Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Femke Halsema: Conservatieve politici hebben linkse waarden gekaapt

Home

Femke Halsema

Femke Halsema © Jean-Pierre Jans

Tolerantie, gelijkheid, nationale trots: Femke Halsema eist de veren terug waar rechts mee is gaan pronken. Een voorpublicatie uit haar essay voor de Maand van de Filosofie.

In de weken na de verkiezing van Donald Trump tot president ontstaat op internet een kleine hype rond een ouder boek van Richard Rorty. In 'Achieving Our Country' (1998) voorspelt hij namelijk met grote precisie het aantreden van een reactionaire sterke man. Something will crack, schrijft Rorty, als de lagere middenklassen op zoek gaan naar een alternatief voor gladde bureaucraten, overbetaalde publie- ke bestuurders en vakbondsmannen, gehaaide juristen en postmoderne hoogleraren. Als dat gebeurt, vervolgt Rorty, dan wordt ook de vooruitgang die sinds de jaren zestig is geboekt in de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen uitgewist. En minachting voor vrouwen, dikwijls verpakt als grove grap, zal opnieuw populair worden.

Lees verder na de advertentie

Meer dan 'Wim baarde Pim'

Hij dicht links grote verantwoordelijkheid toe voor de wrok en de gevoelens van verwaarlozing en vernedering die een groeiende groep burgers ontvankelijk maken voor cynische en demagogische politieke leiders. Zijn analyse is meer dan 'Wim baarde Pim', waarmee Frits Bolkestein ooit Wim Kok de zwartepiet wilde toespelen van de opkomst van Fortuyn.

Nieuwrechts kaapt de vooruitgang en legt haar stil

Rorty opent zijn boek met de stelling dat nationale trots hetzelfde voor landen betekent als zelfrespect voor individuen: een noodzakelijke voorwaarde voor zelfverbetering. Bovendien maakt een tekort aan nationale trots een energiek en democratisch debat over de toekomst van de samenleving onmogelijk. Burgers moeten zich emotioneel betrokken voelen, aangesproken worden door de idealen van historische politieke figuren, en kunnen geloven in het toekomstperspectief dat in de politieke geschiedenis van het land besloten ligt.

"De strijd om politiek leiderschap is deels een strijd tussen verschillende verhalen over de identiteit van een natie, en tussen symbolen die de grootsheid van de natie uitdrukken." En hierin schiet links Amerika aan het einde van de twintigste eeuw dramatisch tekort. 

Niet omdat de tegenstander ('The Right') betere kaarten heeft. Maar, zegt hij: "Links is per definitie de partij van de hoop. Links ziet de morele identiteit van ons land als iets wat nog moet worden verworven, in plaats van als iets wat moet worden beschermd." Rechts vindt dat het land een afgebakende morele identiteit heeft, en vreest economische en politieke verandering, aldus Rorty.

Links Amerika, schrijft hij - en dat is waar zijn analyse pijn doet - heeft de hoop laten varen, reikt niet langer een toekomstperspectief aan en heeft geen fiducie in het vermogen van de Amerikaanse natie om zich te verbeteren. Vanaf de jaren zeventig keert progressief links zich naar binnen, legt de nadruk op ideologische zuiverheid, onderling en theoretisch conflict, identiteitspolitiek en verzet tegen de macht zonder geloof deze te kunnen hervormen. Links wordt cultuurpessimistisch, analyseerde Rorty, die stierf in 2007 - voor het aantreden van Barack Obama. Ook Obama is er in zijn achtjarige presidentschap niet in geslaagd om het cynisme en de wanhoop die een groot aantal, vooral laagopgeleide, Amerikanen in de greep heeft, te keren: het is inmiddels te wijdverbreid, te diepgeworteld en te vaak bevestigd.

