woont met zijn gezin in de stallen uit 1760, wat erger klinkt dan het is. Om de enorme tuin te onderhouden heeft hij negen tuinmannen in vaste dienst. Zij snoeien de 1200 lindes, knippen de 52 kilometer aan buxushagen en planten elk jaar een kwart miljoen zaailingen van bloemen en groenten. Sinds twee jaar worden er geen chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruikt. „Het was een hele omschakeling”, zegt Carvallo, „maar het werkt wel. De kleine insecten op de kolen bestrijden we met tabak, we doen aan wisselteelt en zetten insecten in die plaagdieren eten.”

De moestuin levert zoveel op, dat een groot deel bij de uitgang wordt neergelegd. Bezoekers die Villandry verlaten mogen dat meenemen. En zo ontdekken we toch nog een nadeel van een fietsvakantie: in fietstassen passen geen meloenen.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)

Deel dit artikel