Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Feit en fictie soms moeilijk te scheiden in propagandastrijd over de Rohingya

Home

Arjen van der Ziel

Tijdens een door de Burmese regering georganiseerde trip kregen journalisten de linker foto, om te bewijzen dat Rohingya-moslims huizen in de eigen gemeenschap in brand staken. Maar verslaggevers herkenden in de vrouw een ‘hindoe-vluchteling’ (rechts), die hen kort daarvoor had verteld over Rohingya-wandaden. © AP

Tegelijk met het fysieke geweld groeit een felle publicitaire oorlog.

De Burmese regering hoopte eindelijk eens ‘de waarheid’ te laten zien over wat er gaande is in het uiterste noordwesten van het land, waar in drie weken tijd al meer dan 400.000 leden van de islamitische Rohingya-minderheid op de vlucht zijn geslagen. Daarom namen de autoriteiten achttien journalisten onlangs mee op een perstrip naar het afgelegen grensgebied, waaruit onafhankelijke verslaggevers meestal worden geweerd. Maar het ging mis toen de journalisten foto’s kregen uitgereikt van Rohingya-burgers die huizen van de eigen gemeenschap in brand zouden steken.

Lees verder na de advertentie
'Ze hadden de foto’s vervalst om het er op te laten lijken dat moslims de branden stichtten'

BBC-correspondent Jonathan Head

Want twee van de ‘Rohingya-vrouwen’ op de foto’s droegen opvallende gehaakte hoofddoeken die in de verste verte niet leken op de islamitische sluiers die veel Rohingya-vrouwen dragen. En verslaggevers herkenden een van de vrouwen van een bezoek eerder die dag aan een schoolgebouw, waarin hindoe-vluchtelingen waren ondergebracht. Dezelfde vrouw had daar als ‘hindoe’ verteld over wandaden die Rohingya zouden hebben begaan. “Het zag er vreemd uit”, constateerde BBC-correspondent Jonathan Head droogjes op 11 september in zijn reportage. “Ze hadden de foto’s vervalst om het er op te laten lijken dat moslims de branden stichtten.”

Propagandastrijd

De anekdote illustreert de toenemende propagandastrijd over het lot van de Rohingya in Burma, waar de meerderheid van de bevolking boeddhistisch is. Het huidige geweld begon toen een nieuwe Rohingya-rebellengroep, de Arakan Rohingya Salvation Army (Arsa), vorig jaar posten van de grenspolitie aanviel. Het Burmese leger reageerde daarop met een bikkelharde anti-guerilla-operatie.

De Turkse vicepremier Mehmet Simsek ging de mist in met deze tweet. © TR BEELD

Tegelijk met de fysieke strijd groeit ook een steeds feller propagandagevecht. Zo doen sympathisanten van de Rohingya hun best om de rol van de Arsa-rebellen te bagatelliseren. En op haar beurt probeert de Burmese regering de wereld er van te overtuigen dat zij een gerechtvaardigde strijd voert tegen moslimextremisten.

Aanhangers van beide zijden bestoken elkaar via sociale media als Twitter en Facebook en ook via reguliere media met dramatische beelden en allerlei hele en halve waarheden. Zo circuleert op sociale media een foto, waarschijnlijk online gezet door nationalistische boeddhisten, die zou laten zien hoe Rohingya-strijders oefenen met geweren. Maar die foto is in werkelijkheid vrijwel zeker van Bengaalse vrijheidsstrijders die in 1971 voor afscheiding van Pakistan vochten.

De Burmese leidster Aung San Suu Kyi hekelde onlangs de ‘enorme ijsberg aan misinformatie’ over de crisis. “Pas op voor de verspreiding van nepnieuws via sociale media”, waarschuwde haar regering laatst in een verklaring op Facebook.

Feit en fictie

De groeiende stroom nepberichten en -beelden bemoeilijkt niet alleen het werk van journalisten die proberen vast te stellen wat er gebeurt in Burma. De propaganda wakkert ook het conflict aan en ondermijnt het vertrouwen dat volgens waarnemers nodig zal zijn voor een oplossing. Want ook regeringen hebben af en toe moeite om feit en fictie te scheiden.

'Correctie. Mijn eerdere tweet omvatte helaas beelden die niet het afslachten van Rohingya toonden.'

Mehmet Simsek, vicepremier van Turkije, op Twitter

Zo verstuurde de Turkse vicepremier Mehmet Simsek, die zich kwaad maakt over het geweld tegen de Rohingya, onlangs een tweet met vier dramatische foto’s. “Kijk niet langer weg van etnische zuivering”, twitterde hij. “De internationale gemeenschap moet nu optreden.” Maar al snel groeide twijfel over de beelden. Volgens kritische twitteraars waren de meeste foto’s helemaal niet afkomstig uit Burma. Op eentje was zelfs een huilend kind te zien in Rwanda in 1994.

De Turkse vicepremier zag zich daarop genoodzaakt zijn tweet te verwijderen. “Correctie”, twitterde hij drie dagen later. “Mijn eerdere tweet omvatte helaas beelden die niet het afslachten van Rohingya-moslims toonden.” Maar in een tweede tweet voegde hij er meteen aan toe: “Dit verandert niks aan het feit dat Burma een etnische zuivering uitvoert tegen moslims. De wereldwijde stilte daarover is waardeloos en verdrietig.”

Aung San Suu Kyi spreekt de natie toe

De Burmese leidster Aung San Suu Kyi spreekt morgen haar landgenoten toe over de militaire operatie tegen de Rohingya-rebellen in het noordwesten van het land.

Suu Kyi krijgt vanuit het buitenland zware kritiek op de legeractie, omdat zij te weinig zou doen om de islamitische Rohingya te beschermen. Maar in Burma zelf geniet de operatie behoorlijk wat steun.

Veel leden van de boeddhistische meerderheid moeten niks hebben van de Rohingya, die zij beschouwen als ‘indringers’ uit buurland Bangladesh, ook al wonen de Rohingya al vele generaties in Burma.

Deel dit artikel

'Ze hadden de foto’s vervalst om het er op te laten lijken dat moslims de branden stichtten'

BBC-correspondent Jonathan Head

'Correctie. Mijn eerdere tweet omvatte helaas beelden die niet het afslachten van Rohingya toonden.'

Mehmet Simsek, vicepremier van Turkije, op Twitter