Integratiediscussie

In Nederland kreeg rond de millenniumwisseling de gedachte aanhang dat zich een 'multicultureel drama' afspeelde. Hoewel de oververtegenwoordiging van vooral jonge Marokkanen en Turken in de 'verkeerde' statistieken van werkloosheid en misdaad inderdaad zorgen baart, is de integratiediscussie zelden feitelijk of analytisch en mist zij praktische oplossingen. Het is eerder een geloofsconflict. Als een Kamercommissie onder leiding van Stef Blok (VVD) in 2004 vaststelt dat de integratie van allochtonen niet is mislukt, leidt dat tot woedende reacties. Blok en de zijnen missen 'realiteitszin'. Inmiddels betogen rechtse populisten dat vrijheid vooral betekent dat je verdrinkende vluchtelingen in de Middellandse Zee 'dobbernegers' mag noemen, als ze niet druk zijn de ondergang van het Avondland te voorspellen.

Het geloof in de ondergang leeft niet alleen bij rechts­po­pu­lis­ten

Het geloof in die ondergang leeft niet alleen onder conservatieve populisten. Ook veel van oudsher progressieve politici zien juist in de opkomst van het populisme het bewijs van neergang. Zo richt Alexander Pechtold zijn politieke ambities op het tegenhouden van extremisme. Lodewijk Asscher betoogt dat 'de tijd van minder' aanbreekt, ook van minder verwachtingen van politieke interventies.

Lees verder onder de foto

© ANP

Al sinds de jaren tachtig is de belangrijkste progressieve waarde in de verdrukking gekomen: de hoop dat wij als samenleving in staat zijn ons te verbeteren. En het besef dat Nederland een relatief jonge natie is, die kan terugkijken op een indrukwekkende geschiedenis van bevrijding en emancipatie, en van een klassieke en conservatieve standenmaatschappij is veranderd in een egalitaire maar ook gevarieerde samenleving, die - zij het nog niet genoeg - kinderen uit kwetsbare milieus een weg naar goede opleidingen en carrières biedt.

Hoopgevende initiatieven

Ondanks de sfeer van 'alles wordt minder' zijn wel degelijk tal van hoopgevende initiatieven ontplooid. Zo forceerde het plan voor de verpleeghuiszorg van Hugo Borst en Carin Gaemers een doorbraak in de vastgeroeste verhoudingen in de zorg. De deeleconomie krijgt vorm in gedeelde kantoren, werkplaatsen en auto's. Denk ook aan de klimaatwet die de PvdA en GroenLinks samen hebben ontworpen. De talrijke burgerinitiatieven om asielzoekers een betere opvang, dagbesteding en toekomst te bieden. De #MeToobeweging die wereldwijd, ook in Nederland, de wijdverbreide seksuele intimidatie aan het licht brengt en jonge meisjes onafhankelijker en zelfbewuster maakt. De dwarse, onafhankelijke platforms voor diepgravende onderzoeksjournalistiek. De talloze sociale ondernemingen die iets doen aan voedselverspilling, 'plastic soep', afvalbergen, armoede en analfabetisme. Enzovoort, enzovoort.

Het is een nauwelijks representatieve opsomming van de tegenbeweging die er wel degelijk is, en die zich keert tegen de verlammende werking van technocratie en defaitisme. Maar, anders dan in de jaren zestig en zeventig, vormt zich om deze initiatieven heen geen progressieve beweging van intellectuele en politieke leiders die deze met elkaar verbinden en kracht geven, en daarmee het heersende paradigma van cultuurpessimisme en polarisatie vervangen door een van hoop.

Bijl

Hoop is niet, schrijft Rebecca Solnit in 'Hope in the Dark' (2004), het geloof dat alles als vanzelf goed zal komen, maar een bijl waarmee je in geval van nood een deur openbreekt. Dat kan alleen, voegt ze eraan toe, als we onze geschiedenis kennen en weten wat we in het verleden al veroverd hebben -'herinnering produceert hoop'. Solnits ideeën vertonen grote gelijkenis met die van Rorty: beiden menen dat maatschappelijke verandering begint met de strijd om de collectieve herinnering, de toe-eigening van de geschiedenis: "De verhalen die we vertellen over wie we waren en wat we deden, vormen ons in wat we kunnen en zullen doen."

