Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Familiebedrijf Koopmans zet kaarten volledig op meel

Home

Kees de Vré

Koopmans Koninklijke Meelfabrieken is door de verkoop van zijn divisie consumentenproducten -vorige week aan de Duitse concurrent Oetker- terug bij waar het 154 jaar geleden is begonnen: een simpele meelmaalderij. De moderne ondernemer, vooral bekend van zijn pannekoek-, poffertjes-, cake- en oliebolmixen, is weer gewoon de molenaar van weleer.

,,Ik had het ook liever anders gezien'', zegt Pim Benes, een van de twee huidige directeuren van dit oude oer-Nederlandse familiebedijf. ,,We hebben er in de jaren tachtig nog veel in geïnvesteerd. Toen kochten we twee Brabantse bedrijfjes in diepvriesproducten als gebak, pannekoeken en poffertjes. Maar handhaving binnen ons bedrijf bleek op den duur toch te kostbaar en dan kan je het beter onderbrengen bij een tent met veel kapitaal en dat is Oetker. Hun omzet is vijftig maal die van ons. Terug naar de oorsprong, ja'', lacht Benes het vleugje melancholie uit zijn stem in zijn Leeuwardense werkkamer tussen de meelsilo's en bakmixfabrieken.

Koopmans is met zijn pannekoek-, poffertjes- en cakemixen marktleider in Nederland en heeft juist daarmee een grote bekendheid bij de consument. ,,En de divisie is rendabel, maar de markt van consumentenprodcuten beweegt enorm. Het ontwikkelen van nieuwe producten vergt grote investeringen. Wij hebben met die Brabantse aankoop eerst geïnvesteerd in diepvriestechnieken en in 1995 nog in koelverstechnieken. Maar de consument wordt steeds veeleisender. Elke keer nieuwe technologie is duur. Dan moet elk product dat je ontwikkelt ook succesvol zijn en dat is onhaalbaar. In ieder geval wat ons betreft.''

Daarmee doet Koopmans ook een divisie van de hand met een hoge toegevoegde waarde en dus hoge marges. Iets dat een modern bedrijf in een hoogontwikkelde economie graag in zijn gelederen ziet opgenomen, erkent ook Benes. ,,We hebben er ook lang over nagedacht om juist in die sector te investeren, maar de risico's waren te groot.''

Al eerder heeft Koopmans afscheid genomen van een andere divisie: die van de veevoer. In de jaren twintig werd die poot opgericht om iets nuttigs te doen met het schilletje van de tarwe. Bovendien was die markt zeer lucratief. Benes: ,,We leverden al molenafval aan de veevoerindustrie. Dus dit werd op zeker moment gezien als een mooie uitbreiding. Dat ging toen heel hard. Lange tijd vormde die veevoerpoot de helft van het bedrijf. Tot in de jaren tachtig liep dat goed. De groei ging eruit toen we vanuit Brussel de melkquotering en de mestheffingen kregen opgelegd. Veel veeboeren hielden het voor gezien. Er ontstond in de veevoedersector veel overcapaciteit en de prijzen gingen onderuit. In 1989 hebben we toen de hele zaak verkocht. En daar ging dus de helft van het bedrijf.''

Koopmans is nu weer gewoon de meelfabriek zoals ook op de gevel staat en verkoopt zijn spullen in bulk aan de verwerker die er weer brood in allerlei soorten en maten van bakt.

Benes geeft tussen de regels door aan dat het omgaan met alleen de verwerkers wel erg prettig is.

,,Verwerkers hebben interesse in de eigenschappen van het product. Hoe is het samengesteld, wat kan je ermee, dat soort dingen. Dat klikt goed, vaklieden onder elkaar. Bij levensmiddelen praat je niet met verwerkers maar met handelaren. Die kijken naar de prijs en de verpakking, tonen minder belangstelling voor de intrinsieke eigenschappen van het product.'' Benes ontkent echter dat dat verschil in benadering een rol heeft gespeeld bij de verkoop van de divisie consumentenproducten.

Een producent van een bulkproduct als meel heeft wel degelijk toekomst in een kenniseconomie, stelt Benes zonder aarzelen. ,,Meel is inderdaad een product met een lage toegevoegde waarde. Daarom hebben we er in 1993 een paneermeelfabriek bij gekocht. Dat geeft een hogere toegevoegde waarde. Je kunt het bij voorbeeld ook nog eens mengen met kruiden. Een meelfabriek heeft het eeuwige leven. Als dat er eenmaal staat, krijg je het nooit meer weg. En het blijft maar produceren zonder al te veel kosten. En ik kan me niet voorstellen dat de consument niets meer gaat eten waar meel in zit. Meel zal altijd nodig zijn'', weet Benes zeker. De meelmarkt staat overigens onder druk. ,,Er is overcapaciteit. Dat zal nog wel even duren. Met name de Franse meelfabrieken zagen hun export naar Azië en Rusland wegvallen en daar hebben wij indirect last van. In de Europese Unie zijn er op dit moment nog zo'n 3000 meelfabrieken. Er is dus nog veel te concentreren. Wij behoren tot de 50 groten. Wij redden het wel. We draaien op volle capaciteit. Het zijn vooral de kleine familiebedrijfjes die het loodje gaan leggen. In Nederland hebben we daar geen last meer van. Hier is de markt verdeeld tussen de drie groten waar wij bij horen.''

Meel, meel en nog eens meel bepaalt het leven van de Koopmansen en ook Pim Benes. In de auto op weg naar het station bekent hij: ,,Naar aanleiding van de verkoop van de bakmixen, herinner ik me de woorden van mijn vader: 'Je zult het moeten doen met de maalderij jongen'. Ik voel me ook nog steeds molenaar. Bij een kettingbotsing op de Duitse autobahn was ik de laatste auto. De agent die mijn gegevens kwam opnemen vroeg me: 'Beroep? Molenaar, zei ik. Bestaat dat nog, vroeg de agent verbaasd? Ja, dat bestaat nog'!''

Deel dit artikel