Het zijn precies deze twee elementen (trots op het verleden, verbeelding van de toekomst) die in de progressieve beweging verweesd zijn geraakt. 'Nieuwrechts', met als grote gangmaker Frits Bolkestein, heeft haar twee slagen toegebracht, schrijft socioloog Merijn Oudenampsen in zijn proefschrift 'The conservative embrace of progressive values'. Eerst wordt vanaf begin jaren negentig de progressieve consensus over de samenleving veroordeeld als politiek correct, wereldvreemd en soms gevaarlijk. Terwijl links zich in de verdediging laat drukken, worden vanaf de Fortuynrevolte - oh, ironie - progressieve waarden als conservatief gedachtengoed gepresenteerd. Vooral de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid van man en vrouw en van hetero- en homoseksuelen worden symbolen van de nieuwrechtse, populistische beweging. Progressieve politici worden geportretteerd als verraders van die waarden, als zij bijvoorbeeld een algemeen verbod op hoofddoekjes niet steunen.

Met zoveel rechtse bravoure zou je bijna vergeten dat alle grote veranderingen in de jaren zestig en zeventig zijn bevochten door activisten

Tegelijkertijd doet nieuwrechts de verdere vooruitgang en emancipatie in de ban. Gelijkheid van man en vrouw is goed, maar de emancipatie is doorgeschoten: de samenleving moet namelijk niet te veel feminiene trekjes krijgen. Even gemakkelijk als men met verbodsbepalingen dreigt om de godsdienstvrijheid van moslims te beperken, zo afkerig is men van quotaregelingen die bedrijven dwingen om vrouwelijke werknemers betere posities te geven.

Met zoveel rechtse bravoure zou je bijna vergeten dat alle grote veranderingen in de jaren zestig en zeventig zijn bevochten door activisten, daarin gesteund door progressieve intellectuelen en politici; bevochten op Bolkestein (die tegen de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht stemde) en de zijnen.

Onomkeerbaar

De grote emancipatiegolven in de vorige eeuw, die in de jaren zestig en zeventig naar een voorlopig hoogtepunt klommen, zijn voortgestuwd door de progressieve beweging. Progressieven hebben vanuit vakorganisaties, sociale bewegingen en politieke partijen gelijke rechten bedongen voor arbeiders, homoseksuelen, vrouwen, migranten en gehandicapten. De woningwet en de volkshuisvesting, de oudedagsvoorzieningen, de medezeggenschap en de Mammoetwet die het voor arbeiderskinderen gemakkelijker maakte om door te stromen naar het hoger onderwijs: allemaal maatregelen die de maatschappelijke verhoudingen ingrijpend en onomkeerbaar hebben veranderd.

Lees verder onder de foto

Joop den Uyl verdedigde met hartstocht 'de smalle marges van de democratische politiek'. © ANP

Nationalisme is niet per se conservatief of reactionair, patriottisme en vaderlandsliefde zijn wel degelijk verenigbaar met progressieve waarden zoals openheid, tolerantie of kosmopolitisme. Nationale identiteit is immers een product van de verbeelding, van de verhalen die telkens opnieuw worden verteld en symbolen waar grote culturele betekenis aan wordt toegedicht, zo betoogt Benedict Anderson in 1983 in 'Imagined Communities'. Dat geldt niet alleen voor het 'Wilhelmus' (pas sinds 1932 volkslied), maar ook voor politieke keuzes (euthanasie, homohuwelijk), of voor hoe we ons nationale zelfbeeld mede laten bepalen door hoe we schokkende gebeurtenissen gedenken (Tweede Wereldoorlog) of vergeten (politionele acties).

Daarbij is nationalisme - beter heet het dan patriottisme - wel degelijk verenigbaar met internationalisme, zoals H.M. van Randwijk in 1947 in een prachtig manifest tegen de politionele acties laat zien. "Omdat ik Nederlander ben zeg ik nee! tegen het geweld dat thans door ons in Indonesië gepleegd wordt. Mijn volk wortelt niet in de duistere driften van bloed en bodem, maar in een erkenning van normatieve zedelijke beginselen. Die wil ik toegepast zien en daarom wijs ik een koloniale oorlog af." Van Randwijk noemt Nederland 'een in recht en menselijkheid gewortelde gemeenschap' en legt daarmee een dwingend fundament. Het is ook een nog onvervulde opdracht tot maatschappelijke verbetering.

Progressieve politici die zich buiten het debat over de nationale identiteit plaatsen, doen zichzelf tekort

De erfgenaam van Nederland als een 'open, tolerant en democratisch land' (Baudet) is niet 'nieuwrechts', maar de progressieve beweging. Of zoals ik ooit wat pesterig vroeg tijdens Balkenende's normen- en waardendebat: "Door welke politieke geschiedenis en idealen willen wij ons laten inspireren? Wat houden wij de mensen - vooral jongeren en migranten - voor als lichtend voorbeeld? Is dat de benepen conservatieve moraal van gehoorzaamheid, zwerfvuil en hondepoep? Of zijn dat de progressieve waarden van tolerantie en openheid, van mensenrechten in buiten- en binnenland, van vrijheidsrechten die de gewone man tot een gelijkwaardige partner maken van de macht?"

Progressieve politici die zich buiten het debat over de nationale identiteit plaatsen, of dat als conservatief en eng-nationalistisch terzijde schuiven, doen zichzelf tekort. Zij zijn de dragers van een traditie die aandacht, verdediging en waardering verdient. Door de weerzin tegen nationalisme kan de collectieve herinnering verarmen en kunnen er belangrijke delen van de geschiedenis uit verdwijnen of er alleen als karikatuur in voortleven.

Rorty merkt terecht op dat een betekenisvolle discussie over de toekomst van de samenleving alleen kan plaatsvinden als er een zeker nationaal bewustzijn is. Ook als je hoopt op een wereldfederatie en op wereldburgerschap zullen natiestaten de uitvoering daarvan op zich moeten nemen. En staten zijn daar alleen toe bereid als hun inspanningen hun burgers met trots vervullen.

Joop den Uyl

"Het socialisme zal zich zijn afkomst uit de wereld van droom en verlangen der utopie meer moeten herinneren, wil het niet het lot ondergaan van de mummificering", zo waarschuwde Joop den Uyl in 1978. Niet omdat hij een utopist was: hij vreesde juist de reëel bestaande utopie die in Oost-Europa, in China, Rusland en Cambodja grote verwoestingen aanrichtte, en verdedigde met hartstocht 'de smalle marges van de democratische politiek'. Niettemin herinnerde hij de PvdA nadrukkelijk aan 'de wereld van droom en verlangen', omdat de partij zo verweven raakte met andere machtige instituties dat zij er niet meer goed van was te onderscheiden.

Het heeft niet mogen baten. Toen de hartverscheurende bewijzen zich opstapelden dat de reëel bestaande utopie altijd uitmondde in een dystopie, zoals filosoof Hans Achterhuis het verwoordde, raakte het utopisme in ongerede. Daarmee verdween ook het onderscheid met het utopisme dat zich wél binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat beweegt.

Pas sinds een klein aantal jaren maakt het utopisme zich enigszins los van de zware kwalificaties van totalitarisme en onvrijheid, en ontstaat er belangstelling voor de utopie als een zinnebeeld. Zo'n utopie is geen blauwdruk maar eerder een vrijplaats voor verbeelding en overdenking van de mogelijke verandering van de samenleving. De laatste jaren worden utopische experimenten voorzichtig weer gewaardeerd. Zonder zijn afkeer voor valse 'beloften van het paradijs' te verliezen, bekent Achterhuis zich tot de 'kleine utopie', zoals het basisinkomen. Dat kan een omwenteling in de sociale verhoudingen teweegbrengen, maar hoeft, geleidelijk ingevoerd, het weefsel van de samenleving niet te vernietigen.

Lees verder onder de foto

Volgens Thierry Baudet zijn wij de machteloze getuigen van 'een duizelingwekkend destructieproces'. Femke Halsema is het daar niet mee eens. © ANP

Er zijn andere grote problemen die enkel door de verbeeldingskracht in te roepen, door een andere samenleving te schetsen, kunnen worden ontleed en misschien wel opgelost. Voor het klimaatprobleem, de voedselschaarste en de ongelijke toegang tot hulpbronnen moeten we een alternatieve economie verkennen, niet langer op de harde competitie van het kapitalisme gebouwd. De miserabele omstandigheden waarin miljoenen vluchtelingen verkeren, dwingen ons om na te denken over het ontwikkelen van nieuwe, duurzame gemeenschappen in de regio's van herkomst. En in onze eigen samenleving verdienen de duizenden die niet in het arbeidsproces mee kunnen komen, een ontspannen en waardig alternatief.

De grote eman­ci­pa­tie­gol­ven in de vorige eeuw zijn voortgestuwd door de progressieve beweging

Het vergt verbeelding en creativiteit om het onderwijs en de gezondheidszorg te bevrijden van het controlefetisjisme van semipublieke managers en bestuurders, en het opnieuw, kleinschaliger te organiseren. En voordat de regels voor de landbouw, de energievoorziening, de ruimtelijke ordening of het openbaar vervoer weer eens worden aangepast, moet eerst een toekomstbeeld van onze stedelijke samenleving worden ontwikkeld.

Onvervuld verlangen

Anders dan de populistische onheilsprofeten vaak suggereren, bevindt Nederland zich niet op een hellend vlak. Wij zijn niet de machteloze getuigen van 'een duizelingwekkend destructieproces', zoals Baudet dat omschrijft.

Wel zijn wij een land waar een groot onvervuld verlangen rondwaart, naar grotere rechtvaardigheid en meer menselijkheid. Dat verlangen wordt niet vervuld door repressie of controle, door polarisatie of onderlinge verwijten. Wel door trots, hoop en verbeelding. Toch is ook dat niet genoeg. Utopieën en zinnebeelden krijgen pas betekenis als ze worden vertaald in praktische politiek, in stapsgewijze hervormingen.

Lang geleden, in 1972, schoven de progressieve partijen de onderlinge electorale competitie opzij en gaven zij voorrang aan de gezamenlijke wens de samenleving te verbeteren. Toen overheerste het besef dat alleen door een blok te vormen en gelijktijdig de macht te zoeken de belofte aan de bevolking van emancipatie en bevrijding kon worden ingewilligd. In het huidige populistische klimaat, waarin progressieve waarden met voeten worden getreden en waarin hoop teloorgaat door vervreemding en polarisatie, wordt met onderlinge concurrentie kostbare tijd verdaan. Alleen met samenwerking kan een keerpunt worden bereikt. 

Dit is een voorpublicatie uit Femke Halsema's essay voor de Maand van de Filosofie, 'Macht en verbeelding', dat vandaag verschijnt. Haar theatercollege 'Een Vrij Land' is te zien in Haarlem (4/4), Zoetermeer (10/4) en Meppel (10/4), zie femkehalsema.nl

Criminoloog en socioloog Femke Halsema (Haarlem, 1966) was van 1998-2011 Tweede-Kamerlid voor GroenLinks.

Macht en verbeelding; Lemniscaat; 72 blz; €4,95

© RV

Deel dit artikel

Nieuwrechts kaapt de vooruitgang en legt haar stil

Het geloof in de ondergang leeft niet alleen bij rechts­po­pu­lis­ten

Met zoveel rechtse bravoure zou je bijna vergeten dat alle grote veranderingen in de jaren zestig en zeventig zijn bevochten door activisten

Progressieve politici die zich buiten het debat over de nationale identiteit plaatsen, doen zichzelf tekort

De grote eman­ci­pa­tie­gol­ven in de vorige eeuw zijn voortgestuwd door de progressieve beweging